Resultaten voor het trefwoord doden

when it counts the most – pallas van huizen

De aarde raakt uitgeput, overbevolkt,
grondstoffen raken op, het milieu wordt vuiler
de mens egoïstischer, meer en meer gericht op overleven
in plaats van gewoon leven

Je moet ergens beginnen, het einde nadert,
alle partijen zijn zich aan het bewapenen,
er hoeft er maar een te schieten
en de engelen zijn vertrokken
de hel breekt uit

wat is er daarna nog over?
een kilo goud en een kilo eetbaar graan?
wat zou een ei nou eigenlijk echt kosten?

ik sta voor de ontstekingsknop,
ik kan mijn eigen leven nemen of die van de wereld
een handvol mensen zullen overleven
alles een nieuwe waarde moeten geven
hervalueren

en dan is het wachten
op de volgende oorlog
met stokken en stenen
want wat we nu nog hebben
dat zal er dan niet meer zijn.­

Tot zover,

gelukkig weten u en ik
dat het niet zover hoeft te komen
als we verstandige afspraken met elkaar maken
de noodtoestand vermijden
en elkaar het vertrouwen geven
dat we het goed doen voor elkaar
door het daadwerkelijk ook goed te doen
dus zonder te ruilen, te liegen, te stelen,
geweld te gebruiken of te doden.­

Maar als ik vandaag dan weer naar het nieuws kijk
dan denk ik soms dat het echt niet meer goed gaat komen
omdat er nog zoveel mensen
wel ruilen, liegen, stelen, geweld plegen en doden,
ik sta wel aan de goede kant van de streep en u misschien ook wel,
maar al die anderen? sommige zijn gewoon onwetend…­
wat kunnen we nog van al die anderen verwachten?

als het er echt om gaat?

de universele rechten van het menselijk zijn – pallas van huizen

Betreft: Vrouwen gelijke rechten, mannen een stapje terug, verbod op geweld, verbod op agressie, verbod op dreigen, identiteitsbewijs, verbod op liegen, verbod op doden, verbod op stelen, verbod op discriminatie, verbod op dwangarbeid, verbod op scheefwaarderen, verbod op uitbuiten, verbod op afpersen, verbod op censuur, verbod op verkrachting, verbod op gijzelen, verbod op gedwongen huwelijk, wilsbekwaamheidsbewijs en in het geval van extreme overbevolking en extreme schaarste, economische geboortebeperking, met uitzonderingsregel voor natuurlijk verwekte tweelingen, drielingen, etc, etc.

“Vrouwen gelijke rechten, mannen een stapje terug”

Dat vrouwen serieus genomen worden, dat er aparte politieposten zijn die speciaal naar vrouwen luistert en dat er ook wat aan de problemen en klachten gedaan wordt.

