Resultaten voor het trefwoord inderdaad

fictieve pesronages 1 – manja croiset

ze zijn er de gasten
een bloedeloos gesprek

zo te zien gaat het regenen
zegt iemand

een ander
ik was laatst op een begrafenis

het was gezellig
maar we moesten
maar weer eens gaan
druk weet je wel

we bellen nog
inderdaad is het gaan regenen
begrafenissen zullen ongetwijfeld
ook nog volgen

is dit het nou
vraag ik me af
kijkend naar de vuile glazen

helemaal geen afspraken
dan spreek je ook niemand
maar dan reken je daar niet op

in de pauze van een concert
vang ik een flard op
van een mij interessant lijkende
discussie

vergeef me mijn onbeschaamdheid
zeg ik hakkelend
maar ……….

de basis voor een nieuwe vriendschap is gelegd

* – maaike klaster

Als volwassen vrouw heb ik mannen meegemaakt die, omdat ik een vrouw was
en zij niet, omdat ik geen pik had, omdat we allebei ooit kinderen waren, maar
blijkbaar alleen zij volledig tot wasdom waren gekomen, zich in alle verwrongen
voorzichtigheid met de verkrachters uit mijn kindertijd dachten te kunnen meten,
geen geile vinger naar mij uit durfden te steken, alleen onbeschrijflijk vies een
volwassen vrouw als klein meisje wilden strelen, onder het mom van: jij bent ooit
beschadigd en nu ben ik jouw vader, waardoor zij zich – inderdaad – alsnog tot
kinderverkrachter en mij tot hun slachtoffer maakten.

Als je ooit op wat voor een manier dan ook van jezelf een vaderfiguur en van mij
jouw kleine meisje maakt, dan zal ik je zo ontiegelijk hard op je bek timmeren
dat je naar Tokio moet vliegen om je tanden terug te vinden.
Wanneer ik je vraag om mij goed aan te pakken, doe dat dan ook, teringlijer!

* – maaike klaster

Ik blijf maar vallen in armen die er niet zijn.
Wanneer houdt het op op, komt er een einde al al dat schrijven over lelijkheid –
ik heb er zeeën voor in tweeën moeten splijten – staat er iemand anders op
die zegt: Misschien is het nu dan wel genoeg geweest met al dat luie haten,
wegdoen van mijn Vader, Moeder, God, de Hemel, het Leven. Laat ik nou eens
doen wat mij bij mijn geboorte werd gevraagd, of ik onvoorwaardelijk lief wilde
hebben, wat ik inderdaad heel even heb gedaan, maar toen ook dat voor het
gemak heb weggegooid, want hoe lang zijn we hier nou eigenlijk op Aarde?

Dan kan ik eindelijk weer boontjes doppen, eten koken, een man liefhebben,
baby’s verschonen, mezelf lachend langs een raam zien lopen.
Want denk niet dat ik wat ik tegen jullie zeg niet ook tegen mijzelf heb gezegd.
Weet dat ik mijn verkrachters, en mijzelf om die verkrachters, voor alles heb
vergeven, zodat ik verder kon en wilde leven, deze pen heb opgepakt en
alles heb geschreven.