Resultaten voor het trefwoord hun

qua wolken in hogere sferen – iniduo

het zijn sluiers die het ledige verhullen
antipoden van aards gewicht
tevens niemands bezit
longen, die hun rusteloos zwijgen met adem vullen
knoestig, sierlijk licht
loodgrijs, smetteloos wit

kwelgeesten van ruimte en tijd
eensgezind waarheen ze ook gaan
zij laten ginds licht gloren
ontsnappen aan eeuwigheid
zijn uit leegte geboren
of houden gewoon op met bestaan

vroeger waren ze vrienden – pallas van huizen

Twee gebroken harten vonden elkaar
de zon sneed hun ogen open
schudde wakker wat er al die tijd al is
ze wisten wel iets
maar dat, dat nog niet
Ze smaalden, vlinderden, zuchtten
buiten, daarbuiten
daar waar de lucht het weet
De een had de wind in de schoenen
de ander een slag in de trapper
Ze kusten, mochten elkaar
zochten een weg door de wereld
De meet waar iedereen op ze staat te wachten
Twee gebroken harten vonden elkaar
de zon sneed hun ogen open.

* – serpil karisli

Toen de bergen hun dalen lieten meanderen
En de zee bevrucht werd
Toen wij baden en zongen
Zo was de Aarde een oord

Toen kwam het gevecht
Wij keerden ons
Wij hoopten
En wij huilden

Toen de zee voer over de bergen,
Toen de maan zwijgend scheen,
Werd de Aarde ontheiligd
Liefde kon niet meer bezongen worden
De kus verwaarloosd
(En wij wachtten.)

all rise… – pallas van huizen

Ministers lulzaken en kutafspraken
zaten sprakeloos, verslagen aan de grond.
Ziek van liefde. De stilte nam het woord.
Ze raakten elkaar niet aan,
smeekten om een oplossing,
gingen zonder morren, zonder woorden
verder, verder, verder, voorbij de noodzaak
bleven gewoon
voor hun principes staan.

dwaalsonnet – iniduo

Aan de horizon smelten zee en wolken samen,
langs grenzen van het oog, aan het zicht onttrokken.
Omdat zij daar een naderend stiltefront beramen
zullen spoedig tranen dwarrelen als vloeibare vlokken.

Als ik mijn oor te luisteren leg, voelen druppels zacht.
Verre regen klinkt als een knapperend haardvuur.
Vrijheid lonkt, die niet binnen maar buiten wacht.
Misschien is daarom vreugde maar van korte duur,

want wat innerlijk rusteloos vuur zoekt is nooit daar
waar glinsterende bomen schuilen voor de milde zon.
Hun bladeren werpen een schaduw op het heden,

als tonen zij dat gisteren naar herinnering is vergleden.
Is daar de plek waar deze reis ooit begon?
Zelfs dat weet ik niet, daarom vraag ik het maar.

zilveren droppels – pastuiven verkwil

in het woud
schier ondoordringbaar
galoppeer ik
op de laatste overgebleven eenhoorn
wijzen wijken uiteen
kringen om
hun ziel

mijn entrada
luid ruisend begroet

op die venusheuvel
ontspringt een beekje
teer kabbelende naar benee
floreert maagdelijk gras
mosgroen onder voetzolen

barrevoetse wortels klinken
in de genesis van het nieuwe
dat vol bravoure
met jeugdelijk elan
ontspruit

vooravond – iniduo

morgen gaat het huis tegen de vlakte
lijken bomen berooid, op slag
hun staketsels gerooid
komt herinnering in de wurggreep van kaalheid
geraakt althans het fundament van
het ooit onmiskenbare in sluierbewolking, in stiltekramp
ontaardt aarde in ontgronding
morgen is het te laat
gedaan

er is nu geen tijd meer om foto’s te vergelen
of oude wonden te helen
laat staan de schaduw te stoppen
laat staan
of was het slopen

roomservice – pallas van huizen

Aaltje duwde met haar vingers
even was de stilte tastbaar, voelbaar
de deur viel uit zijn slot.

Roomservice.

Ze begonnen zachtjes samen te lachen.
De lakens hielden hun mond.

summertime – mark boninsegna

Het regent
zomerdagen in de polder
grenzend aan de dampende stad
waar erosie de ziel blootlegt
voor ons
die zich onderdompelen in
pompende beats
jazz
poëzie

Cultuur mixen

Een nieuwe inheemse dans
Op maat
Op zwetende lichamen
Op lust en genot

Paaldanseressen zwevend
boven onze schoot
verschieten kleur wanneer
de naaktheid
realisme zichtbaar maakt
in bordelen waar ooit
Chinese rook longen vulde
van hun die ontsnapten

Het hart vangt
het ritme van de stad
Evenwijdig pulserend

Geliefden

ware liefde – martin m aart de jong

Hier in Droompaleis “Gesprongen Veren” ontmoette ik haar voor het eerst. Het kan verkeren heren in de liefde. Ik wist van haar het meest te houden van wie er op de aarde leeft. Haar lippen bedruppeld met fonkelende paarlen wanneer ze haar lippen als een warme perzik open sneed om mij toe te lachen, in te happen, kortom weet dat zij de mijne is zoals een ander bezeten is van mystiek, hobbies, woestijnratten, half-verroeste auto’s, op schaal nagebouwde treinen met hun loop over de zolders van buren, weet. Hoe zij liep als een opgewonden speelgoedeend, waggelend met haar billen als niet te versmaden hammen aan de zoldering boven de toog waaraan wij proosten op het leven en de liefde. Weet. Eens zal mijn naam zijn uitgedampt, eens zal de klok geen tijd meer slaan maar mijn liefde voor haar zal voelbaar blijven trillen vrienden, aan deze bar in dit heelal.