Een vrouw heeft net zoals een man het recht op zelfverdediging, met andere woorden het recht om de ander af te weren en te stoppen indien je geschonden, bedreigd of aangevallen wordt. Geweld is dus verboden. Agressie is dus verboden. Dreigen is dus verboden.
Een vrouw heeft net zoals een man recht op een identiteit, met andere woorden, een identiteitsbewijs is gratis.
Een vrouw heeft net zoals een man recht op de waarheid, met andere woorden, liegen is dus verboden.
Een vrouw heeft net zoals een man recht op leven en recht op dood, met andere woorden: een universeel basisinkomen en de vrijheid haar of zijn leven zelf te beëindigen, mits dit weldoordacht besloten is. Doden is dus verboden.
Een vrouw heeft net zoals een man recht op economische onafhankelijkheid, met andere woorden: eigen bezittingen, eigen keuzevrijheid en vrijheid van reizen. Stelen is dus verboden.
Een vrouw heeft net zoals een man recht om over zichzelf te beschikken, met andere woorden: is baas over eigen lichaam, baarmoeder en buik.
Een vrouw heeft net zoals een man recht op gelijke beloning bij het verrichten van een dienst of taak.
Een vrouw heeft net zoals een man recht op gelijke behandeling in de omgang met elkaar.
Een vrouw heeft net zoals een man recht op een erfenis indien iemand wat nalaat na zijn of haar dood.
Een vrouw heeft net zoals een man recht op vrijheid van meningsuiting, met andere woorden: om te zeggen wat je wil zeggen, censuur is daarmee dus verboden.
Een vrouw heeft net zoals een man recht op de kleding te dragen die je wil.
Een vrouw heeft net zoals een man recht op de haardracht te dragen die je wil.
Een vrouw heeft net zoals een man recht op de schmink of make-up te dragen die je wil.
Een vrouw heeft net zoals een man recht op te geloven wat je wil.
Alle vormen van discriminatie zijn verboden.
Een vrouw heeft net zoals een man recht om werk te weigeren als je niet wil werken of niet kan werken, dwangarbeid is dus verboden.
Een vrouw heeft net zoals een man recht op eerlijke beloning en eerlijke betaling voor een produkt, dienst of taak. Scheefwaarderen is dus verboden. Uitbuiten is dus verboden. Afpersen is dus verboden.
Een vrouw heeft net zoals een man recht op bescherming, verzorging, genezing, om te kunnen spelen, om te kunnen leren, om te kunnen werken waar en wannneer je maar wil, je hoeft niet te betalen om beschermd, verzorgd, genezen te worden, te spelen, te leren en te werken, maar je moet wel aan de toelatingseisen van de macht, het ziekenhuis, tehuis, club, instelling of bedrijf voldoen.
Een vrouw heeft net zoals een man als diegene wilsbekwaam is recht om met wederzijdse goedkeuring te kunnen trouwen, uit te gaan, seks te hebben of samen te gaan wonen met wie en wanneer je wil. Verkrachten is dus verboden. Gijzelen is dus verboden. Gedwongen huwelijk is dus verboden. Bij twijfel kan een wilsbekwaamheidsbewijs gevraagd worden, een wilsbekwaamheidsbewijs is dus gratis.
Een vrouw heeft net zoals een man recht om te kunnen scheiden wanneer je maar wil.
Een vrouw heeft net zoals een man als diegene wilsbekwaam is recht om met wederzijdse goedkeuring kinderen te krijgen wanneer en waar je dat wil, echter in het geval van overbevolking is een economische geboortebeperking verstandig en soms zelfs noodzakelijk om erger te voorkomen.

“Economische geboortebeperking”

In het geval van extreme schaarste en extreme bevolkingsgroei is economische geboortebeperking noodzakelijk om ergere problemen te voorkomen. In het geval van economische geboortebeperking moet een stel samen meer dan 1 universeel basisinkomen erbij verdienen om recht te hebben op 1 kind, evenzo kan dat stel 2 kinderen nemen als het meer dan 2 universele basisinkomens erbij verdiend, etc, etc.

“Uitzonderingsregel voor natuurlijk verwekte tweelingen, drielingen, etc, etc.”

In het geval van de toevallige geboorte van natuurlijk verwekte tweelingen, drielingen, etc, etc, tijdens de economische geboortebeperking mogen en moeten de natuurlijk verwekte baby’s toch blijven leven, zelfs als een stel niet genoeg extra universele basisinkomens verdiend, het is dan eerst de taak van de familie en daarna van de samenleving om die natuurlijk verwekte tweelingen, drielingen, etc, etc, toch groot te brengen, ook al is het misschien moeilijk.

de vermergelden – gerard scharn

in de orkestbak van het vlooiencircus
op het vrijthof van maastricht speelt
het strijkje van andré de mazurka voor
twee doden

ik mis liberace en de mondschein nogatine
het vals gebit van lady crooners de zang
van eddy w het grijs van mergelstof
dat neerdaalt op de strijkers van de eerste rij

de stehgeiger draait het orgel van plat plezier
in unisono met de kassabellen het ritselen
van grootgeldpapier

delven – iniduo

de tijd moet nog vloeien langs ontelbare korrels
nog wringen langs doorwrochte grond
zich ontknopen en weer verwarren
in doorploegde aarde, gewassen met traanvocht
van stervende ogen, duizend doden lang

de tijd moet nog kantelen in de vlietende beek
zich nog blussen in het gelede landschap
zich ontdoen van rauwe bochten en scherpe smart
vooraleer hij verteerbaar is in het rustige
vaarwater van het geheelde, zachte hart

doden dromen niet – lesley adriaansz

Doden dromen niet.
Zij spelen alleen toneel,
herhalen van ster tot ster
de eenakter van hun leven
tot waar de lichtval reikt.

Doden dromen niet.
Zij zijn ondergeploegd verleden.
Zij schieten soms
kortstondig op
als schoten uit een akker.

