Resultaten voor het trefwoord graan

when it counts the most – pallas van huizen

De aarde raakt uitgeput, overbevolkt,
grondstoffen raken op, het milieu wordt vuiler
de mens egoïstischer, meer en meer gericht op overleven
in plaats van gewoon leven

Je moet ergens beginnen, het einde nadert,
alle partijen zijn zich aan het bewapenen,
er hoeft er maar een te schieten
en de engelen zijn vertrokken
de hel breekt uit

wat is er daarna nog over?
een kilo goud en een kilo eetbaar graan?
wat zou een ei nou eigenlijk echt kosten?

ik sta voor de ontstekingsknop,
ik kan mijn eigen leven nemen of die van de wereld
een handvol mensen zullen overleven
alles een nieuwe waarde moeten geven
hervalueren

en dan is het wachten
op de volgende oorlog
met stokken en stenen
want wat we nu nog hebben
dat zal er dan niet meer zijn.­

Tot zover,

gelukkig weten u en ik
dat het niet zover hoeft te komen
als we verstandige afspraken met elkaar maken
de noodtoestand vermijden
en elkaar het vertrouwen geven
dat we het goed doen voor elkaar
door het daadwerkelijk ook goed te doen
dus zonder te ruilen, te liegen, te stelen,
geweld te gebruiken of te doden.­

Maar als ik vandaag dan weer naar het nieuws kijk
dan denk ik soms dat het echt niet meer goed gaat komen
omdat er nog zoveel mensen
wel ruilen, liegen, stelen, geweld plegen en doden,
ik sta wel aan de goede kant van de streep en u misschien ook wel,
maar al die anderen? sommige zijn gewoon onwetend…­
wat kunnen we nog van al die anderen verwachten?

als het er echt om gaat?

in infinitum – rob van de zande

Uit al hetgeen met verderf is bezaaid,
Prijkt uw schoon enig tegen jaren aan
Dat oogst fijner dan het jongste graan
In bloei hult waarop oneindigheid laait.

Want als des levens komst u zal verzuren
Of de dood in u zoet een tombe delft,
Zal een helle schim ons als wederhelft
In plaag dopen tot het vergane der uren.

Ik zeg u, liefste, met nederige toon
Dat dit schouwspel u in mondain vertoon
Nimmer naar plotrede zal bezingen,

Want aast aarde op mens als sluwe rover
En laat wereld geen vernuft van zich over,
Toch blijft u erfgoed zijner wentelingen.

warm – sil darius

In de onrust van het wachten
vond ik het gedacht onvindbare.
De klok stond stil, onmerkbaar.
Ze zag me niet en wankelde.

Zoals goud en zilver opgepoetst,
fonkelde je glimlach in de ruimte.
Hij kraste met kromme krammen,
wist zich opgemerkt en spuugde.

Rogge, tarwe, graan en gierst,
als dorre takken in woestijnzand,
weigerden te groeien. Doodzonde.
Maar hij bleef blazen in volharding.

Kom nader, wees niet bang.
Voel mijn handen, ze zijn warm.
Ik blijf bij je, totdat de koude wind
hier niet meer waait, voorgoed.