Resultaten voor het trefwoord gevoelens

synchroniciteit – peter wullen

een kalief het zwijgen opleggen
de wrede ibn al-mu’tazz
kraakt het motief

ontdekt het causaal verband
tussen woord en gevoelens

ongeveer gelijktijdig
aan de andere kant van de beschaving
in een wereld aan de rand

beklaagt de keltische schone laidan
het lot van cuirithir en
schiet er het leven bij in

in twee duizend en veertien
koppelen we de lenigheid
van de geest aan de fysieke
souplesse

van pangur bán

het onbetreden pad – christos makrigianis

Inleiding

Vrees niet kom nader lezer, hoop of gelukzaligheid kent hier geen
plek enkel de verderfelijkheid en vergankelijkheid van het leven, de liefde
zit naast ons bij het vuur. Ik zal je leiden tot het pad van decadentie,
zij die hoop kennen zullen deze afzweren. Zij die vergankelijkheid ervaren
zullen het pad kennen. Doch het pad is duister, en diep, maar
het eind is een beproeving voor de volledige duisternis die
het leven biedt. Kom luister naar mij, en volg mij dan. Laat
je wezen, je moraliteit hier achter, gooi deze in het vuur. Waar
wij heen gaan is geen plaats voor twijfel, geen plaats voor
licht, de dood hangt om ons heen. Knikt en geeft ons de zin,
de Styx zullen we doorkruisen en vele vergane poëten zullen ons pad kruisen.
Het is geen zaligheid die men hier ontvangt, enkel de koude, steenkoude
vergankelijkheid van de doodsteek van de liefde, en mijn leven.

Verleden dag

De geur van Gauloises, Chesterfield hangt nog in de lucht.
Mijn ogen hebben zich enkel geopend, maar kunnen lang,
lang nog niet zien. De fles ligt naast me, leeg, waar ben ik
in vergaan, en wie is diegene die mij het pad heeft gewezen?
Met gebroken passen, vult mijn hoofd herinneringen aan, ik
sta op verga, steek de sigaret aan en denk aan wat, wat er gebeurd is.
De kamer kleurt weer van de rook, de asbak allang overvol,
ik kijk naar buiten de zon heeft zijn gezicht al getoond, en het
enige wat ik wil is duisternis als het deken over het vergankelijk
leven aanschouwen. Ik sluit mijn ogen en denk na, wat heeft
tot het punt van het niets geleidt, waarom ben ik hier aan verwant.

Openbaring

Gefrustreerd vergeten dromen vertrok ik naar een nieuw
verderfelijk leven, school een leraar zal ik worden, of niet.
Mijn hart al jaren geleden de hoop op iets van gelukzaligheid
opgegeven, stortte zich weer de afgrond in. Van de ene naar
de andere klas vertrok ik, aanschouwde blauw, maar geen
idee wat er zal gebeuren, wat er kon gebeuren. Determinisme
is pure ondergang. Had mijn hart maar niet zo snel de ketens
om zich heen gebroken, gewacht tot mijn intellect het,
het juiste moment aangaf. Maar nee, ik dwaal af.
In terugblik naar alles gaf Baudelaire het juiste te kennen:

Daal, jij uit hoogten af of stijg je uit ravijnen,
O Schoonheid? Hels en hemels mengt je oog zijn schijn,
die ons met weldaad streelt, met misdaad ons komt pijnen,
en daarom ben je vergelijkbaar met wijn.

De blik, blauw, mijn blik liep langs jou heen, hoe
zou ik je kunnen aanschouwen. Verborgen achter bergen,
muren zoals jij was, en nu alweer terug bent gekeerd.
Had ik maar zoals ik mijn lezers waarschuw, hoop, hoop
opgegeven. Maar nee het idee is nu zelfs verderfelijk,
doch vloeit het bloed uit mijn hart, en zie ik wit.
Toenadering beetje bij beetje, de eens saaie treinreizen,
alleen, nu met gezelschap kunnen delend. Woorden
over hoe ik, waarover ik nadacht ontgingen mij niet.
Doch brak het moment , op de dag waarop dronkenschap
in het teken staat van school, aan. Ik liet de eens
voor mezelf behouden, vergankelijke driften in mijn hart
tot een uiting kom. “ Ik vind je leuk” , in retrospect
is die uiting geworden tot het breekpunt van mijn
ontroostbaar, gestoken hart dat zich over liet gaan in liefde.