Doden dromen niet.
Zij weten fantasieloos zeker
wat er loos is.
Hun kennis neemt niet toe of af
bij meer of minder universa.

tijd van hebben – martin b

Daar stond ze, rokend in de kou, wachtend op een Greyhound bus. Veel bagage had ze niet meegenomen. Van jongs af aan had ze al een bloedhekel aan bagage. Niet alleen aan bagage, ook aan artsen. Bagage en artsen, dat waren de dingen in haar leven die ze verafschuwde. Ze wist donders goed dat ze moest stoppen met roken en daar had ze echt geen broekie van een arts voor nodig die dat nog even onder haar neus moest wrijven. ‘Je hebt longkanker, Merel. Als je zo door blijft roken, geef ik je nog geen half jaar.’ ‘Ach, jullie artsen zitten er wel vaker naast. Go fuck yourself’ had ze tegen hem gezegd. Nee, wat dat betreft was ze niet bepaald een vrouw.

De vliegreis was uitermate vermoeiend voor haar geweest. Er was een bommelding op Schiphol en voordat er weer groen licht werd gegeven, was ze ruim acht uur verder. Ze baalde als een stekker. Ze werd kotsmisselijk van het lot. Telkens weer. In een impuls had ze de nieuwe roman van Arnon Grunberg gekocht, enkel om de tijd te doden. Maar dat werd een enorme domper. Ze kwam niet verder dan pagina één. Daarom besloot ze het boek maar weg te geven aan de eerste de beste voorbijganger die ze zag. Dat was een man met lang haar, een bril en een pokdalig gezicht. ‘Dank u vriendelijk. Mijn open haard zal u tot de lengte der dagen dankbaar zijn’, grapte hij.
Ze lachte zo hard dat het gênant was. In feite kostte lachen haar het leven, vanwege de standaard hoestbuien die daarop volgden. Eenmaal in het vliegtuig zat ze, tot overmaat van ramp, naast een dikke stinkende Duitse vrouw, die de oren van haar kop lulde over de Islam en het buitengewoon schandalig vond dat Obama de Nobelprijs voor de vrede had gekregen. Zij vond het op haar beurt weer schandalig dat het wonder duo Allah & God haar hadden geschapen. Ze hield wijselijk haar muil. Toch vond ze het jammer dat ze niet even het raampje kon opendraaien om haar eruit te donderen.

Er is hier vrijwel niets veranderd, behalve de sneeuw, dacht Merel. Het zag er daadwerkelijk oogverblindend uit en dat terwijl haar ogen in der loop de jaren met een snelvaarttrein achteruit waren gehold. Wel typisch dat Karel op een steenworp afstand woonde, van waar zij in 1976 een jaar lang stage had gelopen als secretaresse voor een bedrijf dat bomen kapte. Het druiste eigenlijk tegen al haar principes in, maar het verdiende uitstekend. Ze was tot de ontdekking gekomen dat het bedrijf inmiddels met de grond gelijk was gemaakt. Dat vond ze wel ontzettend komisch.

Ze nam nog een trek van haar sigaret. Fucking Canada, mompelde ze. Godverdomme Karel, waarom uitgerekend een internetslet in Canada? Hoe oud ben je nu helemaal? Kon je het niet gewoon wat dichter bij huis zoeken? Ik bijvoorbeeld. Was toch bij mij gebleven, jij lief verdwaald Zwaantje. Zwaantje, dat was het koosnaampje die ze te pas en te onpas maar al te graag gebruikte. Karel had prachtige pikzwarte wenkbrauwen en haar zo zuiver wit als een pasgeboren wolk. Ze vond het dan ook gezicht dat Karel toentertijd een hanenkam had. ‘Je lijkt net een verschrikte zwaan’ had ze toen tegen hem gezegd. ‘Ik ben Karel de Grote’, antwoordde hij droogjes. Waarop Merel antwoordde: ‘Ja, in je broek misschien. Maar niet in je kop, Zwaantje.’ Hij lachte. Merel was de enige persoon die Karel aan het lachen kon maken. Ze schudde haar hoofd en schoot haar peuk weg in de sneeuw. Het doofde langzaam.

Daar was eindelijk de Greyhound bus. Het leek wel een eeuwigheid te duren voordat de deur openging. Ze toonde haar bus ticket. De buschauffeur gaf een goedkeurend knikje. Alle buschauffeurs zijn hetzelfde. Hij leek overigens verdacht veel op die ene buschauffeur uit The Simpsons, alleen de walkman ontbrak. Ze keek rond in de bus, uitsluitend gevuld met uitgebluste figuren. Ook dat nog. Ze moest stoel 45 hebben. Gelukkig had ze geen buurman of buurvrouw en dat zou de rest van de busrit ook zo blijven. Algauw viel ze in slaap met The Cure op haar iPod.

