Resultaten voor het trefwoord iedereen

droomvragen – calvin smith

In gedachten lijken mijn dromen alleen
ik blus de kus van zoete woorden mam
waar waren de tijden van geluk alleen
ik geloof in het stromen door liefde pap
voelen we in oneindige leegtes verder
lijken wegen te sussen in mijn hoofd

om niet meer te smachten naar warmte

Nachten huilen tussen de sterren waar
iedereen slaapt wordt de maan getroost
met lieve gevoelens eenzaam door mijn
betoverende glimlach aan mijn eindeloze
raamkozijn hangt een wereld vol emotie
in tranen van een jongen met vragen los

geslagen in de toekomst van zachte stof

de strandjutter vindt een pink – delphine lecompte

De kaarsrechte strandjutter vindt een lelijke pink
Hij laat de pink links liggen
Even later vindt hij een poppenkastgeit
Wat een vondst
Zo’n geit zal zijn zieke dochter vast en zeker opvrolijken.

De strandjutter heeft het bij het verkeerde eind
Zijn dochter wordt nog somberder wanneer ze de horens ziet
Hij had de pink moeten oprapen
En de geit moeten negeren
Maar hoe in hemelsnaam negeer je een poppenkastgeit?!

De zieke dochter van de strandjutter zegt: ‘Ga terug naar de zee,
Waardeloze vader! Ga terug en zoek een pink om mij blij te maken.’
De kromme strandjutter gehoorzaamt zonder misbaar
Hij zoekt tot de zeesterren op Russische sleden gelijken
Hij valt in slaap en droomt van Russische zeesterren in koetsen.

Tijdens zijn droom wordt de strandjutter benaderd door zijn zoon
Zijn zoon is kwaadaardig genoeg om een mes bij zich te hebben
Zijn zoon is ook nog slecht genoeg om de pink van zijn vaders hand te kappen
Maar hij beheerst zich voorlopig
En schudt zijn vader ruw wakker.

De zonsopgang probeert zich te vermannen
De vermanning is geslaagd
Het belooft een hete dag te worden
De strandjutter vraagt aan zijn zoon: ‘Wil je mij helpen
Een pink te vinden? Je zus heeft een pink nodig voor haar genezing.’

De zoon van de strandjutter hakt de pink alsnog van zijn vaders hand
Iedereen is blij van de pijn
En de poppenkastgeit wordt verbrand met bombarie.

gedicht dat ik schreef in 1994 – maaike klaster

Toen ik 18 was, de Roxy in Amsterdam nog bestond
en XTC hoogtij vierde

 
 
Zo lief en lief
is iedereen
en alles
houdt van jou

Je danst en praat
Je springt en aait
Je zoent een man
en dan zijn vrouw

Het eeuwige leven
strekt zich uit
omdat de nacht
oneindig lijkt

Maar ‘s ochtends vroeg
merk je al snel
dat alles slechts
twee pillen blijkt

verhalen van de aarde – maaike klaster

Eigenlijk is dit een heel klein universum.
Kijk maar in je hart, daar vind je alles wat je nodig had,
iedereen die jou ooit haatte, iedereen om wie jij gaf.
Wij weten allemaal dat als wij maar diep en lang genoeg
graven, wij in ieder atoom van iedere cel een zee aan
melkwegstelsels zullen ontdekken.

aan hafid bouazza – maaike klaster

geboren te Oujda, Marokkko
woonachtig te Amsterdam, Nederland
 
 
Lieve Hafid, dronken lor.
 
Waarom mag ik dat niet zeggen?! Het is toch zo?
Aan iedereen die nu thuis hardop zit te denken: Wat een bitch! –
dat klopt, ik ben het grootste kutwijf dat je op deze aardbol ooit
tegen het lijf zult lopen. Daar krijg je bibberknieën van, hè?
Mooi zo.
 
