Resultaten voor het trefwoord huid

hooglied – b. vogels

Of ik je nog graag heb?
Kijk maar naar de verwikkelingen.
Er zijn er minder, maar ze gebeuren nog.
Zelfs tussen de keuken en de bank.
En de dank die op het aanrecht staat te geuren.

Mijn hand die zich verstrikt
in het verslikken van je huid,
als je naar me uitschuift in je slip.
Het vloeken van de hoeken van het bed.
De pret is wat verlegd naar de randen van wat kan.
De dorst wat opgedroogd.

Maar ik voer je nog zo hoog. Zo nodig.
Tot in de vaandels van de nacht.

zomerjurk – janine jongsma

Toen droeg ik een zomerjurk
bloedrood met een afrekening
in kartelrand geschreven op jouw huid

Ik kijk hoe je steeds verder het meer oproeit
hoe je verdwijnt van oevers met bewoning
en hoe ik mij verschuil in jouw oogopslag

Vandaag draag ik een zomerjurk
felgeel met een uitnodiging
in hoge split geschreven op mijn been

Het warme hout kreunt na
deint zoals ik geen kinderen wieg
maar mannenheupen uit slaap

herfstdoorsnede – janine jongsma

Ik lig verstild in het grijze ochtendlicht
ons mooie overtrek toont slijtage
zojuist zag ik het najaar er voorgoed in vallen

Wij, enkel nog een doorsnede van de herfst
de zomers in ons zullen verjaren
steeds verder bladerend achteruit

Jij, die nog slaapt
in de zachte trekken van jouw gezicht
waarin de seizoenen sneller gaan dan ooit verwacht

Hoe kan ik onze zomers bewaren?
anders dan in mijn ontbladerde vel
aan jouw handen vragen mij nooit te laten gaan

Door je ogen dicht
de jaren terug te strelen
in de nerven van mijn huid

lentissimo – martin m aart de jong

Je zei vandaag, vandaag nog niet
het regent en de wereld ziet er
te mooi uit. Met zacht gebogen
kleuren en een natte huid waar

op de vers geperst lente druipt.
Wacht nu maar af totdat de tijd
in echo’s tussen bergen dreigt
met nachtelijk gedonder totdat

de hemel plots verscheurd wordt
door een flits en vrouwenstemmen
in een nis van eeuwigheid en spijt

je naam vertalen in een kus. Dan zul
je dansen als een Rus. Je zult stom
dronken vragen wie ik was. Dus wacht.

rivieren en zijarmen – elsje de wit

hoe blank haar huid ook bleek
hoe heet de thee die jullie dronken en al
het moois dat ze je te eten gaf rond dat uur
de rebel lacht goddomme, slaat duizend nieuwe wegen in
met genoeg geld en lef in zijn zakken
de maan boven alles en een kop vol vuur

ik heb de rivier op de voet gevolgd
smeet zesendertig stenen in het gras
pas nu mijn vinger over de landkaart glijdt
weet ik dat de man die mij de tiende steen gaf
onbetwist
de rebel was

linda (1993 -) – phillipe te bar

Wallen lagen onder haar
ogen als donkere dames
met lusten die zij
juist niet wil voelen

op haar snoeppapieren spookvel dat vaak zo smakelijk
zou kunnen knisperen, maar waaronder nou net weer
botten tot spiesen splijten om daar haar huid door te steken,
waardoor een weg uit die nachtzwarte uit pees en vlees
geweven holte zich opent; vanuit die ultrasone onderwereld
der labbekakorganen, meent zij, dat zij juist dat weer heeft;
onrustig gebeente, mergvol gestut van die bloedlauwe hel, dat
levenslang zinderend kraakt in haar zak van vaal en vlezig vel.
Haar botten willen zich ook wel eens in het volle licht warmen

aan de zon, waarvoor zij zich juist verschuilt als pasgeboren,
baarmoedernatte reeën doen die ook maar verloren rillen
in hoog, dorgeel gras.Voor even verlaten door hun moeder
die, zoals het hoort, gevaren afleidt als wolven en mensen.

De wereld is haar carnivoor waarvan zij, verloren lopende
polonaise van een meisje, de opengesperde muil inhost. Ze
offert zich liever lallend en alleen. Niemand waagt haar zo

aan te raken. Gelieve dat ook nooit te doen.
Teken haar; het is een nadrukkelijk verzoek.

romp – maaike klaster

Scharrelaar, man met de kippenborst,
ik bereid je als een kok zijn hoender.

Dan, bedaard, vanuit de schoot,
kluif ik langs jouw romp naar boven

tot mijn neus ligt aan die kruidige
holte, het zwaar beweende, pezige vlees

en ik met tepelscherpte zie,
mijn tong nog naveldiep,
waar ik nesten wil,

waar jouw huid omsluit,
waar ik veilig ben
en kan bijten.

alleen mijn huid – janine jongsma

alleen mijn huid verzet jouw zinnen
maar de woorden glijden van mij af
ik word niet warm of koud van je
je zet me in de stoel neer voor de spiegel

haalt snel een washand over mijn gezicht
en zet mijn arm zorgvuldig terug in de kom
in de badkamer huil je de vlekken uit mijn lingerie
je borstelt mijn haren en telt hardop honderd slagen

vraagt of ik mijn lievelingshaarband in wil
maar besluit uiteindelijk tot een paardenstaart
beneden kus je mij teder gedag, ik staar naar de tv
mijn borsten kijken jou onbewogen na

de kat telt de uren af, gebruikt mijn been als krabpaal
jij belt vanaf je werk hoe het gaat, dat je laat bent
en of het goed is dat we Chinees eten
ik neem niet op, dat doe ik nooit