Resultaten voor het trefwoord hem

tijdens mijn eerste zelfstandige huiduitstap krijg ik onverdiend een zoete naam – delphine lecompte

Meer dan tien rode wekkers staan stil op mijn geboorte-uur
De uitbater van de wekkerwinkel zegt: ‘Toen je vader
Nog een leeuwentemmer was heb ik zijn leven eens gered
Met een afgebroken cherubijnvleugel, hij was nauwelijks dankbaar!’
Bijna elke dag wordt de ondankbaarheid van mijn vader mij aangewreven.

Ik verlaat de winkel met een blauwe wekker
Die mij wijsmaakt dat ik tien minuten te laat ben voor mijn huidanalyse
In de wachtzaal ben ik het enige zoogdier zonder hoogtevrees
Uit verlegenheid doe ik alsof ik mij in mijn brooddoos verdiep
Mijn grootmoeder heeft mijn brooddoos gevuld met marsepein en Mondriaan.

Orthogonale postkaarten en marsepeinen ramshoorns
Wanneer ik aan mijn geboorte denk prijs ik mij gelukkig
Dat mijn helse moeder toevallig bezoek had van een dappere loodgieter
Hij was dapper genoeg om mijn moeder KO te slaan
En mij uit haar lijf te snijden met een sierlijke kromsabel.

In de behandelkamer van de dermatoloog vraag ik met bloot bovenlijf
Of mijn naam wel bij mij past
De dokter antwoordt: ‘Ja, ja, Melissa is een hele mooie naam.’
Ik verbeter hem niet, ik wilde altijd wel eens Melissa heten
Het enige pretpark waar ik nooit word aangerand heeft een honingthema.

Wanneer ik terug ben in het huis van mijn grootouders ben ik nog altijd zoet
Ik geef de blauwe wekker aan mijn jarige grootvader
Hij aait mij en vraagt: ‘Waarom heb je gisteren mijn lievelingsmasker verbrand?’
Het was een spottend vruchtbaarheidsmasker met vier slagtanden, maar ik zwijg.

de poëzie is een last – jan bontje

hij sluipt naar binnen
nestelt zich in huid en haar
in pannen en pruiken
vreet je hele maal

lethargisch in lede maten
gaat zich onaangekondigd te buiten
aan woorden en zinnen
schopt tegen je schenen

zuipt abdijbier als een ketter
vraagt niets maar eist
neemt geen genoegen met minder dan alles
lijkt tot in het decadente dienstbaar

wordt gepassioneerd als je hem passeert
valt aan als je hem niet bevalt
zwijgt tartend in alle talen
vergt dat je hem volgt

: de poëzie is een last
ofschoon je hem vrij willig draagt

geen eerlijkheid nodig van de zeepzieder – delphine lecompte

Ik heb geen nood aan de bekentenis van de zeepzieder
Maar ik krijg haar toch: de moord op zijn dochter met een diepgevroren moussaka
Is evenwel een verzinsel want ze leeft nog
Deze ochtend heeft ze mij ‘onhandige trut’ genoemd
Toen ik haar strijkijzer in haar moeders terrarium liet vallen.

Het terrarium was leeg
En de moeder lag in de tuin te wachten op de loodgieter
Met een navelput vol vlinderstof
De dochter van de zeepzieder vroeg na het strijkijzerincident:
‘Kun je hier blijven en mijn moeder een artikel over echolalie bij peuters met flaporen voorlezen?’

Maar ik kon niet, ik moest hierheen
Natuurlijk kon ik dat niet zeggen; dat ik dringend naar haar vader moest
Dus loog ik voor een keer met tegenzin: ‘Ik heb beloofd mijn blinde buurvrouw te vergezellen
Naar de zoo. Vooral de toekankreten beuren haar enorm op!’
Toen kon ik het niet laten een toekan te papegaaien, het was een weerzinwekkende imitatie.

De dochter van de zeepzieder nam hartelijk afscheid aan de deur
Ze bedankte me uitvoerig voor de voetbaden
Die ik aan haar zes pedante dwergkinderen zou hebben gegeven
De voetbaden waarvan ze dacht dat ik ze gegeven had
In werkelijkheid had ik twaalf voeten afgehakt.

De zeepzieder boomt maar door
Over die verzonnen dochtermoord met de diepvriesmaaltijd
Om hem de mond te snoeren prijs ik zijn eikel, dat werkt altijd.

dieren van de aarde – pallas van huizen

Hij en Anneroos, ze breken niet, ondanks de macht van Ylcia, ook het aardse bestaan heeft een regisseur die zelfs Ylcia niet kent.

Een zwerm spreeuwen scheert over de daken, vandaag was een mooie dag om ’s nacht nog even samen te vrijen. Het lengen van de dagen, het heeft invloed op haar slapen, haar dromen…

“Onzichtbaar licht”

Anneroos moet het gevoel hebben,
het aardse trekt hem aan,
de wind laat hem gaan,
hoe kan ze meer van hem houden?
dan hem los te laten?
om hem te offeren? of te sparen?
Om haarzelf te offeren? of te sparen?

Alles voor de logica van orde.

De schoonheid van Ylcia verblindt de rups, maakt haar dood voor zichzelf. Haar rupsenlogica kan de logica van de natuur, de grote aarde niet bevatten. Ze weet nog niet van de meerdere lagen. Haar spiritualiteit reikt niet verder dan de overkant van deze tak.

