Resultaten voor het trefwoord frans van eijk

lente – frans van eijk

wekenlang zag ik
het wachten
van mijn boom
grijs en stil
zoals de hele tuin

zijn gedempte staan
onopvallend
tegen de koude lucht

deze morgen zag ik
hem tussen jong gras

en schrok hoe
hoe dood hij al was

aarde – frans van eijk

toen het schelpenpad niet langer
knarste onder onze voetstappen
stonden we stil naast
een opengeslagen deken
van zwarte aarde

de stof van ons nette pak
kon niet verhullen dat we
waren als breekbaar glas

zo vertrouwd als de aarde
was met haar rusten
zo nieuw was ons dit afscheid

alleen de bank had iets bekends
van toen we samen zaten
en aarde alleen nog tuin was

kamer 3.21 noord – frans van eijk

verlangen ligt gebroken in bed
te vaak bedrogen en misbruikt
hongerig naar vervulling en geborgenheid
aan hijgerige stemmen haar hart geleend
maar steeds opnieuw bedrogen

het maalt maar door
de vragen
zonder moed om
het antwoord te slikken

waarom mag ik
niet oprecht zijn
niet zijn wie ik ben
waarom van god en hoop verlaten

onder een laken dat moet troosten
hoekig tegenover de deur
en de witte broekpakken
ligt ze op haar zij gedraaid

het stoplicht springt op groen

op zoek naar roddels
bezoekt het burgerfatsoen
met fruit en bloemen zijn vrienden

realist stapt haar kamer in
bekijkt dankbaar
dat ze nog hier ligt
en niet op een spoorlijn
haar breekbare rug

hou me vast
al is het even maar

het laken wringt en schokt zich
tot de vorm van haar verdriet

als ze stopt met huilen
laat realist verlangen los

morgen zal ik er voor je zijn