Resultaten voor het trefwoord hals

hensepeter – hans reitzema

Hij legt zijn bankschroef
teder om haar hals
ontlokt haar
zacht
een zuchtje:
onstuimig verlangen naar
– althans dat laat hij
me geloven –
mij, de eenzame
drinker, zijn
gast

wie adem heeft – jelou

al overstroomt mij het
gras tot voorbij de hals,
aan mijn lippen
zul je het niet merken

ik hou ze onbaatzuchtig
stil, mijn huig prevelend
met integer
binnensmonds verlangen

onuitgesproken passie
siert verborgen parels
ondergronds in
fijnmazige kleuren

asem zou stamelen in
vrijgegeven aanstalt,
huiden barsten
op diepe zinssnedes

verrijking zou slechts mij
de hals ten deel en voor
het zuiver oog
onmeetbaar in gebreke

laat mijn lippen zwijgzaam
zijn, verguld verhullen
dat zacht rood
schakeert op juiste tijden

gisting – frouke arns

in de koelte van de kelder verkleurden
je ogen naar een helser blauw
stroeve tannines slopen in je stem

waarmee je ze aanwees, de lang gerijpte
op eiken, de jonge, de zoete en zij bleef maar
vragen over soorten, oogst en streek
met haar hand het stof van de hals

en alles klopte toen jij het ontkurkte
het zachte walsen, het mondjesmaat
proeven en iemand riep aan de trap
waar blijven jullie nou