Terug naar jou Hafid, lieverd, waarom drink je zo?
Geslagen door het leven, m’n reet. Je werd geslagen door je vader
en dat is al erg genoeg, maar dat is geen excuus om, nu je zelf
volwassen bent, met dezelfde haat om je heen te slaan. Je bent geen
klein kind meer; je bent een N.S.M.A.N.N. (zoek maar op, mensen)
en er zijn zoons die naar je vragen. Kom dus maar op met die flacon
absint. Ik weet dat je die daar bij je draagt. Echt.
 
Herinner je je ’t Schuim nog?
Jij zat pilsjes aan elkaar te rijgen alsof het een kralenketting betrof
terwijl ik naast je op een barkruk aan de thee zat en naar je luisterde.
Wij deelden een jointje, waarna jij je terugtrok op het toilet, met een
geheimzinnige fles, om daar te doen waar het werkelijk om ging,
want absint, dat is een hallucinogeen van andere kwaliteit. Maak dat
de kat wijs, lieve schat!
 
Nu zie ik dat je stukjes schrijft op de weblog van een ander. Pardon?!
Waar is Shakespeare’s ganzenveer gebleven, die vergulde pen?
Je schreef zo mooi en nooit zonder te dromen, groef naar je eigen stem.
 
Ik was al fan van jouw werk nog voor wij elkaar voor het eerst de hand
schudden en ik – omdat ik jouw gezicht ergens van kende – dacht dat
jij misschien een vaste klant was uit het restaurant waar ik werkte,
wat dus niet zo was, en jij aan mij vroeg of ik dan toevallig Mohammed
die salades maakte, Mohammed met de aambeien kende en ik zei:
“O, díe Mohammed! Ja, die Mohammed ken ik wel.”
 
Toen kon ik nog met je lachen en dat zegt wat. Nu zit je jezelf en
iedereen die iets met jouw afkomst te maken heeft spreekwoordelijk
onder te schijten en dat doet me pijn, want zo blijft er uiteindelijk
ook niets van jou over, Nederlandse Schrijver Van Mijn Hart.
 
Ik wil Abdullah terug en niet alleen zijn voeten. Wil jij hem voor
mij zoeken? Je had gelijk hoor, jij was nooit mijn hoeder en ik ben
niet jouw moeder. Je bent mijn bloedeigen, Marokkaanse broeder.
 
 
Veel liefs,
Maaike
(Nu niet weer mijn naam vergeten. Ik heb de jouwe ook altijd geweten)

voetnoot voor kluun – maaike klaster

Beste Kluun,

Mag ik Raymond zeggen, alsjeblieft? Je bent toch geen zes?!
Goed, je schreef een heel mal boek over kanker op een sokkel
en dat soort onzin, maar dat heb ik je vergeven.
Hoewel, het moet gezegd, die novelle van jou las als een trein.
Alleen die eindredactie! Dat jij taalfouten maakt (dat doe ik ook
regelmatig), betekent niet dat de redactie van de uitgeverij die
moet laten staan omdat jij toevallig een schrijver bent die van
voetbal en vrouwen houdt! Nooit begrepen, dat soort
macho-nonchalance. Een echte man is niet bang om zijn fouten
toe te geven, toch?

Dat terzijde. Je schreef een boek dat goed verkocht en had met
het grootste gemak een huisje op Ibiza kunnen kopen om de rest
van jouw luie jaren jouw grote teen in de Middellandse Zee te
dopen. Dat deed je niet. Althans, niet dat ik heb vernomen. Wat
mij ter ore kwam, is dat jij stad en land verblijdde met een
prachtige, gepolijste, gestroomlijnde, literaire avond in de nacht.
Daar houd ik van. Kom daar maar eens om in Nederland.
Misschien scheelde het dat het etablissement waar deze avond
werd georganiseerd Panama heet; willen wij Hollanders onze
stoffige boekenplanken (daar houd ik overigens ook van) pas
verruilen voor iets nieuws en glimmends als het een exotische
naam heeft. Vreemd vind ik dat. Hoewel ik er zelf ongetwijfeld
ook aan ten prooi val, dat Neêrlandse minderwaardigheidsdenken.

