Resultaten voor het trefwoord falen

verplicht nummer – hans van willigenburg

Vandaag had ik op een terras
een gesprek met een bekende
dat naverteld moet worden
om de manier waarop het begon (onzeker),
om de manier waarop het verder ging (tastend),
om de manier waarop begrippen als
‘realiteit’
en
‘dynamiek’
en
‘zelfreinigend vermogen’
stilletjes wisten te voorkomen
dat er afgedaald moest worden
naar iets dat je kon betasten
en de mogelijkheid van afkeuring in zich droeg;
het gesprek moet naverteld worden om de manier
waarop de bekende en ik er duwtjes tegen gaven (subtiel),
om de manier waarop we tijdig wegkeken (onopvallend),
op de manier waarop we simultaan iets te pakken hadden
en elkaar beurtelings de ruimte gaven
over dat ‘iets’ iets te zeggen (genereus),
om de manier waarop de vaart er toen in kwam (gladjes),
om de manier waarop we dat continueerden (met gemak),
om de manier waarop ik hem vervolgens vroeg
of hij nog wat wilde drinken (galant),
om de manier waarop hij meedeelde
dat hij spoedig op een receptie werd verwacht (droog)
en om de manier waarop we elkaar bij het afscheid
een vertrouwenwekkende hand gaven (naturèl).
Om de manier waarop we aantoonden
dat een gesprek tussen twee mensen
geheel inhoudsloos kan zijn op een manier
die geen enkel effect heeft op wat dan ook
en een gevoel van falen of leegte
zodanig kan wegdrukken dat het niet eens
hoeft te worden gewist.

verlost – hans van willigenburg

voor Diana H.

De laatste keer dat ik het voor me zag – een reden, een doel – kan ik niet
meer terughalen.
Ik moet toen nog plannen hebben gehad en opdrachten die uit die
plannen voortvloeiden.
Er zullen destijds nog emoties in het spel zijn geweest bij slagen en falen.
Ik vermoed dat ik meerdere malen een slag sloeg en bepaalde
bloedlichaampjes dansten.
Er waren vast en zeker mallen van dramatiek waarin ik verdween of tegen vocht.
Er was zonder enige twijfel een gelijk of een droom die niemand zag en ik meende
te zien.
Ik kan ook mijn stappen niet meer terughalen, maar ik durf te wedden: ze
gingen gezwind.
En de woorden die ik sprak leken vast op gympen die bezig waren een pad te pletten.
Echt weten doe ik het niet meer, maar ik weet toch dat als ik tegen een muurtje leunde
ik dat toen als de opmaat zag naar een nieuw hoofdstuk naar enigerlei apotheose.

Dat ik dit allemaal meen te weten, is maar aan één ding te wijten: wat toen was is weg.

Als ik nu tegen een muurtje leun, kijk ik naar mijn schoenen en zijn alleen al de veters in
staat om me mezelf in veters te laten verliezen en mij zodoende af te leiden
van de hoofdzaak dat ik al jaren elke hoofdzaak feilloos ontleed en ontken.