De vraag die zich nu door mijn hoofd spookt,
is de uiting dom, onwetend, niet doordacht gebeurd,
is tijd, ruimte de essentie van diens leven, en het doorkruisen
van problemen. Het laten helen van wonden, het
verschaffen van de nu vergeten kansen. Wie weet,
dronken sla ik weer de bladzijde om , as valt
op de pagina, het barre landschap is nu aanwezig,
de herkenbare verstarde realiteit, die niets, maar
dan ook niets overlaat aan nieuwe kansen, maar
gewoon, altijd maar blijft en blijft.

Doch ik ben nu al verder gevorderd in het verhaal,
dit punt is nog getrokken, enkel de teistering van mijn
hart vanwege een vrouw, gesloten, wiens muren
uiteindelijk breken onder druk. Wie, had die gedacht,
is de ironische opmerking, alles kan kapot, hier, hier
van toepassing. Ik denk niet, ik denk van niet. Nee,
doch brak het, bij de vordering van de tijd, het verval van
onze jeugd, en de groeiende aantrekkingskracht.
Het breekpunt brak iets nieuws aan, een periode
van fluitende vogels, altijd maar zonnige dag, of
zo dacht ik dat het zou gaan. De eerst kus gedeeld,
tijd stond even stil, doch deed het dat niet. Doch vordert,
en vordert te tijd. Er kwam de dag van stilte, het weekend
ervoor was die al gevallen. Duizenden vragen, scenario’s
spookten, spookten door mijn hoofd. In mijn kamer, gesloten,
de telefoon ging af, ze kwam langs. De deur had nooit geopend
moeten worden, of de telefoon beantwoord denk ik,
hoewel dat later dan nog zal zijn voorgevallen. Rationaliteit,
is nu wel opeens aanwezig, waar oh waar was jij eerst.

Ze verliet de kamer, en de rest is de verleden dag.
Het gesprek verwerkt, terug bij het voorgaande, viel
er, en de fles whisky werd beetje bij beetje gedronken.

Hel, wel op Aarde

Dagen na de leegte van de fles whisky, de leegte van
mijn leven liet blijken, en sigaret na sigaret, of bier na
bier mijn hart niet deed verdorven maar enkel meer deed bezwijken.
Viel ik elke dag weer neer, dronkenschap een uitlaatklep
van een verloren ziel, geen grip, of geen begrip op of voor
gevoel.

     Ik is een ander

Ontwikkelingen, verandering, de weg waarnaar toe het zal
leiden grijp ik aan, maar de intense hitte, van hart,
van gevoelsmatige destructie, na het dronkenschap,
want daarvoor ben ik verdoofd, is ondraaglijk.
Zijn de poorten al op aarde, of ben ik zelf al neergedaald.
Is de eeuwige pijn, de merken op mijn lichaam,
de merken van vergankelijkheid op deze aarde.
Kon de verdoving des harts plaats vinden,
nee dat is een luxe niet geleverd voor de doodgedronken poet.

                MY heart aches, and a drowsy numbness pains
                My sense, as though of hemlock I had drunk,
                Or emptied some dull opiate to the drains
                 One minute past, and Lethe-wards had sunk:

