Resultaten voor het trefwoord druppels

dwaalsonnet – iniduo

Aan de horizon smelten zee en wolken samen,
langs grenzen van het oog, aan het zicht onttrokken.
Omdat zij daar een naderend stiltefront beramen
zullen spoedig tranen dwarrelen als vloeibare vlokken.

Als ik mijn oor te luisteren leg, voelen druppels zacht.
Verre regen klinkt als een knapperend haardvuur.
Vrijheid lonkt, die niet binnen maar buiten wacht.
Misschien is daarom vreugde maar van korte duur,

want wat innerlijk rusteloos vuur zoekt is nooit daar
waar glinsterende bomen schuilen voor de milde zon.
Hun bladeren werpen een schaduw op het heden,

als tonen zij dat gisteren naar herinnering is vergleden.
Is daar de plek waar deze reis ooit begon?
Zelfs dat weet ik niet, daarom vraag ik het maar.

roodgloeiend heet – merlijn huntjens

als ik je verdriet deed, bleef je lachen
totdat je meer water vond voor je gezicht.

wegstrepen; daar was je goed in. het weghalen
van druppels tranen tegen een achtergrond van

meer. zo deed je ook bij mij. ik heb je nooit sip
gezien. je wachtte tot regen viel zodat je op het bal-

kon kon staan. het onderscheid tussen vocht weg.

steeds als ik je verdriet deed,
douchte jij je roodgloeiend heet.

ikker – joost de jonge

I

zo zonder gedachten
ruisend in een open lucht
al te lang heb ik moeten wachten
in het duister, druipen grote druppels ik
rollend in een blozende leegte
van jouw zwijgende ontkenning
 
 
II

ondergronds werken zij met plezier
aan een gangenstelsel
een minuscuul dier dat jouw bloed drinkt
vele poorten en tunnels, een stelsel van verbindingen
hier een begin daar een einde
poppen, ’t minnespel bedrijven
buiten in het bos
ooievaar staat stilzwijgend
met z’n bek tussen ’t verendek
een hinde ijlt
’t verwaaiende bos in
je weet heel goed,
dat niets zal beklijven.
 
 
III

ondanks dit al
verlucht jij het leven
door een kostuum in ruiten gedreven
poekelen wij met z’n allen
een verloren gezelschap
aan de vooravond
van het poezelig echec
ikker, is dat meer ik?
je hoopt ’t wel, natuurlijk,
’t is beter van niet
kon ik maar voorkomen
dat jij niet jij ook sterft van verdriet

schampgedicht – martin b

Het is vandaag een dramatische dag
om te dichten over de dood, de liefde
of over een groot verdriet.

U weet het nog niet, maar ik ben geraakt
door een verdwaalde pijl. Geen paniek!
Het doet geen pijn & alles klopt nog
zoals het moet.

De paar druppels bloed die zijn gevallen
zijn van geen betekenis. Ik ben alleen & juich
wederom om niets.

vuur – b. vogels

als de gloed in je ogen stijgt
ga ik gloeiend roepen in het ijle
tot het schrikbeeld is gedood

ik wil je weer zien blaken
het rood van je kaken slaan
de toorts met mijn vingers doven

en parels betoveren tot
druppels blussend vuur

krankenhuis – ellen vedder

Ik snap niet hoe het kan dat de dokter
zo zuiver wit, zo smetteloos schoon oogt
tussen verstopte aders en ongenode gasten
Hij spreekt speekselloos over kwaal
en remedie in precieze gebaren

Griezelig schone handen met gevijlde nagels
en zijn die onderarmen nou geschoren?
Geen huidschilfers, geen haren
geen druppels
die zich van hem losmaken
als gezwellen door zijn kamer struinen

Alleen zijn ogen, ze smeulen
kolkende poelen in een plastieken gezicht
ik word er aan mijn haren ingesleurd
hij scheurt de kleren van mijn lijf, gooit me op bed
superieure vingers betasten me, bekloppen me

zijn mond open, een sliert kwijl glijdt in mijn hals
Hij steekt iets scherps, pijn spettert in dikke klonten
zo godvergeten heet, bloed en pus stromen
door elkaar en hij praat, voelt en doet maar
en echt ik luister, maar begrijp nog steeds niet
hoe het kan

verstomd – tijsterblom

de wind krast ravenzwart
tot woelende matras het gras
dat een eeuw geleden

praalbed was voor haar
die de zwaartekracht ontsteeg
van wie ik niet meer ruiken

kan de geuren van haar huid
en niet meer proeven de
zilte druppels van haar lijf

van wie de kleine lach
die elke storm deed liggen
is verstomd en zich alleen

nog horen laat als de wind
zijn krassen staakt en
met mij huilen wil

mozart zo ademloos dichtbij – elize augustinus

Bloesem wiegt hemelblauw valt op aarde,
de viool riep mij trok mij dichterbij

Ave Verum Corpus
warme liefdesgloed
wonder van leven

Mozart zo ademloos dichtbij
weerspiegelt in het gouden licht van zacht strelende akkoorden

Ave Verum Corpus
warme liefdesgloed
wonder van leven

Het bloemenperk lacht, glanst
zon in duizend zoete kleuren
de blaadjes parelmoer

Zilveren druppels
weemoedige droevenis
dat diep in
mij schreit

Wurgende greep van
verduisterde aarde breekt, jubbelt in
stralend diamant
dank voor Hemelse klank

Mozart knipoogt van omhoog
en we musiceren, Musiceren
De Regenboog.