Het is zeven uur in de ochtend als haar man opstaat, de verleiding van de oogverblindende vrijheid spreekt hem vandaag nog niet op zijn verantwoordelijkheid aan, maar snel zal Anneroos hem op de proef stellen, de opdracht die hij moet vervullen zal hem nog langer en langer en langer in gedachte bij Ylcia houden, hij praat met haar, vertrouwt op haar, maar Anneroos raakt hem nimmer kwijt.

er staat een naakte kaarsenmaker op de snookertafel – delphine lecompte

Wat doet die blote kaarsenmaker op de snookertafel?
Niemand weet het, zelfs de jongste zoon van de taxidermist
Kan slechts gissen naar de beweegreden van zijn oom
Het lijkt van ver op plat exhibitionisme
Maar dan ken je de kaarsenmaker niet.

Ik ken de kaarsenmaker een klein beetje
Drie jaar geleden heb ik eens een kaars van hem gekocht
Een kaars in de vorm van een rammelaar
Tussen zijn oren ontsproot de wiek
Na vijf seances met Tolstoj was hij gesmolten.

De blote kaarsenmaker kerft in spiegelschrift
Een anagram van OLIELAMP in zijn buikhuid
Wanneer de psychiatrische beulen met visnetten arriveren
Probeert de jongste zoon van de taxidermist hen tegen te houden
Ze nemen hem ook mee, o wee.

Een week later mogen beiden bezoek ontvangen
Ik bezoek eerst de kaarsenmaker
Hij draagt een geruite pyjama
Die ruikt naar de vorige 100 gebruikers
99 van de 100 vorige pyjamagebruikers waren imkers.

Dat wist ik niet, het verrast mij
Dat imkers zo gemakkelijk ten prooi vallen schizoïde betrekkingswanen
Ik heb kersenbonbons, een houten nijlpaard, en ‘Oorlog en Vrede’ meegebracht
De kaarsenmaker is dankbaar
Omdat hij dankbaar is krijg ik een kus op mijn clitoris.

Daarna bezoek ik in dezelfde kamer met lege handen
De jongste zoon van de taxidermist, hij slaapt naakt
Ik streel zijn penis niet.

in de woestijn kun je veel leren over de tijd als je geen zand in de ogen hebt – delphine lecompte

In de woestijn kom ik hem eindelijk tegen
De anemische taxidermist vijf maanden geleden spoorloos verdwenen
Met mijn bronzen nijlpaard en met mijn ultralevende tombolagans
De woestijn is natuurlijker dan de taxidermist
En de taxidermist is bleker dan ik.

Hij herkent mij niet, de anemische taxidermist
Ik werd dan ook geopereerd aan mijn gezicht
Maar wanneer ik spreek om hem te beschuldigen
Van de diefstal van mijn bronzen nijlpaard en van mijn tombolagans
Weet hij meteen met wie hij te maken heeft.

Want ondanks mijn neusverkleining praat ik nog altijd nasaal
Oh wat heb ik een hekel aan mijn onwrikbare geneuzel!!
De anemische taxidermist ontkent de diefstal van mijn bronzen nijlpaard
Maar inderdaad de gans heeft hij gestolen en weggeven
Aan zijn jongste dochter toen ze vorige maand 33 jaar werd.

Het was niet alles
Hij had nog andere cadeaus voor zijn dochter
Die andere cadeaus had hij eigenhandig in een wekkerwinkel gekocht
Onder andere: een marsepeinen boorplatform, een Servisch theezeefje, en een valse snor
Het is niet omdat je een wekkerwinkel betreedt dat je moet toegeven aan de tirannie van het getik.

Integendeel, je moet weerstand bieden
En vooral geen wekker kopen
Dat leer ik vandaag in de woestijn van de anemische taxidermist
Ik vergeef hem graag, hand in hand verlaten we het pretpark.

opdracht – mieke van der wurff

fluister de oester open, speel
de parel kwijt die
schuurt en schrijnt

wijd hem
aan het meisje in haar marmerslaap
en wied het onkruid van vergetelheid

jouw adem stroomt
voorbij haar ingedamde tijd

ganzin van god – bert de kerpel

Er was eens een vetgemeste gans die een kei vond
En dat ze te lang en te gelukkig leefde
Ze nam hem, schudde de mest eraf en stak hem
Met beide poten in het gat van haar trechter

Toen de ganzenhoedster haar de poort door joeg
Na de godganse dag geen volk gehad te hebben
Ganzen immers worden afge-leverd in de hel
Trok ze haar pluimen uit en rolde al haar leden
Lillend en bevend door pek en eigen veren en zei:

‘Falada, waer bestu bleven, mi lanct naar uwen paardenkop’
Waarop het ros prompt de benen nam en een extra paar
Uit de spijkerton voor de prinses die nog nasnaterde.

zonder weerwoord – kees klok

Vandaag hebben we hem
heilig verklaard.
Roerloos was hij
zonder weerwoord.

Het was als werd hij
onbevlekt ontvangen
een cherubijn in opleiding
met roze dromen.

Een bleke Jezusman
met handen als watten
zei iets over wat vergaat
iets met uit stof geboren.

Er volgden halleluja’s en kyrië eleisons.
Daarna liepen wij over
de vergane resten van
een leven lang zorgen.

Het deerde hem niet
wij hadden hem immers
heilig verklaard
zonder weerwoord verbannen.

* – bianca hendriks

De man in het bushokje gaat gekleed
in een tas van de Mediamarkt op zoek
naar klassieke muziek en de maan huilt
een aria van sneeuwkristallen

Het staat hem goed, die tas
maakt hem zonniger dan zijn hond
die steeds tegen het bushokje piest
in lange stralen, een belediging
maar nooit persoonlijk bedoeld

Baas is hij nooit geweest

Straks, in zijn kale huis
haalt de man uit naar zijn plaat met klassieke muziek
waar de wollen deken van vrieskou is
die hij genoeglijk om zich heen slaat

Hij man wacht op wat ooit komen gaat
de hond blaft en de maan huilt
een aria van sneeuwkristallen