Resultaten voor het trefwoord gauw

de mossel is al heel gauw blinder dan de steen – jos van daanen

Ik kan je niet meer lezen
zei de mossel tegen de steen,
je gezicht is te verstrakt en je wezen
is diep weggezonken in je huid.

Gisteren kwam je nog zo heerlijk langs
mijn randjes schuren, sleet je nog
mijn scherpe kantjes, klopte je op mijn rug
om te kijken of ik binnen was.

En nu lijk je me dan zo verlaten
en voor eeuwig in jezelf gekeerd,
mijn lief, mijn steen, mijn ooit
zo gladgesleten zielemaat.

tussen barbaarsheid en cultuur – elize augustinus

Om ons heen een mysterieus mengsel van
barbaarsheid en cultuur.
Ik zit niet gauw bij de pakken neer.
Met ’t hart naar zonsopgang gekeerd
zing ik graag boven elk soort van wreedheid.
Zo ontsnap ik als een wonder aan de salvo’s van buksen.

Tegenover mijn schrijftafel staat de boekenkast;
Parel van de Zon.
Op de tafel van eikenhout ligt een kogelwerend vest.
Rondom parels cirkelen gewonden vogels vol met stof
en luizen in hun veren.

Nadat men mij de oorlog heeft verklaard
trek ik mijn kogelwerend vest aan.
Zo trek ik ten strijde.
Wie kaatst kan beter geen
losse flodders verwachten.

Collega Rudolf van de lage
Weer-Stand. heeft nog nooit
een kogelwerend vest gedragen.
Hij kreeg panaritium in zijn vingers.
Een vaststaand feit dit chronisch fijt.

Vannacht droomde ik dat ze allemaal
de fijt hadden gekregen.
Niets stond mij nu meer in de weg.
Ik schreef bundels vol met gedichten.
Eén daarvan stond bovenaan in de top tien.

Man kan kein kranken Menschen ohne Liebe heilen.
Vanuit mijn bed kijk ik door het venster naar buiten.
Langzaam wrijf ik de droom uit m’n ogen.
Ik zie hoe de zon opkomt.
De geur van koffie maakt mij pas echt wakker.
Ik loop naar de boekenkast.
En trek voortaan preventief mijn harnas aan.
En nu schieten maar!