’s nachts in de grijze stilte
als de zon een stapje opzij doet
luistert Louise mijn dromen af
Zij en ik, wij zijn groot, klein
mentaal afwezig, verbonden met een lijn
Zij en ik, wij zijn groot, klein
spelen met perfectie, lust, liefde
dansen samen in de hete brei
’s nachts in de grijze stilte
als de zon een stapje opzij doet
luistert Louise mijn dromen af
Zij en ik, wij zijn groot, klein
dansen samen in de hete brei
wij, de minnende schimmen
mentaal afwezig, verbonden met een lijn
Resultaten voor het trefwoord groot
Ze hing uiteindelijk toch op, de stilte viel als een druppel water in de goot. Ze hing uiteindelijk toch op.
Ik huil zachtjes, maar niemand die het ziet, van binnen ben ik bij haar, ik hou me groot.
zwart kleedt mooi af, weet ze
dat haar tieten ondanks zwart
veel te groot zijn, vergeet ze
want er is feest in het dorp
en dan moet alles kunnen
lacht ze om het hardst
aan de bar zit een man die
me bekoort, het is haar man
hij rookt, hij wil naar huis
Ze rijmt wat woorden aan elkaar zoals
ze breien leerde. Moeder gaf haar wol
en zette op haar eerste steken
compliment na compliment.
Ze leerde alles, zelfs sokken.
Haalde door en haalde af.
Vesten, truien, tikten pennen
totdat ze op een blad
wat losse woorden die de meester
prachtig vond. Heel haar groot
gestreelde ego stond te blozen.
Eindelijk was ze het middelpunt.
Verder schreef ze, tussen trouwen
kinderen door. Heel haar leven
was veranderd. Heel haar leven
schreef ze door.
ik heb zin om langs een meer te lopen
langs een meer gelopen
ik had zin om langs een meer te lopen
ik liep langs een meer
ik had het hele meer wel rond gewild
de vorm die het toevallig had
afwisselend mijn voeten in het water
en over kademuren
langs de oever
het was hier en daar
een boulevard bijna
het meer is groot
maar niet van alleman verlaten
er mag wel wat bebouwing staan
een stad of dorp desnoods
een verdwaalde kroeg
is meestal wel genoeg
misschien wil ik er ook
een herberg bij
ik heb het meer gezien
vanuit een hoge verte
ik heb zin om langs een meer te lopen
langs een meer gelopen
ik had zin om langs een meer te lopen
ik liep langs een meer
ik heb het meer gezien
vanuit een hoge verte
Dat ze het niet aan zou kunnen,
voor de kat zou gaan denken.
Niet-wetende of het nacht of ochtend is.
Dat is de reden, daarom werd de schrijver boos.
In haar belang, groot of klein:
Als hij iets verkeerd gedaan heeft
dan was het uit liefde.
Op aarde smeekt de regen,
de zon spreekt in zeven delen.
Zoiets zou niemand doen, behalve als je wist
of erger nog als je wil.
In taal zal zij altijd blijven leven,
dat zal hij altijd blijven zeggen.
De wereld verandert, gevoel idem dito.
Alleen de herinnering blijft.
Het allerschoonste aan de bomen is
dat ze geen meningen ventileren
en zich toch staande weten
te houden in een groot bos.
daar dans ik dan, in deze geweldige grootheid
groot als oneindig geweld
mijzelf als dans voorgesteld
die zijn leven bestaat uit pijn
is gewend pijnlijk levend te zijn
al dreef jij verzwolgen door misverstand
was jouw verzwolgen drijven niet mis te verstaan
bloeddruppels vallen hier zwart op wit
bloedend bloeien is de keerzijde van groei
Is een boom niet meer dan een mens
Wat geeft een mens nu eigenlijk
Een boom ademt, lucht en schaduw
Zijn takken deinen zachtjes op de wind
In hoeverre is de mens werkelijk
Behalve dan in de liefde van een kind
daar dans ik dan, in deze geweldige grootheid
groot als oneindig geweld
mijzelf als dans voorgesteld
Omdat liefde in het hart schuilt; niet in de woorden God, Boeddha
of Moeder, luister ik zelden naar het pseudo-spirituele gezemel
dat deze dagen het luchtruim niet uit te meppen is, kan het mij geen
drol, geen donder schelen wie welk ambtskleed draagt, wie voor
welke parochie preekt, hoor ik enkel op welke toon elk hart spreekt.
Nu niet gaan huilen omdat ik jou voor de zoveelste keer op de
waarheid wijs. Jij deed mij veel meer pijn dan jij ooit zal durven
toegeven. Ten faveure van wat? De goedkeuring van goed gekapte
dames die nooit een onvertogen woord laten vallen, die heel hard in
hun handen klappen wanneer jij mij publiekelijk terecht wijst zonder
zelf ooit het achterste van jouw tong te hebben laten zien?
