zomaar zitten op een bankje
geen gejoel en geen gejaag
mijn handen in de zakken en
m’n oren in de kraag
dat is alles
zomaar zitten op een bankje
geen gejoel en geen gejaag
mijn handen in de zakken en
m’n oren in de kraag
dat is alles
op een muisdag
de kater verjagen
luilekker op de bank
luisteren naar een mengelmoes
van kinderstemmen
en Jimmy’s blues
ze kan niet aarden op Drentse hei
ze mist het strand, een duinenrij
de waterige westenwind
het lapjesland de tulpen en mei
zij is de zee
dit heimweekind
Terwijl de wegen zich verleggen
het einddoel diabolisch verandert
loop ik in een rechte lijn door het leven.
Achter me kronkelen voetstappen als
dronken stempels in het zand.
Daar waar de tijd de wijzers met
zachte tikken de paden laat slaan
ziet hij me dieper in mijn jas kruipen
sjaal zorgvuldig om de nek geknoopt.
Het mag nog geen winter heten.
Dat wil ik domweg niet.
Recente reacties