Resultaten voor het trefwoord jacht

over poëzie gesproken – hans goudart

Bin Ali Libi zat er helemaal naast
Tante Truus bleek
een deerniswekkende teef
ziekelijk zelfzuchtig
panisch veertig plus
zonder vergunning op jacht
in mijn buurtcafé
Tante Pollewop de beul van
kamp lagerbier
De Engel van de Efteling bleef
ongestraft onbeschoft
het zogenaamd beschaafd fatsoen
rondborstig maar platvloers
het leven als schijnvertoning krampachtig
haar marionettentheater van misbruikte medemensen
eenrichtingsverkeer in ieder opzicht
De Hoer van Barneveld
proud to be a slut
het woord niet waard
te zwak voor complimentjes
lam, doof, blind voor kritiek
een soort gestoord

Telkens ik ze zie een etage in de war
verkeerde verdieping uitgestapt
ik heb niets te zoeken op de
afdeling valse vruchten, zeldzame mutsen
tactloze taarten, betweterige burgertrutten
huichelachtige schijtlaarzen,nagels aan mijn kist
tot dader verworden slachtoffers

Het verzameld werk
van slordige aannames en voorbarige conclusies
goedkope theorietjes, halfbakken verklaringen
oppervlakkige projecties en het hele
zo-zie-ik-het, zo-zit-het-dus
en dat-is-dat en daarmee basta
het meermaals meten met twee maten
ik mag wat niemand anders mag
ik trek het niet, ik kan er niet meer tegen
hierbij wordt u de mond gesnoerd
De Freule van Spreekverbod tot Zwijgplicht
heeft gesproken in stuitende monologen
zonder weerwoord gebundeld als “Arschficken für Anfänger”

hemelvolk – elize augustinus

We zijn
verjaagd, gevlucht
uit de contreien

we zijn
het volk waar
jacht op wordt gemaakt

we slapen niet,
we horen in het donker
bladeren ritselen

vruchten worden
van de bomen
geplukt en verzameld

rottend onderweg
naar de plaats
van hun bestemming

we staan op
met de zon
zoete wind zingt
in ons hart

een blauwe
wolk gaat
voor ons uit, we
worden opgetild

een
overweldigende kracht
dieven kennen hem niet

de jeuk vergeten – delphine lecompte

Mijn moeder laat mij achter
In een woestijn moet ik mijn plan trekken
Er is geen weg en het voedsel is schichtig
Ik word mager zoals Jezus
Zoals mijn vader na zijn levertransplantatie.

Gelukkig mag ik wakker worden
In een wereld van ijskasten
Gevuld met ongeschonden platte kaas
Jezus eet makreel onder een olieverfschilderij
Van een begeesterend stierengevecht
Mijn vader wacht niet op een nieuwe lever.

Mijn moeder leerde mij schieten
Met pijl en boog op konijnen,
Op boswachters en op leraars met hazenlippen
Nooit liet ze mij achter zonder deken
Het deken werd oud
Er groeiden culturen op
Ze vochten en roeiden elkaar uit.

Nu mijn deken een toilettas is geworden
In de kast van een oude crooner
En mijn vader een last aan de keukentafel
Van zijn vijfde vrouw die niet bloeddorstig is
Verlang ik opnieuw naar de jacht
Maar zonder jeuk weet ik niet waar
Eerst te schieten en herken ik mijn leraars niet.