Opiaten, verdoving van zowel ziel als geest, als hart.
Interessant als keuze, doch blijft drank de uitverkoren zoals
elke verderfelijk wind die door mijn leven waait,
wordt weggedronken door drank. De fles die de leegte,
nadert, nadert de onsterfelijkheid van mijn liefde, maar
niet van mijn gevoelens hun pracht. Ik loop, loop
de duisternis rond, de wandeling in het park niet ver hier vandaan.
Die bomen lachen, de wolken huilen, en ik verga.
Het mes nog steeds gestoken, in mijn wezen, in mijn hart,
blijft zitten als aandenken aan haar. De geur staat me bij,
ik zie alles zoals een tijd geleden was, nu voor me,
zo helder, als de dronkenschap het me toelaat, zeer onverwacht.
Dagen slijten weg, gebroken slenter ik de straten op, op
zoek naar; dat weet niemand en vooral ik niet.
De wind fluisterde ik vernam het van Keats, zijn stem
schreeuwde door mijn gedachte en de dolksteek was nu
pas diep. Volgde er een gesprek, voor de hereniging van oude
idealen, misschien wel de uiting van een waanbeeld die
spookt in hoofden. Nee, nee, de duisternis en mijn dronkenschap
sloten hun vriendschap, troostte mij met hun vooruitzicht van
de uiting van mijn gebroken wezen, van de onzekerheid die nu
volgde. Vol walging, of afschuw zie ik de tijd en het verloop
nu tegemoet. Zal zich herstellen, zoals zij zich herenigt heeft.
Wie wiet, wie weet. De blauwe ogen zijn de poorten van
hel, blauw is zwart, en de duisternis voelt zich ermee verbonden,
zoals ik doe, zoals mijn pracht.

Nu

De drank heeft tekens geplaatst op mijn lichaam, verward
niet wetend wat ik moet doen, verviel ik creaties buiten mij om
en in de verwerking van de daden van haar hart. Nu zie ik waar
de engel zich van had ontrokken, niet van hemel of hel, maar van
de verachting die heerst op deze aarde. Kan ik het plaatsen,
is de verwerking onmogelijk. Zal ik me weer verder beetje bij
beetje de dood in verdrinken, en met het roken de vergankelijkheid
van mijn leven laten inzien. Is de tijd genaderd, voor een nieuwe weg,
een nieuw pad, onbetreden, maagdelijk als de dag waarop ik het zag.
Nee schreeuwt mijn hart, ja mijn hoofd. Twee strijd woedt, ik ben verslagen,
maar nieuwsgierig naar verandering en revolutionaire daden,
en niet in woorden verzinken. De zon, gaf weer blijk van leven,
van nieuwe paden te betreden, nieuwe stappen te nemen. Ik voel
een vreemde manier van melancholie, met euforie, ze heeft haar plaats
gevonden en ik zie wel waar Absinthe mij nu zal doen ontwaken.
Liefde om me heen, gevoelens uiten zich keer om keer, ik verga
in pijn met vreugde in haar hereniging. Gelukzalig
treedt ze verder, ik volg niet ik ben onzeker, en verward.

dissident – hans van willigenburg

Wat ik tot dusver heb gedaan met mijn leven is weinig,
ik heb het niet op straat gegooid,
niet geslagen,
niet geaaid,
niet één keer nauwkeurig bekeken.

Ik houd mijn handen thuis en sluit bij voorkeur mijn ogen.

Wat ik tot dusver heb gedaan met mijn leven is weinig,
nee schudden,
zuchten,
steunen,
uitblazen van niets,
daar ben ik grotendeels mee bezig geweest.

Ik behoor bij uitstek tot de mensensoort dat men oproept te ontwaken
ter verbetering van het een of ander.

Met het leven weinig doen
is iets waarvan ik merk dat anderen dan ik zich er ongemakkelijk bij voelen.

Aangezien ik niet van plan ben me zelf ongemakkelijk te gaan voelen ga ik gewoon door
met het leven weinig te doen.

