Resultaten voor het trefwoord fruit

de honingboom – iniduo

het was begoocheling
toen ik een foto van gewortelde schaduw trok
ik weet nog hoe het rook
de savanne van het warme hart
de kou van de eenzame toendra
ik ben vergeten hoe het voelde
de gouden mist, de ochtend van de nachtbraker
het laaghangend fruit

in je kop draag je nog vrucht
je bast is gegroefd, je dagvlieg gevangen in amberstroop
onvermijdelijk en gedurig
om alleenstaand mensenlevens te volharden
doe het niet, heb geduld
zet de aarde naar jouw hand

voor pablo – maaike klaster

1.
 
Omdat ik trek in fruit heb, eet ik een ijsje.
Zoals ik toen ik vijftien was voor het eerst met iemand lag te zoenen
onder een lange, leren gestapojas,
dat laatste was een grap,
maar wij weten wat wij ermee bedoelen.
 
 
2.
 
Buiten vinden we nog geen vlinders,
daarom zing ik er één voor jou, heel vals,
midden in de nacht, en jij lacht heel hard,
maakt straks nog iemand wakker.
Mij kan het in ieder geval niets schelen:
ik weet dat ik hierna weer heel lang moet wachten.
 
 
3.
 
Zoenen heeft niets te betekenen, zeggen ze.
Daarom mag je blijkbaar zomaar je tong in andermans
mond steken zonder veroordeeld te worden, laten prostituees
zich betalen voor seks zonder mond op mond contact.
Dit was beter dan wat wie dan ook ooit over seks heeft gezegd.
Ik weet tenminste zeker dat één van ons nooit beter heeft gehad.

huishoudelijke mededeling – martin m aart de jong

ik lepel iedere dag wat havermout
naar binnen. slik liters zonlicht
in en peins een hagelbui.het stormt
soms maar meestal waait het willig

kleine blaadjes. meisjesnaampjes.

overleg. mijn brein breit.schakelt.
concludeert tenslotte. niets.

ik haal het uit.verslind de yoghurt.
fruit. ik ben gezond meneer. er is
niets mis. er is verandering.
het is beslist.

een supermarkt in leiden* – martin m aart de jong

Wat denk ik aan jou vannacht Herman Gorter
want ik liep over de stoep vandaag
met een kater, schuldbewust kijkend
naar de volle maan.
In mijn hongerige moeheid
en winkelend naar beelden
ging ik de fruit verlichte
supermarkt binnen,
dromend van jouw vergelijkingen.

Wat een perzikken en penumbra’s
hele families uit winkelen
vannacht. De paden vol echtgenoten
vrouwen in de avocado’s, kinderen
in de tomaten! –en jij Vincent van Gogh
wat deed jouw neus in de watermeloenen?

Ik zag jou Herman Gorter, oude
starre saloncommunist,
porrend met je paraplu
tussen de kippetjes in de vriezer
je blik op de verse meisjes.

Ik hoorde je vragen stellen. Wie houdt
er van bananen, wie eet er een hapje mee vannacht,
ben jij mijn engeltje?

Ik zwierf tussen torens van kleurige blikken
ik volgde je en mijn verbeelding werd achterna
gezeten door de winkelbeveiliging.

We liepen gebroederlijk tussen de schappen
in onze gedeelde eenzame liefhebberij
proefden we artisjok, bezaten we al
de ingevroren lekkernijen
en kwamen we de kassa niet voorbij.

Waar gaan we heen, Gortertje? De winkel
sluit binnen een uur. Waarheen wijst je vinger
vannacht, naar links of naar rechts?

(Ik raak Mei aan en droom van onze
zwerftocht in de supermarkt, ik voel me gestoord)

Zullen we de hele nacht door eenzame straten lopen?
De bomen stapelen schaduwen op, de lichten gaan uit
in de huizen. We zullen allebei eenzaam zijn.

Zullen we verder dwalen, dromend
van het vergeten Nederland van netheid
en orde, liefde voor de natuur
voorbij rijen auto’s op parkeerplaatsen
op weg naar ons lieflijke bungalowtje
in het groen?

Ach dichtertje, mislukte politicus
met je rijen vol vergelijking
wat voor Nederland had jij
toen je van de bergen in elkaar stortte

en je er vandoor ging, met pijn
in je hart op weg naar dit land

en je verdween met al die ongeschreven maanden.

 

 

 

* vrij naar “a supermarket in California” – Allen Ginsberg

in de verte – bob elias

In de verte
achter een horizon
van traag licht

Ruist het lachen
van een kind
langs rijpend fruit

In de boomgaard
waar de rups
de appel mijdt

En sterft
voor het geluk
van een vlinder