Dapper van je.
Ooit gehoord van simpelweg een arm om een ander heen slaan?
Daarvoor hoef je niet aan de kant van die ander te gaan staan en jouw
zo dierbare Midden te verlaten, een midden dat volgens mij niet meer
dan een door jou verzonnen term voor ontwijkingsgedrag is en dat
bovendien een gebrek aan nederigheid voor het leven, de grote liefde,
de schepper laat zien. Waar komt toch die angst of op z’n minst
afkeuring voor emoties vandaan? Wil je liever niet toegeven wat je
zelf allemaal fout hebt gedaan, hoe jij situaties waarin anderen jou
– soms zelfs moedwillig- schade toebrachten, oogluikend hebt
toegestaan?
De tijd dat jij mij voortdurend de les dacht te moeten lezen is eindelijk
voorbij, al had ik nooit gedacht dat wij zo zouden scheiden, had ik
jouw arm om mij heen verwacht toen ik jou vertelde dat ik als kind bij
verschillende gelegenheden ben verkracht. “ Dat moet je die mensen
maar niet aanrekenen.” zei jij. In plaats van mij te omarmen, hield jij
een hand boven het hoofd van de goorste daders. Toch spreek jij nog
steeds van een groot, warm hart – het jouwe dus.
Heb je dat hartvormige kussentje al in elkaar gezet dat ik jou die ene
kerst kado gaf toen niemand anders dan ik jou bezocht en ik samen
met jou; voor jou huilde, ik mijn arm om jou heen heb geslagen?
Noem mij geen engel; noem mij een mens. Dat maakt met elkaar
praten een heel stuk gemakkelijker, geeft mij het gevoel dat ik net als
de rest van ons mensen hier op aarde ben geboren; dat ik hier thuishoor.
Laat mij dan ook als een mens bestaan en kijk eens naar mij. Zie je die
pijn? Engelen lijden niet; mensen altijd. Dat heeft met de haat op deze
planeet te maken, en er is NIETS verhevens aan zeggen dat je die pijn
hebt ontstegen. Dat gebeurt pas als je sterft. Wat betekent dat jij in dat
veilige midden van je niet ten volste leeft; dat jij jouw eigen zachtste
kern stelselmatig blijft ontwijken en dan stiekem mijn kant opkijkt
omdat ik nooit te beroerd ben geweest om anderen mijn hart, mijn ziel,
mijn liefde te geven. Dat weet iedereen.
Waarom zou jij mij dan jouw omhelzing ontzeggen wanneer ik voor
het eerst van mijn leven laat zien hoeveel verdriet ik echt heb; wat
mensen allemaal met mij hebben uitgevreten? Omdat je dan zou
moeten toegeven dat je dat altijd al hebt geweten en nooit hebt
ingegrepen? Omdat ik grotere pijn heb dan jij? Waarom denk je dat
ik het uitschreeuw? Omdat ik niet van plan ben in de klauwen van een
paar grote klootzakken te blijven leven. Jij blijkbaar wel.
Dat ik op tien manieren kutwijf zeg, betekent niet dat ik er zelf een ben.
Zoals er mensen zijn die anderen de godganse dag met hun oudbakken
woordspelingen vervelen zonder ooit grappig te zijn geweest. Keurig
gekapte dames die bij elke valpartij van mij goedkeurend in hun
handen klappen, die vrouwen als ik aan mootjes hakken omdat zij de
Oermoeders en Alleenheerseressen van dit universum dachten te zijn,
met alle mannen van de wereld spinnend aan hun voeten, almaar om
hun mopjes grinnikend, terwijl de dames in kwestie zich in hun
nauwelijks verholen kwaad verslikken bij het leveren van commentaar
op iets wat ik met grove taal over precies dat als heiligheid vermomde
kwaad op papier heb gezet.
Die dames grijp ik bij hun oude vrouwenharen zodra zij ook maar één
gewelddadige, praatgrage, wijzende vinger naar mij uitsteken. Daar
blijft heden ten dage weinig van over. Geloof het maar, dames.
Hoewel ik veel betere dingen te doen heb, zal ik niet schromen u het
vlees van de botten te trekken als u mij nog eenmaal flikt wat u mij al
eerder flikte. Goed luisteren naar wat mijn hart rikketikt, vuil,
achterbaks verkrachtersloeder met uw naar zwavel en hennapoeder
riekende wasem. Dit zijn louter woorden; u bent de smerigste dader.
Nu u weer.
Amaryllis
bloeit, breekt
open.
Rood vloeit
als bloem
achter mijn
ogen.
Knop kleurt
groot, wordt
aneurysma.
Bloed geurt
naar de dood.

Recente reacties