Ik zeg: laat het maar een opdracht voor die anderen zijn
hun gevoelens van ongemak te leren beheersen
terwijl ik mijn leven alweer niet oppak
hangend in een stoel
volle dagen naar iets staar
waarvan ik niets verlang

het minste een droom of idee waaraan ik zou kunnen werken.

beelden – debby visser-neale

Denken wil ik niet, dus wandel ik
een gracht, een woonboot, een brug,
een eend die kwaakt,
een boot die voorbijvaart,
zijn als beelden van mijn leven
geprojecteerd op wat ik zie

als ik knipper is het beeld vernieuwd, de envelop vergeeld,
en is er mist in mijn ogen, gevoelens diep ingevroren,
in een etalage kijken de ogen van een vreemde
me aan, dat ben ik zelf, ik kijk van onderen op
mezelf en onberoerd kom ik haar tegen,
de vrouw die ik bezie.

verpaupering – hanny van alphen

hier druist de aanpalende muur
tegen alle gevoelens in
van het gewezen patriciërshuis

de dubbele deur – Europees eiken –
met hand gesmede klink
kraakt en braakt wat vocht naar buiten

welk een onverlaat metselt
fabrieksgebakken steen op waalformaat
aan mijn gevel van puur natuur

steen uit rotsen gehouwen
ik ben een monument,
eeuwen adelen in mijn gelauwerde huid

mijn ogen breken, met straffe wind mee
zal ik me wreken, vanaf de vorst
duvel ik mijn dak op die dekselse buur

* – onbezield

papier is geduldig
ik niet

een aanrollende golf van woorden, gevoelens, klacht, smart, misère, dood, dood, wensen, energieloosheid, op, moeheid, verontwaardiging, pijn, lefloosheid, lijdzaamheid, dood, zelfmoord, depressie, angst
doet acteren

een era van zwijgen is voorbij
lijdzaam toezien is een gepasseerd station

hoe zou ik graag
weer mijn ogen openen
zonder tranen overzien
vrij ademen
mijn wereld, jouw wereld

* – kaergbo

we drinken cocktails
met gemengde gevoelens
lijkt de tijd
zich coulanter op te stellen
toch
al wordt ze nooit
ouder dan ik
ouder wordt ze wel

* – {{{ïe-e-ïet-e-iët-e-ïet-e-iets}}}

PÜÜB’
op dak geld in 1week uitgegeven[’s irene ’n sirene]
[’s irene ’n sirene]2 bronstige jongens alle geld op

trekt aandacht v. introvert meisje gevoelens/ga&explodeer
alleen in dagboek kwijt [’s irene ’n sirene]trekt
P‼PPÜÜÜÜ-P‼PPÜÜÜ‼ÜÜ‼ÜÜÜ‼ÜÜÜB’B’B’B’B’B’|

[’s irene ’n sirene]strand struinen emoties+energie
ontploffen staan tegenhanger knoopt zich (performance)op
P‼PPÜÏÏÏÏÏÏ-P‼PPÜÏÏÏÏÏÏÏÜ‼Ü‼ÜÜÜ‼ÜÜÜB’B’B’B’B’B’|

stronteigenwijs=rijk schoolavond[’s irene ’n sirene]
toen leeftijd negen/5dgn lang zitten op dak zonder verstand
P‼PPÜÜÜÜ-P‼PPÜÜÜ‼ÜÜ‼ÜÜÜ‼ÜÜÜB’B’B’B’B’B’|

[’s irene ’n sirene]litteken twee levensechte tieners
mysterieuze telefoontjes ouders in waan>van ver buik kijken
P‼PPÜÏÏÏÏÏÏ-P‼PPÜÏÏÏÏÏÏÏÜ‼Ü‼ÜÜÜ‼ÜÜÜB’B’B’B’B’B’|

vanaf comfortabel dakterras lach[’s irene ’n sirene]
toe hoe politie in te schakelen/huis in douchen+eten pakken
P‼PPÜÏÏÏÏÏÏ-P‼PPÜÏÏÏÏÏÏÏÜ‼Ü‼ÜÜÜ‼ÜÜÜB’B’B’B’B’B’|

[’s irene ’n sirene]levensecht in voetsporen treden
na 5dgn over rand keek&moeder zag huilen/groot avontuur
P‼PPÜÏÏÏÏÏÏ-P‼PPÜÏÏÏÏÏÏÏÜ‼Ü‼ÜÜÜ‼ÜÜÜB’B’B’B’B’B’|