Hij zag haar onschuldige glimlach met de dag een beetje verdwijnen. De maan viel nog steeds niet uit de lucht. Zijn zwakte, het verlangen was zichtbaar, in elkaar gedoken, gestrest van zichzelf, schoof hij de dagen verder en verder opzij. Besluiteloos was hij zonder haar, zonder zichzelf, zoekend naar iets dat hij nog zou kunnen voelen nu hij weet dat zij er echt, echt niet meer is. Hij kon zich nergens, nergens meer aan vastklampen, haar woorden waren zijn enige zekerheid, een zekerheid die nu voorgoed verdwenen was. Telkens, telkens probeerde hij ergens anders aan te denken… ergens anders, ergens anders, ergens anders... maar elke bloedcel in zijn lichaam, steen in zijn huis, letter in zijn boek, droeg nog haar adem, nog haar naam. Hij kon gewoon nooit meer winnen, niet van haar, niet van zichzelf, niet van de ander, niet van de rest. Zonder haar was hij een lege huls vol wanhoop en verdriet, lucht zonder aarde die helemaal niemand meer kende, niemand meer liefhad, zelfs zichzelf niet meer zag. Hij was onzichtbaar, stuurloos ontspoord door ellende, hij was een gebroken ziel die verdwaald alleen naast de afvalbak lag.
Resultaten voor het trefwoord glimlach
de lente was gemaakt van geuren en van jou
van klanken die je zong waren de dagen
en van de kleuren die je plukte was ons huis
we leefden een optelsom van kleine dingen
maar deze zomer zal het sneeuwen in de tuin
in augustus vriest het dertig graden
en de merels hebben warme truitjes aan
ze zingen een lied dat mij doet huilen
een late middag brengt getemperd licht
dat kaatst van een bevroren weide
felle striemen trekken langs de hemel
een donderen klinkt als in het concertgebouw
ik zal zwijgend zitten in een leunstoel
een lege naast mij hebben voor jou, mijn lief
van je aanwezigheid in geuren dromen
de magnolia in bloei zal een loflied zijn
herfstbladeren zullen vallen uit de kastanje
je naam staat geschreven op ieder blad
een briesje laat ze even zweven
een moment voor ieder woord dat sterft
december zal een maand van zachte regen zijn
een symfonie van druppels spelen op het dak
mijn kat zachtjes laten spinnen van begrijpen
van een weten dat het mensenhoofd niet kent
dan zul jij langzaam uit de nevel komen
mijn lichaam met vreugde binnendringen
warmte verspreidt zich vanuit aanvaarden
een kleine glimlach is mijn nalatenschap
hij stierf
dik in de zeventig
met een glimlach
in zijn stoel
onnozele hansje
net vier
verdronk die dag
in de sloot
dus zwijg maar liever over
hemelse gerechtigheid
De zon kleedt ons uit, schaduw trekt zich terug
Buiten is tijdelijk, binnen tellen de uren niet
Je ogen hebben zich in mijn gedachte vastgeplakt
je glimlach, zich in mijn mondhoeken verstopt
ik swing als ik je zie
ik kan niet ademen zonder blauw
.
vreemd genoeg
vervaagt jouw silhouet
strijkt enkel nog de wind
je lang geleden haren
jij mij
je zeldzame glimlach
wanneer jij
je even, heel heel even vrij
zo anders als zand toen
door je vingers glipte
je huid deed tintelen en
jij één zo één
met ruisen van de bomen
het leven in het gras
het trippelen der poten
van wat het dan ook was
ik las een ander boek
zo een met kronkellijnen
waaraan jij geen houvast
en ik mij, aangepast,
haast elke tekst kon lezen
behalve die van jou
zo anders nou
vreemd genoeg na jaren
dat ik één zo één
het ruisen kan vertalen
dwalend door het bos
een onbelopen pad met
enkel en alleen
mijzelf en mensen geen
maar jou steeds dichterbij
Beste Ylcia,
De bescheidenheid, het zwijgzaam toehoren en spaarzaam spreken,
het heeft een reden, het maakt je niet dood, het maakt je niet sterk,
het geeft je geen eten, geen trots, het maakt je niet gek, niet kapot,
of anderszins anders, het is maar een gedicht, denk eraan terug met
een glimlach, of nooit meer en laat het voor wat het is, het ‘zijn’ kan
veelbelovend en sinister zijn, na lezing zal je denken dat ik dit niet echt
meen, het zij zo, het oordelen, de les laat ik aan jou over …
Pallas van Huizen
// Soms kunnen sommige mensen
(door omstandigheden) niet met elkaar vrijen,
laat staan praten,
dan moet je andere manieren zien te vinden,
om het met elkaar te doen,
het klein contact
kan dan voelen als een injectie
tegengif tegen de pijn,
een schommelende schommel
in de lentezon,
rubber banden en klamme aarde,
uitzicht op water,
lang, lang, lang water
en tijd voor thee of koffie
na de inspanning. //
– De fiets tegen het muurtje.
