Resultaten voor het trefwoord dorp

manisch-depressief – jacob van schaijk

de maan ontvangt haar licht van´t ijs terug
de einder lokt, ik schaats hem tegemoet
gedragen door de wind, zoals het moet
gedroomde vleugels heb ik op mijn rug

het licht van dorp en stad is ver van mij
meer levensteken is er niet dan dat
en nooit was ik in eenzaamheid zo blij
ik weet niet meer van ’t peilloos diepe gat

dan schuiven wolken donker voor de maan
en slaan een wak, mijn euforie gaat uit
ik weet niet meer hoe verder nu te gaan

volstrekte wanhoop, vreugde zonder grief
onscheidbaar koppel, polen noord en zuid
ik ben nu eenmaal manisch-depressief

de kapster in de kroeg – jan holtman

zwart kleedt mooi af, weet ze
dat haar tieten ondanks zwart
veel te groot zijn, vergeet ze

want er is feest in het dorp
en dan moet alles kunnen
lacht ze om het hardst

aan de bar zit een man die
me bekoort, het is haar man
hij rookt, hij wil naar huis

het meer – hans goudart

ik heb zin om langs een meer te lopen
langs een meer gelopen
ik had zin om langs een meer te lopen
ik liep langs een meer

ik had het hele meer wel rond gewild
de vorm die het toevallig had
afwisselend mijn voeten in het water
en over kademuren
langs de oever
het was hier en daar
een boulevard bijna

het meer is groot
maar niet van alleman verlaten
er mag wel wat bebouwing staan
een stad of dorp desnoods
een verdwaalde kroeg
is meestal wel genoeg
misschien wil ik er ook
een herberg bij

ik heb het meer gezien
vanuit een hoge verte

ik heb zin om langs een meer te lopen
langs een meer gelopen
ik had zin om langs een meer te lopen
ik liep langs een meer

ik heb het meer gezien
vanuit een hoge verte

dat doen wij toch ook niet – roop

of dat leuke tibetaanse jochie
met die jerrycan waarvan jij zei
dat het op de dalai lama leek

het heeft zich midscheeps overgoten
en is voor de vrijheid zingend
door het personeel geblust

derdegraads verbrand waar roken
en open vuur zijn verboden dat is
tachtig euro en een bootverbod

en die man waarvan jij zei dat
zou jij ook eens moeten doen
niet scheren hij was in de bus

knoopte zijn kleding open
en toonde zijn bommen
schreeuwend dat het hem allang

niet meer kon verdommen
want zijn land was bezet
en nu had hij geen hart

hij is nog voor het dorp
ontscherpt geen papieren
en meneer reed ook nog eens zwart

het verscholen dorp – joost de jonge

voor Henk van Loenen

We keken naar links en naar rechts
midden op de weg stonden we even stil,
alles is kleiner geworden.
Kleiner zijn mijn gedachten
alsook het denken dat ik wil.

Wij kennen elkaar
er bestaat een zekere band,
gedragen door verstand en gevoel.
Wij zijn zwervers in hart en hoofd.

Stenen liggen op hun kant,
onregelmatig gewelfd
kromt de Kerkweg zich hier en daar,
kraakhelder drijft een schaduw op het water onder de brug.

Als wij maar niet te veel vragen
en als de haagbeuk lijdzaam verdragen
tot een genoegzaam schikken
boven de rug van een meikever
de hele ruimte zien.

sentimental journey – jan zwaaneveld

Hier, in dit zwijgzame dorp, ben je geboren
terwijl levens doorgingen of er niets was gebeurd,
iets wat later wel anders zou worden.

Je leerde hier lopen en lezen, gitaarspelen,
alcohol drinken en je fatsoenlijk te gedragen, iets
waarvan je veel hinder zou ondervinden

toen er meisjes in het spel kwamen en je dat
spel helemaal niet bleek te begrijpen. In de schuur
met die hoge schoorsteen repeteerde je

met de punkband waarin ook W. en H. speelden
die allebei te vroeg zijn doodgegaan. Voor de deur
van de kroeg tongzoende je voor het eerst met A.

en daar, in die kleine woonboot, vond zij haar man
met een vuilniszak over zijn hoofd.
Wat valt er nog meer te zeggen?

Onder de kastanjes bij de kerk ligt je vader,
op wie je meer bent gaan lijken dan je lief is. En dat
het leek of levens hier doorgingen,

maar dat je het niet meer hebt afgewacht.

impressie van een rijke jeugd – jan holtman

ik lurk aan de fles omdat mijn moeder
geen borstvoeding gaf , allergisch
voor dat bruin omrande roze, en de
schijn van een gelukkig huwelijk:

een Mercedes van de zaak, een vader
die graag rondjes door het dorp reed

poëzie – bennie spekken

poëzie is mijn schoonzuster
ze woont alleen in een dorp
veertig kilometer verderop

ze rijdt in haar auto om
uit te zoeken hoe ons volgende
week zonder omwegen te bezoeken

liever te vroeg dan te laat is ze
ongezien onze straat doorgereden

gerard bilders – menno wieringa

Vroeg op pad
ik fiets de heuvel af
het is nog koel

in de schaduw van een oude beuk
liggen koeien
wachtend op de hitte die komen gaat
kauwend en stomend

Betuws landschap bij opkomend onweer
Wodanseik Zomerweelde

hoestend en rochelend
schilderde hij de omgeving
op zoek naar een toon
die hij gekleurd grijs noemde
het Barbizon van het noorden

in onmin met zijn mecenas
op De Hemelsche Berg

ik zie nog steeds die schilderijen

Genève St Ange Brussel Amsterdam
telkens kwam hij terug

nauwelijks volwassen
is het afgelopen

het houthakkersdorp in het forêt
de Fontainebleau heeft hij nooit gezien

mijn dorp heeft een weggetje naar hem vernoemd

bij gebrek aan bergen – markus haringa

Voorbij het dorp
geen bos, maar een dijk
een ondiep slijk
de kleur grijs werd geboren

Hij waadde er rond
verdiept op het wantij
met een net over zijn schouder

De wind stiet klanken
van een magere hond
naakt lag de grond

Naamloos, in het licht