Resultaten voor het trefwoord helder

houten kentering – iniduo

bij aanvang van de donkerblauwe nacht
dooft een zwerm van woorden

smoren klanken in gehemelte
zonder dat ik nog geduld betracht

op deze nauwelijks ontgonnen uren
zingen nachtvlinders in mijn hoofd

kreunen zilveren vleugels op het bot
die genadeloos huid en haar schuren

zal ik wachtlopend vragen stellen
of wandelend verdwalen in mijn slaap

zullen antwoorden zich aandienen
of laat ik argusogen een oordeel vellen

ik wil niet aan nachtlicht vastvriezen
maar helder wakker worden

op een krakend willekeurige ochtend
waarop men zich zou kunnen verliezen

onontgonnen wolken – pastuiven verkwil

vermist weer
droppels baden blaren
een gedachte
(angstzweet voor wat komt?)
in mijn hof
is het nochtans helder

soms
mis ik dat missen in mist

hoewel aan onklaarheid het land
lief ik de Grijze
Seid umschlungen, Millionen im Nebel
compagnon
hand in hand

stap vooruitverdrijf
en zie dan de zon
achter je een regenboog

wees niet bang

bouillon – jessica bakker

Snakkend naar een snack
worst uit een zak
kip uit een vitrinekast
Een snelle hap,
want haast
Een vette bek
van snackbar Het Gemak

Het kookproces versneld
want tijd is duur. Tijd is geld
dat wordt verteld
Ook door de baas
die ook een baas heeft
en die ook
Dus welgeteld
raak ik al snel verhit
totdat ik bijna kook

Liever maak ik op het vuur
mijn vader’s vleesbouillon
die misschien iets meer kost
Ik roer gedachten loos
tot alles helder is
en vanzelf opgelost

meester zonder gezicht – joost de jonge

Ik hou vast aan de meester zonder gezicht
Een beeld van stralend helder licht
Ik zie alles in dit licht zonder lichaam
Zwevend over de aarde zijn overal regenbogen
Dit licht doorstraalt mij
Rijen huizen rijzen aan de oever van een brede rivier
Achter de huizen liggen bergen van stralend groen
Trillend in deze regenboog zag ik mijn gezicht
Een beeld van stralend helder licht

Steentjes in allerlei zachte schakeringen bruingrijs liggen in een bed van zand
Ik loop hier lachend door groen golvend land
Boomblaadjes dansen in licht dat al twinkelend de kloof van mijn verlangen dicht
Ik loop hier lachend door groen golvend land

Een geluid dat mij lijkt te doen draaien, grind knarst onder mijn voeten
Gelijk de bal van mijn voet bij iedere stap die ik zet in het uur van mijn stilte
Een streling van koude lucht kleeft als een zuigzoen onder mijn jas
Zand stuift op boven het smalle door braam en brandnetel overwoekerde pad
Enkele wandelaars lopen achter mij
De afstand tussen ons is groot genoeg om in mijn wolk van stilte te blijven

Glinsterende groene klank van duister blad
Blad dat in de verte met een zeker geweld deint op de aangezwollen wind
Ik lach om het onbekende in de wind die mij vijandig lijkt te zijn
Lachen als een dwaas om een grap die ik niet begreep
Een poets die mij gebakken is, niet door een bekende maar door een onbekende
Een meester die zijn gezicht niet laat zien

Ik ben een verdwaalde dolende ziel in het aardse
Bijna niemand zoekt of vindt echt, het ondenkbaar spirituele blijft onontgonnen
Ons lonkt slechts de consolidering van dagelijkse geneugten
Wij willen niet verlost worden en zouden zeker de verlosser weren

Lag in mijn luide lachen dat helder klonk niet het onbekende besloten
Was het misschien juist dit niet weten dat mij even verhief
Alles is relatief en hoe graag ik het ook wil ontkennen ik heb het leven lief
Dit lijf dat ik ben is niet alleen leeg maar zit vol met bloed en meters gevulde darm
Ik heb geen eigen wil, maar verwerkelijk de wil van de natuur
Ik heb geen eigen geest, maar leef de universele geest van de mensheid

Ik hou vast aan de meester zonder gezicht
Een beeld van stralend helder licht
Ik zie alles in dit licht zonder lichaam
Zwevend over de aarde zijn overal regenbogen
Dit licht doorstraalt mij en huizen rijzen aan de oever van een brede rivier
Trillend in deze regenboog zag ik mijn gezicht
Een beeld van stralend helder licht

druppel van verbondenheid – frank vingerhoets

Helder hangt een druppel
aan een tak, een parel zonder
oester, een parel zonder schelp

Schijnbaar leeg en schoon lijkt het;
vanachter de de schijn bedriegt het gezicht

Een beperkt vermogen om de wereld
te zien in een druppel, een
stukje vocht

De tak beweegt en levert de druppel
over aan de zwaartekracht

recht, als langs een liniaal getroken,
verdwijnt het kleine water
in de grond

Een tijdelijke bestemming met een
chaotisch doel, met een
onbekende samenhang

punt – b. vogels

het leven van een ster is niet helder

schitteren is een wens
in duizend en één talen
in één woord een droom
een val in de nacht

een ster is maar een mens
onder zijn dak slaapt de hele wereld

krakatau – jan holtman

Onlangs beleefde ik aan de oude doorleefde keukentafel gezeten
een helder moment.

Ik las mijn lief een gedicht voor dat ik hier voor het gemak
maar achterwege laat.

Ze keek me vragend aan en vroeg wat andere mensen ervan vonden
en las toen Krakatau.

reflectie – onbezield

schemer gordijnde
voorbije dag
duisternis werd gelaten
zwervend door mijn huis
als blinde,
dook ik voor een spiegel op
vervaagde contouren
indringende blik
alleen mijn ogen
waren helder

ik zag
hoe mri-achtig
mijn zijn
tevoorschijn kwam
gefascineerd onderging ik
draaide mij plots om
en zag nog net
hoe mijn schaduw
schoudertastend oploste

de zwaan – s. de wild

Ik viel in slaap in het Verborgen Land,
ik droomde in het stille Rijk van Sneeuw:
de dag was donker, helder was de nacht;
het speelvuur wankelde en wond zich op tot
een bal van vreemde tekens aan mijn voeten.
Behoedzaam sloop de jager door het gras;

de Zwaan dreef op de woeste golven van de
bodemloze nachtrivier -trots boog het dier
zijn hals en sloeg toen beide zwarte vleugels
uit-; ginds, aan de oever van het eiland,
glinsterden de pagodes, schenen vreemde
huizen met oranje ruitjes in de grijze mist.

Vrouwen waren bezig was op te hangen
in een felgekleurde schort; een strenge
visser maakte knopen in zijn net; zacht
streelde de boze man zijn pijl en lachte.
Voorover viel ik in het rijk van Sneeuw,
ik droomde lang in het Verborgen Land…

helder – martin m aart de jong

Iedere dag ratelen die flessen
tot je er zelf groen van ziet
meneer. Ik draai mijn diensten.
Vroeg, laat, nacht. Drie dagen

vrij. Voor mij is alles bier
en even tussen de machines door
eten met de mannen, veel zwijgen,
kaarten en over voetbal praten.

Ik heb een zoon die anders wil.
Hij mag het weten. We eten goed
van de drank. De helft van het
huis is nog van de bank. Onder

ons gezegd en gezwegen. Dit is
leven. Maar hij mag die droom.