In gedachten lijken mijn dromen alleen
ik blus de kus van zoete woorden mam
waar waren de tijden van geluk alleen
ik geloof in het stromen door liefde pap
voelen we in oneindige leegtes verder
lijken wegen te sussen in mijn hoofd
om niet meer te smachten naar warmte
Nachten huilen tussen de sterren waar
iedereen slaapt wordt de maan getroost
met lieve gevoelens eenzaam door mijn
betoverende glimlach aan mijn eindeloze
raamkozijn hangt een wereld vol emotie
in tranen van een jongen met vragen los
geslagen in de toekomst van zachte stof
alsof je in het donker aangeraakt wordt
de hand van spieren, citroenen die zoenen,
eerst schrik je
het luchtfietsen in bad, alleen in lauw water
dat zij weten dat ik wel van ze hou
drinkend tot over de rand van duizend
waar een lach of glimlach
geen echte lach of glimlach meer is
herken ik de zwakte
nader niet gewenst
uit zelfbescherming
de andere kant van het verhaal
is dat er geen verhaal is
vaak ben je stil, soms droevig,
meestal over-optimistisch
ik mis je gezicht
zo mooi
heb ik je nooit eerder gezien
vreemd
– jouw onbuigzame lijnen –
een glimlach
of verbeeld ik mij dat maar
je handen bidden niet
zij houden elkaar
Wanneer er gezwegen wordt zonder een glimlach verberg je het gemis
Het verlangen van steun door de afgelopen jaren droefenis
De frustratie willen uitschreeuwen, de pijn die in je hart maalt
door vele teleurstellingen niet weten waar het zich herhaalt
Dan nog de indringende vraag wat mijn karakter vernietigt
Ontwijken door mijn blik af te wenden wordt het beëindigd
Bang om verraden te worden door mijn eigen kijkers
twee zielen die samen komen, beide gekweld door verdriet
Hoop kunnen uitwisselen met je om de stress te bedrukken
alles door te vertrouwen wat een mens kwetsbaar kan verdrukken
De verwijzingen en misleidingen die “mijn” ziel doen uitroeien
ik neem alles voor lief anders zullen de verwijten alleen groeien
Soms willen uitschreeuwen wat in gedachten voorbij vaart
dit vergezellen met een arm die om me heen slaat
Een goed gesprek met een waardevolle ervaring als vervolg
die mij weer een andere kijk op het leven kan aanbieden
Als ik mijn mond open, mijn longen vol zuig met lucht
mijn handen verbergen alsnog de opening zodat er niks vlucht
Maar vingers laten een kleine spleet ontsnappen
net groot genoeg om een zucht te betrappen
Daarna de snijdende stilte terug in mijn hart te verstaan
Vermoeiend als het is; telkens de fout weer begaan
Eindelijk een heldere blik vragend, een geruststelling moeten zijn
toch afslaan en niet uit mijn woorden kunnen komen het ongein
vertrouwen als een vooroordeel kwijtraken in de mens
zenuwen die mijn hoop doen opgeven; het verlies van een wens
Wat zijn wij als mens zijnde toch ongelofelijk ingewikkeld
verborgen in deze wereld, verplicht te onderzoeken

Recente reacties