Dat mensen individueel soms fouten maken, misdrijven begaan, dat zal er altijd zijn, maar eigenlijk hoeft er nog maar één echte oorlog uitgevochten te worden. De oorlog waarbij het volk alle dodelijke wapens van de macht afpakt en vernietigd.
Daarna pas zal er eindelijk echte vrede zijn.
Resultaten voor het trefwoord eindelijk
Deze voorstelling is een portret van een snoeshaan
Een man die ik herken
maar toch, weer vergeten
Klein
van zijn stuk zit hij verstopt
achter zijn snaren
Hij beroert ze zacht en mij
laat hij achter met open jas en ongekamd
Het was vroeger, hij zong
te vroeg
leed zijn leven
en dronk zijn ruggengraat waterpas
In een krant stond zijn dood geschreven
Hij viel eindelijk samen
Met een schaduw in zijn schoen verzon hij mij
met een zoon en man en het rode fietsje in de gang
Vandaag, vrienden, zingen
we ons naar de vergetelheid.
We reizen tot boven
de pijnboomgrens
en zetten ons neer onder het
licht van een oeroude ster
waar de wereld eindelijk weer
tot rust komt en terugzinkt in
haar natuurlijke, geheiligde
staat van onverschilligheid.
Waar al haar ontroeringen weer
tot alledaags ongemak worden,
haar kalkstenen tranen niet
langer tot museaal marmer
worden samengedrukt,
haar meanderende beken
worden rechtgetrokken
en haar hysterische snik-
blauwe luchten in kalmer
tinten gepuzzelstukt.
Want eeuwig vallen
de regens in Frankrijk,
warrelt de geur van
versgebakken brood
er door leigrijze straten,
krijsen de everzwijnen
in de bossen om manna,
bedrijven stelletjes
de liefde in portieken,
schilderen krankzinnige
schilders blad voor blad
de vurige vingers van de
esdoorns op de hellingen,
speelt iemand Satie op
een Normandisch strand.
En eeuwig tuimel ik,
handenwringend,
in een vrije val
naar moeder aarde,
als Icarus,
als een oeroude ster
zingend,
zingend.
het hervonden water spiegelt binnenkant
ik ga in een omtrekkende beweging mee
voel ruggelings strelen met vlakke hand
mijn leniging zweeft boven ademloze zee
ik ben in een onbeslapen bed ontwaakt
waardoor wormgaten vallen in blindheid
het duurde even, maar de code is gekraakt
eindelijk ben ik deelgenoot van mijn tijd
het ritme van lome golven is nu de maat
onbedijkt zelfs, in vloeibaar koele lijven
want dood tij dat fier de wereld over gaat
komt met behouden vaart bovendrijven
Na jarenlange strijd tegen patatjes oorlog…
Eindelijk vrede.
Kwam er maar een eind aan nutteloos leven
aan modern egoïsme en niets willen geven.
Aan gestorven moeders en te jonge wezen.
Aan vretende ziektes. Aan niets te genezen.
Was het maar klaar met al dat doelloos gezeik,
politiek beloften, waar ’t nut nooit van blijkt.
Al die graaiende banken en bonuscultuur.
Zwarte waarheden, verkleurd door censuur.
Hield het maar op met de angst en het bloed,
vergoten voor goden en wat de mens daarmee doet.
De racist en zijn buurman wiens afkomst verschilt,
die door haat en geweld de toekomst verspild .
Wanneer stopt die stroom van zinloos geweld?
Met geduld en respect word de vrede hersteld.
Zonder verwachting, van vooroordeel ontdaan;
Niet spreken maar luisteren om elkaar te verstaan.
Nu ik eindelijk haar borstomtrek ontdek,
eindig weliswaar,
vergaar ik alle moed in de lingeriewinkel.
Hier moet ik kiezen.
Het doet er niet zo toe waar we uitkomen.
Of hoe ver ze uitkomen.
Al lijkt voorgevormd me,
voor de inhoud,
veiliger voor het vege lijf.
‘Honingkleur klinkt als muziek,
beklijft het kostbaar paar.’
bespeelt de winkeljuffrouw mij
met een zoete snaar.
Thuis wacht een nieuwe vrouw,
met een andere snit.
Ze rijmt wat woorden aan elkaar zoals
ze breien leerde. Moeder gaf haar wol
en zette op haar eerste steken
compliment na compliment.
Ze leerde alles, zelfs sokken.
Haalde door en haalde af.
Vesten, truien, tikten pennen
totdat ze op een blad
wat losse woorden die de meester
prachtig vond. Heel haar groot
gestreelde ego stond te blozen.
Eindelijk was ze het middelpunt.
Verder schreef ze, tussen trouwen
kinderen door. Heel haar leven
was veranderd. Heel haar leven
schreef ze door.
Hoeveel gekker moest het worden?
Lang gezocht naar een vrouwvriendelijke
uiting van mijn misnoegen. ‘Het warme
droge klimaat onderin de woning heeft
kennelijk een positieve uitwerking.’
Een kennelijke slag om de arm. Reuma
hebben we het over. De koudegolf van
de meest recente opwarming bezorgt
tepelkloven bij de Eikenprocessierups
(Thaumetopoea processionea). Noem
het een geluk bij een ongeluk. Nu de
dooi is ingetreden treedt acute vernatting
van wintertenen op. De stille gebeden
van zuster Immaculata zijn verhoord.
Eindelijk begint het ergens op te lijken.
Maar goed dat er een zon is.
In de woestijn kom ik hem eindelijk tegen
De anemische taxidermist vijf maanden geleden spoorloos verdwenen
Met mijn bronzen nijlpaard en met mijn ultralevende tombolagans
De woestijn is natuurlijker dan de taxidermist
En de taxidermist is bleker dan ik.
Hij herkent mij niet, de anemische taxidermist
Ik werd dan ook geopereerd aan mijn gezicht
Maar wanneer ik spreek om hem te beschuldigen
Van de diefstal van mijn bronzen nijlpaard en van mijn tombolagans
Weet hij meteen met wie hij te maken heeft.
Want ondanks mijn neusverkleining praat ik nog altijd nasaal
Oh wat heb ik een hekel aan mijn onwrikbare geneuzel!!
De anemische taxidermist ontkent de diefstal van mijn bronzen nijlpaard
Maar inderdaad de gans heeft hij gestolen en weggeven
Aan zijn jongste dochter toen ze vorige maand 33 jaar werd.
Het was niet alles
Hij had nog andere cadeaus voor zijn dochter
Die andere cadeaus had hij eigenhandig in een wekkerwinkel gekocht
Onder andere: een marsepeinen boorplatform, een Servisch theezeefje, en een valse snor
Het is niet omdat je een wekkerwinkel betreedt dat je moet toegeven aan de tirannie van het getik.
Integendeel, je moet weerstand bieden
En vooral geen wekker kopen
Dat leer ik vandaag in de woestijn van de anemische taxidermist
Ik vergeef hem graag, hand in hand verlaten we het pretpark.

Recente reacties