het zal strikt genomen
geen poëzie zijn
maar gewoon een stukje
porno weet je
maar ik heb mogen neuken
nikki blond off camera
ze had vakantie
en anders vond ze
het net werken
niemand weet nu wie
ik ben zelfs zij
is alles vergeten
leuke drugs ze zei
jij neukt echt
het beste van al
en wat een lekkere lul
heb jij perfect
wat moet ik nu
wil van mijn hobby
geen werk maken
broertje dood aan
geldingsdrang men
moet me wel geloven
Resultaten voor het trefwoord geloven
Al dat gelul. Het blijft maar hangen.
Wie het hardste schreeuwt, met stenen
gooit of modder. Het blijft behelpen
allemaal, en toch geloven in je achter-
hoofd, toch blijven hopen. Je schuift
de dood wat voor je uit, vijf graden
meer of minder, zeg je, maakt niets
uit. Het wordt echt beter. Verder gaan,
lopen desnoods, of kruipen uit je wieg.
Iets is er toch, iets. Een fles wordt
aan je mond gedrukt, je had gehoopt
op borsten. Je zwijgt je eigen
wereld in. Je drinkt. Je denkt.
Je geeft het ruim voldoende.
sommigen geloven
(mij) niet
(de) anderen
sjoemelen (altijd)
‘Democratie’: net als ‘God’
een naar niets verwijzend woord
– waarin we allen willen geloven
als we de stem des volks
hebben gehoord.
ik moet inhalen
al die dagen, maanden
vol van waarden
zonder lachen smaal ik
om het niets, ik
sla de trossen uit de bomen
maar drink geen wijn, ik
haal de wind uit tunnels
waar geen mens wordt getest
waar geen techniek meer huist
en de cultuur wegkruipt
met de laatste muizen mee
altijd buiten
grafvelden zijn de plekken waar nog huist
losse botten
binden geen braveriken
toen ik bedacht wat me voor me rende
sloeg ik zelf op de vlucht
Ik maak iedereen wijs dat ik vrij ben
Ze geloven mij
Ik zeg tegen de oude kruisboogschutter
Dat ik naar de supermarkt ga
Hij gelooft mij niet
Hij denkt dat ik naar mijn moeder ga
Om haar abrikozenconfituur te stelen.
Ik huppel naar de supermarkt
Een man vraagt wil ik een petitie ondertekenen?
Tegen ratten in doolhoven
Hij toont foto’s
Van zijn dochter toen ze tien was
Verkleed als verkrachte Vikingvrouw,
Als Colombiaanse sjamaan, als Mickey Mouse.
In de supermarkt wil een vrouw weten
Waarom ik staar naar de prothese van haar kind
Een oude man plast in de bak afgeprijsde kalfskoteletten
Niemand zegt dat het niet erg is
Dat hij zich niet moet schamen
Dat hij de blikken vandaag niet moet betalen
Mijn minst favoriete caissière beweert:
Zo’n vader heb ik thuis ook!
Ik betaal mijn bokalen
Met schorre stem en gepast geld
Als ze leeg zijn mogen er insecten in
Zonder ademgaten ben ik geen haar beter
Dan die Chinese laboranten
Of waren het Japanse
Het heeft geen belang; ik heb niet getekend.
1)
het gaat er niet om
met wie je in bed ligt
het gaat er om
met wie je getrouwd ben
2)
het is een wonder maar
ook een christen kan niet toveren
of zorgdragen voor iedereen
3)
langzamerhand zien steeds meer mensen
voordelen in dit ongelofelijke akkoord
4)
echt racistische zaken zijn we
nog niet tegen gekomen
Dat volwassen mensen
zo kinderachtig kunnen zijn.
“Ik vind het ook moeilijk te geloven.”
Ach was ik maar
een brandweerman gebleven,
een dokter in een zaal.
“Doktertje spelen!”
Brandblussen met zand,
het vuur laait altijd weer op.
“Ik vind het moeilijk te geloven.”
Hij legt zijn bankschroef
teder om haar hals
ontlokt haar
zacht
een zuchtje:
onstuimig verlangen naar
– althans dat laat hij
me geloven –
mij, de eenzame
drinker, zijn
gast
Hij houdt zijn voordracht mijn zoon
Studeert af geheel in het Engels
Iets over computers het duurt lang
Aan het aanwijslichtje kan ik zien
Gespannen trillende handen
Gisteren moed in gedronken misschien
Het levert een negen goh ik wist
Dat hij slim maar niet zo’n knappe kop
Ik heb wel eens gelezen
Dat intelligentie via de moeder
Of hij dat niet wil vergeten
Verder niet alles geloven
Wat geschreven en in kranten
Wordt beweerd.

Recente reacties