Resultaten voor het trefwoord hoek

uit de diepzee van mijn ziel – b. vogels

Ik weet dat liederen schuilen in mijn aderen.
Ze tollen in het duister van de stroom.

Tot nu kan ik enkel huilen.
Ik wacht nog op het kloppen van de klonters.
Het losbarsten van mijn tong.
Zonder te bezinnen.

Spat open lyrics.
Ik sta hier niet voor niks te borrelen.
Guts de gloed over mijn lippen.
Begin te bezingen.

Zodat ik even schuilen kan.
In een hoek van mijn leven.

aura borealis – iniduo

zwaartekracht valt als appels van de boom
ongeremd door ongerijmdheid
in vrijheid, zoals alleen het luchtledig die kent
zonder weet van afstand, bij wijze van spreken

ik schijn de middernachtzon te kunnen zien
om de hoek
in de schaduw van donkere bossen
in nieuw licht van oude kennis

er gaan dagen voorbij zonder zon, zo op ‘t oog
dan vreet de letterzetter zijn weg door instinct
en oude tafels en stoelen moeten plaatsmaken
voor de lege ruimte

van mij – adriana kingma

Met mijn ogen dicht
en mijn vingers in mijn oren
loop ik de drukke weg op.

Als ik ongedeerd de hoek omsla
staan er honderd bloemen
hard te roepen in de tuin.

Niemand weet dat ze daar groeien
omdat er in de grond
wel vier konijnen liggen.

Daar bij dat huis
waar nu vreemden wonen.

De vloeren zijn er aangestampt
met mijn eerste stappen

En boven ruik je mijn dromen nog.
Ook al hebben ze alles wit geverfd.

na haar – b. vogels

Ze laat een kamer na,
wit als haar lichaam,
in het licht
van hoe ze was.

Een zwart potlood ligt verloren in een hoek.
In haar oogschaduw blijf ik nog even,
de levende lijn.

de kroeg op de hoek – hans goudart

In het café op de hoek
hebben we eerst kunnen genieten van
en-van-je-hela-hola
en drinken-totteme-zinken-muziek
Mijn buurman ging daar zo in op
dat de bar er van schudde
De kastelein kiest nu welbewust
voor zoetgevooisd, iets
in het Hawaaiiaans of Tahitiaans,
wat zal het zijn…
met veel paloma en aloha en zo meer
en van die gitaarfliebers
aan het eind van elke zin
Aan een tafeltje snottert
een betraande dame de overgang in
De middelbare heer in kennelijke staat
raadt haar pas ná het weekend
een nieuw leven te beginnen
Hij meent dat moet ze nu niet doen
Een schone lei vraagt
om een goed moment
Drie hinderlijke hanen in lange leren jassen
staan kortstondig in de weg
Dan is er ineens zo’n ongeschoren
die al jaren geen goeiedag meer zegt
alstie hier binnenkomt
Even later zit-ie te eten van
een broodje dood dier
Na elke hap spoelt-ie duidelijk hoorbaar
tot alle resten tussen zijn kiezen
vandaan verdwenen zijn
Mijn blik dwaalt langs de etiketten
op de flessen en de tekens aan de wand
Is het hier nu zo gezellig ?
Wie weet
Wij doen ons best !
Spiegelend de vraag ooit
een normaal mens ontmoet
En of het beviel ?

betaman – peter wullen

toen

betaman
zich een weg
baande naar
het podium

verstarde
alfaman
in een hoek

wendde
omegaman
beduusd
de blik af

smaalden
wijfjes om
zoveel lef

hij sprak
de taal
van de

woerden

windmolen – mattijs deraedt

Toen jij de roze spin uit de hoek
van de kamer sloeg, rook ik onraad
in het zwarte vuur tussen je wimpers.

En ja, ik weet al langer dan vandaag
dat jij geen engel achterlaat in de sneeuw
en dat onze benen niet zijn siamees.

Toch volgde ik je hazenpad
door het grijnzende maïsveld.
Maar je bleek meer dan vier poten te hebben
en je groef een boomhut in plaats van een hol.
En volgens mij weet je zelf
nog steeds niet waarom.

En daar sta je nu
te klappertanden
als een windmolen op Mars
en te zwaaien met je roze spin.
Maar dat betekent waarschijnlijk
niets voor jou.

* – peter korsman

de wolken
klonteringen tijd
drijven als levens voorbij
zo vol en toch zo luchtig
zag je het leven voor je

je stem is beven
een scheur in de schaterlach
als een kind sta je in de hoek
niet voor wat je deed
maar wat je doet

sindsdien – eelke van es

Om de hoek beginnen de gewoonten
van de stad te murmelen – de kelen te
schrapen als versgeschapen ijs,
de verf van zich af te kloppen.

Sindsdien houd ik het bij
het benoemen van producten:
dit is de tafel, tafelwijn,
boter, melk en karmozijn.

De buurman plast tegen de wielen van
de nieuwe auto, hij markeert mijn vaders
liefste ding. Op de bumper staat een adres
geschreven, driemaal rond

het strand voor zachte doodgevlogen vliegjes.

daarop volgend (deksel tikt het aangezicht) – fernandez baggio

dat jij mij ooit
een hoek liet zien
waarin gaten vielen

ik ben je daarvoor zeer erkentelijk

de gebroken neus
die laat me stoerder ogen
dan ik ooit uit mezelf heb durven worden

daarvoor ik ben je tevens erkentelijk

en dat je verder bij een
mensheid hoort die het niet doorheeft
mijn subtiele wraak de straf van de goden
daar kan jij niets aan doen

de ironie wil dat ik masochistisch ben