Resultaten voor het trefwoord ijs

een vreemde eend‏ – iniduo

Laten we dit moment van luwte aangrijpen
Of anders samensmeden tot gietijzeren wil
Op het gevaar af zeewaarts te waden
En toch terzijde het volgende, marginaal
Rechts waterdragend (eenmaal op weg)
Elke keer gezeik, normatief voorgebakken
Genoeg van gewoon doen, aanpassen
Van voortuinen, vensterbanken, grasmaaien
Dure tankbeurten voor ik het vergeet
Hoeveel voet gaan in een meter bier
Ons perspectief kan gelukkig meer bevatten
Dan de berging en zo nodig vloeibaar
Er is dus sprake van wederkerigheid
Weliswaar met beperkingen maar toch
Ik zie het als een eerste stap, een begin
We zijn voorbereid als de vraag toeneemt
Hier of elders, maakt in principe niet uit
We zijn er klaar voor, beslagen ten ijs
Buslijn 12
Gesitueerd rond beteugelde geneugten
Nog één nachtje slapen

zuidpoolijs – iniduo

men zegt wel;
laat geen dag, geen avond hetzelfde zijn
zodat ijs verdampt
en het klimaat verandert, hoewel niet voor het leven

de zon doolt rond in onze tuin op het zuiden
waar het niettemin een aantal graden koeler is
zo verkwikkend, dat ik in de vijver met troostvissen
bedlegerige gedachten zie zwemmen

op het liefdevol spiegelende oppervlak
breken wolken traag open tot schaduw
mijn adem dooit gretig in ontvankelijke lucht
en eindeloze slaap kleurt eindelijk vriesdroog

geen dag te vroeg

gebroken ijs – pallas van huizen

Soms komt het voor
dat je voor elkaar voorbestemd bent
blind verliefd, idolaat bent
en toch voor elkaar afgesloten wordt
het vuur raakt bevroren, in trance
alsof de stilte het verlangen temt
omdat elk woord te veel gewoon pijn doet
Soms komt het voor, soms
en toch blijf je hopen, hopen, hopen
want het is er, je voelt het, je weet het
maar je kan er niets aan doen
je kan het niet aanraken
Het komt voor, het komt voor
maar gelukkig niet meer bij ons
want jouw stem heeft het ijs gebroken

manisch-depressief – jacob van schaijk

de maan ontvangt haar licht van´t ijs terug
de einder lokt, ik schaats hem tegemoet
gedragen door de wind, zoals het moet
gedroomde vleugels heb ik op mijn rug

het licht van dorp en stad is ver van mij
meer levensteken is er niet dan dat
en nooit was ik in eenzaamheid zo blij
ik weet niet meer van ’t peilloos diepe gat

dan schuiven wolken donker voor de maan
en slaan een wak, mijn euforie gaat uit
ik weet niet meer hoe verder nu te gaan

volstrekte wanhoop, vreugde zonder grief
onscheidbaar koppel, polen noord en zuid
ik ben nu eenmaal manisch-depressief

ritme, rijm en alliteratie – otto foelkel

Het rijm in een gedicht kun je vervangen door heel specifieke klankvolgordes- en verbanden. Ook deze techniek houdt het risico in, dat de dichter gaat forceren.

Het gedicht “De vreemdeling” van Marsman begint met een aantal regels die niet rijmen. Pas de zesde regel rijmt op de beginregel en dat nota bene met hetzelfde woord. Ik heb het talloze malen gelezen voor het mij opviel. Toen pas begreep ik, dat de woord- en klankverbanden de rijm in de andere regels overbodig maken. Aan de analyse van dit fenomeen heb ik veel tijd besteed en ik
ben er nog steeds niet helemaal uit, hoe hij dat voor elkaar kreeg. (Overigens heeft het mij ook jaren gekost voor ik de inhoud van het gedicht begreep.

Het gedicht “Het brandend wrak” van Gossaert is een supervoorbeeld van wat je met rijm en alliterati kunt bereiken. In de eerste strofes wordt heel weinig informatie gegeven. Die kun je eigenlijk in twee regels samenvatten. Het gedicht steunt volledig op alliterati en rijm en is voor mij hèt voorbeeld van wat je met die technieken bereiken kunt.

