Resultaten voor het trefwoord doelloos

gewoon sneven – dio the cilany

wij verweven onze uitgelatenheid
met onvermoede kleuren
zweven ongedwongen loze jaren tegemoet

enkel dorpsmalloten verscheuren kalenders
in de hoop ze niet te hoeven beroeren

naarstig op zoek naar noten
voor licht in een najaarsouverture
verworden zij

bijeengeraapt voor doelloos samen
rond een laatste vuur

uit zieke geest – occludin

streptokokken lopen
moleculair irritant
door onze longen
door onze tranen

doelloos existentialisme
mogen wij graag doel geven

de geest gegeven maar
je strepto’s lopen nog
ze gaan naar een ander
van mij en kou naar jou

leven in al zijn hevigheid
verschijn, leef, verdwijn
luister nou eens goed
je weet hoe ik functioneer

asymptotisch richting geluk
jij bent mijn Y-as

* – walmzand

in die tijd liep ik er
   met de schotel in mijn handen
   hoofdloos
   water zonder kracht

ik loop er nog
   hoofdloos, doelloos
   en het water
   heeft nog steeds geen kracht…

als een verzengende vuurbal
   wacht ik af
   achter jouw schaduw,
   die niet meer volgt

wij beiden
   hoofdloos en doelloos
   tot we gevonden worden
   aan het einde van de regenboog

voedingsadvies – martin m aart de jong

Dichters moeten zich voeden met broojes kroket
of aanzitten aan een groots banket van vijftien gangen;
goudomrande borden op tafel die na gebruik achterover gesmeten
het marmer op vallen. Stuk voor stuk. Tussenwegen zijn er niet.

Dichters moeten zich dood zuipen. Aan jenever en aan bier.
Of voorzichtig nippend peinzen, uitkijkend op een vijver
vanuit verzorgingstehuis “de Gouden Lier”.

Dichters moeten kinderen blijven, doelloos
lullen over niets. Of aan filosofie bezwijken.
Ouder worden zonder zin. Dichters moeten
eeuwig zwijgen, of zoiets als Rembrandt schrijven

woord voor woord in dikke lagen strijken
ze chocolade zinnen op papier.
Dichters moeten mensen
lijken die in twee dimensies fier doch
vet en vadsig troebel uit hun ogen kijken.
Boerend en stinkend naar zweet en bier.

grand canyon – eelke van es

Bas en Aad
ze hijgen hoorbaar
hoor maar Bassie
doerak doelloos
in de ca-ra-van

Den Robin ruikt geboefte
oef de haas zoefft
die Pakete door het bos
de voswachter snoept
de waanzinnige huizen
vuistdikke knuisten
wuiven de bijen bijeen
suf of versuft ja
wuft rond den Bas en den Aad

tempo doelloos – martin m aart de jong

Hoe mijn oma sprak en herhaaldelijk
viel over eerdere gebeurtenissen
die haar overvielen totdat de slaap
uiteindelijk kwam,telkens ietsje
langer tot ze niet meer wakker werd
en er een eeuw geschiedenis weg was
en de vragen die ik had niet meer
voor te stellen zoals zij
het geluk op haar wangen,
glinsterende ogen een en al
leven dat ooit op een ander
continent onder warme bomen
geuren van tamarinde, klapper
en vrolijk fruit dat de zon
kende en lief had zoals
de sawahs haar stralen weer
kaatsten als spiegels
van dit land dat zo lang
toe behoorde aan iedereen
die het maar weten wilde
dat ze kronkelde als die
gordel edelstenen -nee
zo was het nooit geweest-
sprak ze. We zijn zo slecht
geweest voor die mensen
maar dat besefte je later
pas nadat we in Holland
waren. Dedded en ik hebben
op de kade nog kaas met pisang
gegeten toen gingen we aan boord
en kwamen nooit meer thuis.