Resultaten voor het trefwoord film

bipolair – jacob van schaijk

een merel zong Ständchen, een alt iets
over een heide, stil en zo ver
harmonie en dissonant in een duet
dat een engelenkoor overtrof

afgunst besloot dat iemand moest boeten
en de film opnieuw zou draaien
te beginnen bij de introductiescène
alsof alles nog pas gisteren was

de draden slijm toen je huilde
of ik dan niet meer van je hield
en het juist was omdat ik zoveel om
je gaf, maar zeggen kon ik het niet

het nachtenlange zwerven
door lege straten en langs havens
van drank naar rood licht, bij vlagen
wetend dat ik mij niet aan moest stellen

en steeds weer het onvermijdelijke
van niet tot daden overgaan
wat ik al die tijd van binnen
wel had geweten

over danny – janus duprie

ik heb helaaas nog geen ervaring maar ervaring leer je pas als je ook daadwerkelijk eens ergens word uitgenodigd om deel te nemen. Ik ben humoristisch voor vele dingen in recht door zee veelzijdig enthousiast maar ook ingetogen kan ik zijn mijn grootste idool is dan ook jerry lewis en zovele cabaretiers mijn ambitie is ooit zelf in een film te spelen of een reclame te doen.

dag mijn lieve amsterdam – berry tunderman

Zie je straten, bruggen, je gebouwen.
In een film of op tv.
Van oude liefdes blijf je houden.
Op afstand anders dan je deed.

Natuurlijk goedgemutst volk.
In de Ferdinand Bol.
Kwam het steeds minder tegen.
Aan de pijp in een crackhol.

Kroeg op de hoek met tante Sjaan.
Een lied, een mop- belegen tijd.
Sjaan dood waar de dagen gaan.

Geen scheiding verloopt gladjes.
Loop nu met een boeren pet.
En in mijn gang verdwaalde padjes.

beperkt – yvette rombouts

In haar ogen zie ik een klein meisje onbegrepen.
Met haar lange onhandige lijf laat ze je anders geloven.
Om haar heen is er snelheid, snelheid zonder controle.
Als een vooruit gespoelde film.

Daar zijn ze weer, de niet beperkten, duwend, trekkend, bevelend.
Altijd trek ze aan het kortste eind, maar tot die tijd is het verzet van haar.

Zeven uur of half negen naar bed, wie bepaalt hoe moe ze is?
Duwend, trekkend en bevelend.
Sloeg zij of sloeg hij? Maar de klap was er.
Weer terug op haar plek gezet.

Langzaam sijpelt het naar beneden, komt het binnen.
Koppelt wat ze ziet, aan dat wat ze herkent.
Toch is het altijd weer anders, altijd verwarrend.

Buiten haar om, gaat alles zonder pauze door.

mijn vader wordt een hond en ik moet jezus spelen – delphine lecompte

Een hond met de overduidelijke ziel
Van een Tibetaanse monnik likt
De dijwonde van een agnostische fietsenmaker
Naast de fietsenmaker ligt mijn vader
Met gespreide armen in een filmwoestijn.

Hij speelt een profeet
En ik verzorg de catering
Natuurlijk is het een droom
De hond is de ster van de film
Het is een stomme film.

De agnostische fietsenmaker geneest
Dankzij het kwijl van de boeddhistische mopshond
In mijn droom speelt hij
De duivel van mijn vader
Maar zijn hoorns lossen telkens.

De fietsenmaker krijgt de slappe lach
En wordt ontslagen
Hij verlaat de filmwoestijn
Met een minder lafhartig geloofstelsel
De heilige hond mist de duivel
Hij wordt onhandelbaar.

De regisseur vraagt aan mijn vader
Of hij de hond wil vervangen
Maar al te graag!
Mijn vader wordt een stoïsche schoothond
En ik mag Jezus spelen
Er is geen duivel meer nodig.

Mijn baard jeukt en mijn monoloog is afgemeten
Bovendien wordt de catering toevertrouwd aan een blinde misantroop
Dus wek ik mijzelf met een duim die al wakker is
Krabbend aan mijn hals
Plan ik alvast een ijsje op de dijk.

twitter – marco martens

ik weet
wat je aan ’t doen bent
wat je deed
en wat je plannen zijn

ik weet
wat je frustreert
waar je naar luistert
wat je leest

ik weet
wat je gaat eten
wie er langskomt
welke film je kijkt

ik weet
hoe laat je opstaat
waar je bent
en bent geweest

ik (t)weet
alleen niet goed
wat ik moet zeggen
als je groet
we hebben haast
het is al laat
we hebben niks meer
om te praten

ik (t)weet
’t is ongemakkelijk
ik ken je ook maar vaag
en daarom vraag ik
uit routine
maar weer
hoe het met je gaat

hubschrauberabstürz – j.b. gruinbroen

de film doet een hoop stof opwaaien
het open einde ligt er dik bovenop

de piloot stapt uit zijn heli en voegt zich
bij het zwaarbewapende arrestatieteam

de vergezochte geliefden zien hun kans schoon
de stijgende verbazing van de scherpschutters

in slow motion klimt het toestel hoger en hoger
kleiner en kleiner ins blaue hinein

eenmaal buiten stralen de sterren haar na
en in het kleine donker van haar kamer

gaat een lampje branden

onderbelichte aspecten van een natuurlijk evenwicht – hans van willigenburg

In een vliegtuig zijn enkel activiteiten te ontplooien
die je thuis ook kunt doen.

Denken aan een ander leven, bijvoorbeeld.
Met je handen over je knieën wrijven.
Naar een film kijken.
Mails versturen op een laptop.
Nootjes eten.
Drinken.

Er is geen reden te veronderstellen dat deze activiteiten in een vliegtuig
beter renderen
of meer bevrediging schenken
dan thuis tussen de geur van je eigen spullen.

Integendeel.

Het staat vast dat je in het vliegtuig uit oogpunt
van ruimtelijke beperkingen
en het welzijn van de overige passagiers
bij genoemde activiteiten bepaaldelijk zit ingeklemd
(al wijzen enkele grappenmakers op de compensatiefactor van het uitzicht).

Dit inferieure aspect van de vliegreis
krijgt om volkomen logische motieven
geen aandacht in de reclamefolders
en op de sites voor goedkope tickets.

Daar draait het enkel om het gulle exotisme van de bestemming,
om de vriendelijke glimlach van dat gulle exotisme
in vriendelijkheid te expanderen,
en om de mogelijkheid de vriendelijke glimlach van dat gulle exotisme
aan den lijve te ervaren
voor een belachelijk lage prijs.

Men noemt deze tunnelachtige voorstelling van zaken
zonder enige vorm van verlegenheid of schaamte: commercie.

Sterker nog, wie dit type vernauwing het beste beheerst,
verdient het meest, noemt zich dikwijls commercieel directeur
en beschikt niet zelden over extra beenruimte in het vliegtuig.

Degenen die dit alles recht moeten zetten heten dichters
en zij bevinden zich, bij wijze van organisch tegenwicht
en door chronisch geldgebrek, haast nooit in vliegtuigen.

Zij bivakkeren op de grond, gebogen over hun werk.