Terug naar dat boekie van je. Je bent en blijft natuurlijk vooral
een geslepen marketingman die met de Grote Schrijvers wilde
spelen. Dat mag. Daar heb ik niets over te zeggen. Wat ik me wel
afvraag, is of je die nieuwe literaire term, laat ik het een stijlfiguur
noemen, met opzet zo nadrukkelijk in dat boek hebt gezet. Even
mijn eigen marketingbrein op scherp zetten: had je niet beter
kunnen doen wat je tijdens het schrijven deed en de naamgeving
van die stijlfiguur aan de lezers, recensenten en literaire docenten,
aan de tijd kunnen overlaten; die nieuwe stijl organisch en door de
jaren heen kunnen laten ontstaan? Nu kauwde jij ons alles voor en
ik heb mijn kauwgom liever vers; niet in de vorm van andermans
taaie draden.

Goed, genoeg gekletst. Omdat ik jou wil bedanken voor jouw
elegante bijdrage aan Literair Nederland in de vorm van zo’n
mooi, stijlvol en voor iedereen toegankelijk podium, waar poëzie,
proza en cocktails rijkelijk vloeien (ook daar houd ik van), hierbij
mijn soort van wrample aan jou:

If you drivin’ in the street, hold on to your seat. Niggaz, grab
your meat while I ride the beat. And if you see a shiny, black
Lamborghini fly by ya (Shoom!), that’s me, the Night Writer.*
 
 
*Variatie op tekst uit het nummer How Many Licks? van Lil’ Kim.

love’s doves – maaike klaster

Er loopt een zoon rond op aarde
die ik nooit heb mogen aanraken,
nooit welkom heb mogen heten op
deze planeet, zoals ik wel met zijn
broertje en alle andere pasgeboren
baby’s in mijn omgeving deed
en ik wil dat iedereen weet dat het
tranen zijn waarmee ik dit schreef,
omdat ik het slabbetje met de
vogels en LOVE in hun midden uit
de panterprintkadoverpakking heb
gehaald en het op heb geborgen voor
de eerstvolgende geboorte, terwijl
de vogels en ik nooit zullen vergeten
voor wie deze liefde was bedoeld.

* – joost van gijzen

De meeste meisjes kennen we nooit als vrouw.
Niet met iedereen deel je puberend het matras –
In de nieuwbouwwijk of eindexamenklas
Zijn er voor elke Janneke een Jennifer, Gwen, Maud,
Hanneke, Marleen, Louise, Brenda en Sas;
Toen geen vonk, daarna geen mistletoe, de huwelijkstrouw,
Nog steeds geen vonk – maar zelfs dan een licht berouw,
Verlangen naar het slaapkamer contrast.

De deur door naar het centrum van de wereld, het bed
Waarin ze je haar zuchten toevertrouwt,
Het schaamteloze beest in ogen hemelsblauw.
Je discussieerde tot aan andere keuzes op het stembiljet
Toe; zag elkaars kinderen opgroeien, de eerste grijze haar; oud
Geworden samen – maar zonder haar lichaam op het palet
Blijft ze dezelfde van klimrek tot verzorgingsflat.
We begraven een heleboel meisjes; zelden een vrouw.

huig is geen vies woord – delphine lecompte

Bijna iedereen vindt schelp
Een mooi woord
Zelfs de bonte vrouw
Die verkracht werd in een kuststad
Toen ze dertien was
En dacht dat vulva huig betekende.

Vooral de jongen
Wiens vader stroper was
Wiens moeder hem een wafel beloofde
Jarenlang dezelfde Luikse wafel
Met uitzicht op de zee
Maar zijn moeder bezweek aan een herseninfarct
Vóór De Panne werd bereikt.

Ik zit op het dak van een strandcabine
Vrediger dan mijn vader, ben ik niet
Schoner dan mijn moeder, wil ik niet
De ezeldrijver is verweerd
En sentimenteel geworden
Het mag.

Ik vind strand een mooi woord
Groter dan god, is het niet
Schoner dan schelp, wil het niet
De zon schijnt sentimenteel
En genadig onder te gaan
Dat kan niet.