wekenlang zag ik
het wachten
van mijn boom
grijs en stil
zoals de hele tuin
zijn gedempte staan
onopvallend
tegen de koude lucht
deze morgen zag ik
hem tussen jong gras
en schrok hoe
hoe dood hij al was
wekenlang zag ik
het wachten
van mijn boom
grijs en stil
zoals de hele tuin
zijn gedempte staan
onopvallend
tegen de koude lucht
deze morgen zag ik
hem tussen jong gras
en schrok hoe
hoe dood hij al was
toen het schelpenpad niet langer
knarste onder onze voetstappen
stonden we stil naast
een opengeslagen deken
van zwarte aarde
de stof van ons nette pak
kon niet verhullen dat we
waren als breekbaar glas
zo vertrouwd als de aarde
was met haar rusten
zo nieuw was ons dit afscheid
alleen de bank had iets bekends
van toen we samen zaten
en aarde alleen nog tuin was
verlangen ligt gebroken in bed
te vaak bedrogen en misbruikt
hongerig naar vervulling en geborgenheid
aan hijgerige stemmen haar hart geleend
maar steeds opnieuw bedrogen
het maalt maar door
de vragen
zonder moed om
het antwoord te slikken
waarom mag ik
niet oprecht zijn
niet zijn wie ik ben
waarom van god en hoop verlaten
onder een laken dat moet troosten
hoekig tegenover de deur
en de witte broekpakken
ligt ze op haar zij gedraaid
het stoplicht springt op groen
op zoek naar roddels
bezoekt het burgerfatsoen
met fruit en bloemen zijn vrienden
realist stapt haar kamer in
bekijkt dankbaar
dat ze nog hier ligt
en niet op een spoorlijn
haar breekbare rug
hou me vast
al is het even maar
het laken wringt en schokt zich
tot de vorm van haar verdriet
als ze stopt met huilen
laat realist verlangen los
morgen zal ik er voor je zijn
Recente reacties