Eenieder raad ik aan enkele jaren uitsluitend gedichten op rijm te schrijven, aangevuld met alliteratie en deze technieken pas heel voorzichtig te verlaten wanneer het taal- en klankgevoel zodanig ontwikkeld is, dat je je op dat wel heel gladde ijs kunt begeven. Een sober rijm, dat enkele regels verbindt heeft voor mij nog altijd de voorkeur boven het geheel ontbreken van rijm.

In mijn ogen lukt het vandaag de dag vrijwel niemand een ècht goed gedicht te schrijven, dat niet rijmt. Er wordt overal geëxperimenteerd, maar de resultaten zijn voor mij onbevredigend. Volg niet domweg de mode, maar probeer uit te vinden, welke gedichten je het meest aanspreken en waarom. Ik weet, dat slechts weinigen het daarmee eens zullen zijn, maar ik verwacht, dat in de (nabije) toekomsten rijm en alliteratie weer volop deel gaan uitmaken van gedichten.

Als schoenen beginnen te knellen is dat nog geen reden om dan maar op kousenvoeten te gaan lopen.

tocht der tochten – jan van heemst

In sneeuw en gure winden
reed hij op witte wegen
en werd daarna door al zijn vrinden
in de adelstand verheven.

Het daglicht was van korte duur;
de buien als een blinde muur
waar hij doorheen moet rammen;
hij wist dat hij moest vlammen
tot in het laatste uur.

Het duister kleurde alles grijs;
hij kreeg de wind van voren
en met de schimmen op het ijs
vocht hij nu om de grote prijs;
want wie niet doorzet is verloren.

Dan eindelijk de laatste stad,
die hij als Generaal betrad,
want nu als slagroom op de taart
reed hij weer op de Bonkevaart
en wist zich uitverkoren.

hexagonaal – maaike klaster

1.

In dit samengepakte geheel aan cellen
zit ik mij epitheel te vervelen, vervel ik
razendsnel, laat ik het met mijn schilfers
sneeuwen.

Alles is zo helder als kristal, zo scherp
dat ik bijna niet meer hoef te kijken.

Dit heelal bestaat uit gruis en glas en ijs.

2.

Zie je niet hoe doorzichtig mijn zeil is,
hoe lang geleden al ik zo dun tussen
de werelden geworden ben?
Eén ademteug, een laatste ademhaal,
dat ene zuchtje wind en daar ga ik,
een dooiend ijsgordijn dat, losgeraakt,
nu wegwaait met de tijd.

3.

IJspegels smelten zich een langer leven.
Zo vloeibaar, en naast elkaar, wil ik ook bestaan.

van de straat in de goot. – brigje otterloo

Ik vond een brief vandaag op straat
hij was door jou geschreven maar
aan een ander die ik graag had willen
delen in vier stukken zoals vroeger

in de middeleeuwen. Je schreef haar
dat ze mooier was dan ik, dat ze liever
was, haar blik je smelten deed als ijs
en dat je haar nooit zou verlaten. Ik

besefte dat ik haat verwarde met
hiaten. Dat ik alles wilde laten gaan
behalve jou. Je schreef me ooit

brieven waarin je trouw beloofde
dat je niemand liever vond dan
mij. Was ik dan zo mooi als zij?

afwaarts – b. vogels

de dag smelt
als een laatste kans
om ijs te breken

de diepvriezer ronkt
tot zonsondergang

ze waden zonder spreken
in het vaarwater van het huis
hun hart bonkt
aan de deur van teleurgang

de tijd glijdt
onder stoelen en banken
als een gletsjer zonder ruis

uitvalgedrag – anouk smies

Vandaag neem ik kennis
van de leugens in je hart

Die zijn niet detectisch omhuld
Noch
door een vlammenwerper
omgekruld

Meer het
snetterhard geluid
van bloedgeile eenden

en groupe op het ijs
net een vrouwtje gevloerd

Ik rek mijn hals
en zie je een gedicht later

Ga te water