Resultaten voor het trefwoord geweten

bipolair – jacob van schaijk

een merel zong Ständchen, een alt iets
over een heide, stil en zo ver
harmonie en dissonant in een duet
dat een engelenkoor overtrof

afgunst besloot dat iemand moest boeten
en de film opnieuw zou draaien
te beginnen bij de introductiescène
alsof alles nog pas gisteren was

de draden slijm toen je huilde
of ik dan niet meer van je hield
en het juist was omdat ik zoveel om
je gaf, maar zeggen kon ik het niet

het nachtenlange zwerven
door lege straten en langs havens
van drank naar rood licht, bij vlagen
wetend dat ik mij niet aan moest stellen

en steeds weer het onvermijdelijke
van niet tot daden overgaan
wat ik al die tijd van binnen
wel had geweten

vals plat – iniduo

het bovenlichaam buigt
over onverzadigde vragen

enig daglicht dringt door
tot binnenhuidse lagen

het geweten, hoewel loos of niet
is het almaar weten zat

draagt het kale hoofd een hoed
ter ontluiking van het haarvat

geweten – jan bontje

woorden ontkiemen
als zatte zilte zoete zotte zaden
door een eonenoude drang
die ook hersencellen voortbracht
achteruitbracht
maar niet op Mars
(al zou dat moeten moeten en moeten mogen
nu het alfabet van Eos bijna compleet is
in oneindig veel varianten)

de rivier van Herakleitos vloeitstroomt naar haar bron
bereikt bestrijkt bevloeit omspoelt overstroomt
ongekende hoogten dieper dan de Filipijnse trog

Mohammed en Ali-bi-seksueel
dragen strooien hoeden
de laatste modus vivendi
vereist dat iedereen zich onthoudt
van uitlatingen en gedragingen
die anderen het recht ontzeggen ontnemen
te zijn zoals ze anders zijn

intussen bloeien
de seringen
laat de Amanogawa inclusief hemelnajagende slak
zich niet onbetuigd
: strooit sterren
over het zwartegatengevulde tapijt van het universum
aangevreten door wormgaten

helverlichte winkelcentra
die in elke stad
het laatste restje
authenticiteit
epidemisch verzieken

dan draai ik me om
en zeg de cipiers van jouw geweten gedag

apocrief eutecticum – joost de jonge

boei mij boeheer, boei

Ik zie de dingen niet
Die de tijd achter zich liet
Noch de dingen die komen gaan.

Verpletter mijn verstand O oude wijze
Verbijster mijn geweten allerliefste
Muze van vertwijfeling, ’s werelds enige

Paarden dragen mensen die als paarden zijn
Vrouwen nemen mannen die vrouwen mennen
En als dan het paard onrustig draaft door de nacht
Ment de oude wijze de zegen van verstandsverbijstering

Die verwijlt in het Oerlicht onaangetast
Die verruilt gedachten voor zegeningen
Die verruilt uitwaseming voor uitkristallisering

Ook al heeft oude wijze manieren, ’t is geen vorm
Vermaak je gerust wildebras, maar
Je moet mij niet verloenen
Wijl hij verpoosde in de voorhof van wildvang

Wij wijzen naar godsvrucht
Hoe ook zullen zij uitvloeien
Die vreesden en dwaalden
Hovaardig, verbijsterd, dat ik niet besta
Verbeus zonder houvast
Het zoetgevooisde failliet van verbositeit

boei mij boeheer, boei

Jij ziet de dingen wel
Ook onder de sluier van een vaarwel
Evenknie van Euterpe

het laatste nieuws – jan van heemst

Tezamen met het avondeten,
wordt alles op mijn bord gesmeten:
van vrouwen die zijn aangerand,
tot huizen die zijn afgebrand
en een failliete winkelketen.

Dan vloeit er bloed uit verre landen
dat ik verwijder van mijn handen
met het servet dat naast mij ligt.
De wereld wordt nu doorgelicht
op muiterij en wantoestanden.

Maar ik heb smakelijk gegeten
en krijg pas last van mijn geweten
als ik het eten aan laat branden.

beneden is het stil – yvonne van der haven

als je dan in het harnas sterft
moet je het ook maar goed doen
zul je niet gedacht hebben

dat de koningin door jou
rechtsomkeert moest maken
zul je niet geweten hebben

of het boven stil is
vraag ik me af
en of jij dat nu weet
 
 
 
I.M. Jeroen Willems

fantast – barbara trienen

verwacht
je te verwachten
dat ik jouw verwacht
je in mijn bed bedacht
over denk en over schenk
proost ik op ons verlangen
woorden die mijn geweten niet ontvangen
in de stilte zeg ik jou
driemaal raden,

ik slaap vannacht naast jou

brief – stien van de wal

begrijp het volkomen,
een verzinsel dat betekenis
niet kent, weemoed en
leeg onverschil verheft
tot onware klanken

een balpen van de Hema
armetierig in jouw hand
vervuilt slecht papier
door verdichte gedachten
van lelijke tekens

goedkope inkt
vraagt geweten

memo – ploos

memootjes
zakelijk
pragmatisch kris en kras de kattebellen
notities
overal op koelkast en op vriezer
op deuren tassen ramen spiegels
op armen benen billen
wat je wil houden
kan op het lijf geschreven

wat moet ik doen wat moet ik blijven weten hoe
waar haalt de tijd
de tijd vandaan en
mij niet in
hier word ik moe
verliezer

memorandum
zo rustiger dat woord
wat geweten
dan gedaan moet worden
als het ware teder
tijdgenegeerd
vaart minderen
wit in regels
geschreven met een vogelveder

vulpennen drogen vergeten
uit