‘Ma’am! Ma’am! Wake up, ma’am, you’re here.’ Ze opende haar ogen als een klein kind en zette haar bril recht. ‘Okay, thanks a lot.’ Ze frommelde haar iPod weer in haar handtas en strompelde uit de bus. De bus bleef nog eventjes staan en vertrok toen weer. Ze hield van het geluid dat de bus maakte door de sneeuw. Het maakte haar intens gelukkig. Daar stond ze dan, in the middle of nowhere. Ze zag een vogel die ze niet zo snel thuis kon brengen. Ze haalde haar spiegeltje tevoorschijn en ze bekeek zichzelf grondig. Mijn hemel, wat ben ik toch oud aan het worden, dacht ze.
Ze pakte haar lippenstift. Ze wist dat Karel haar lippen het mooiste van alles vond. ‘Je hebt geen pijplippen, maar lippen om op slaap te vallen’ had hij ooit eens tegen haar gezegd. Het grappige was dat Merel meestal degene was die als eerste in slaap viel, vaak met haar wang op zijn zak. Hoewel Karel Merel had verlaten, had Merel veel zinnen van Karel in haar hoofd opgeslagen. Die zinnen braken nooit uit, spookten niet. Ze hoorden domweg thuis in haar hoofd. En misschien maakte dat haar ook op een één of andere manier wel meer ziek dan de kanker. Ze vroeg zich af hoe Karel zou reageren als ze hem vertelde over haar ziekte en zijn onbekende zoon. Waarschijnlijk zwijgend. Karel zweeg namelijk graag. Karel de Grote Zwijger noemde ze hem ook wel eens. Ze haatte het als Karel niets zei. Ze zou ondertussen multimiljonair zijn geweest als ze voor alle gedachten van Karel een kwartje had gekregen. Het heeft niet zo mogen zijn. Ze klapte haar spiegeltje weer dicht. Het was nog een goede tien minuten lopen naar het huis van Karel.

Ze belde aan.

* – maaike klaster

Schoongemaakt door vakmanshanden
rust ik in een sarcofaag. Losgereten
repen stof hangen van het lichaam af
dat ik zojuist heb teruggevonden.

Hij reeg kreten, gouden kralen, bond
ze rond mijn tong. In de taal
van cederolie zweeg ik graag
en onomwonden. Ik liet mij zalven,

daarna doden. Maar niet voordat het
drogen zich in alle ziltte had voltrokken
terwijl ik de zoutste rijmpjes zong. Van
zeepaard, zomerzweet en na na natrium.

ik droom – joost de jonge

Ode aan Jean Cocteau

I

Het enig werkelijke
Ben ik, zelf in de crypte
Van mijn eigenheid

De driehoek slaakt een zucht
Een zucht in glas tussen lood
Goud, geel, groen en blauw licht

Hier nemen wij afscheid
Van hem die nu de doden nader aan het hart ligt
Voorheen was hij een en al levenslust
Jong en vol dromen sterk en
Bezwangerd door al wat moest komen

Het groene licht vluchtte zojuist
In een verbogen voluut

Ik herinner mij de kracht
Van jouw zinderend vergeten
Van jouw ziedend stoomwit
Gestaalde gedachten

De vrouw die jouw schede was
Hoefde niets te verwachten
Zij behelst de drang van jouw groei

Tot in de kleinheid van herkenning
Tot in het kleine voelen
Tot in het stille bloeien
Van planten in de tuin
Tot in het oneindig doorgroeien
Van het aantal sterren
Aan het begin van de avond
Je omhelst hun schittering
Je stort je blind
In het verlangen
Naar hun glans
Gedwongen en onteerd
Alsof niets van al wat ik zei
Je kan veranderen

Zonder woorden ben ik niet vrij
Dacht je bij jezelf
Nee, je schreeuwde het in je hoofd
Ik hoorde je

Gekweld door kleinigheden
Gekweld door lasterlijke taal
Een mens is in zijn streven
Altijd ondergewaardeerd

Mijn ziel, de kinderen
Zij plooien hem in de
Duistere krochten van hun
Onberispelijke lofzang
Jij bestaat net als ik
Net even iets anders
Ik droom

II

Het goud van glas
Dat nu over je ligt
Streelt de plooien
Die giechelend schroeien
In de dans van jouw liefdesspel

Zoals zij glooien
Gladgestreken, dat wel
Als een antwoord
Je verslinden van top tot teen
Ik droom

Ik droom zonder schroom
Van een warm bad
Van klotsend vloeibaar goud
Dat mijn geest likt
En mij vult
Al mijn openingen
Zachtjes kussend binnensluipt
Hoorde jij mij
Of ben jij mij geworden

Ik droom


III

Dwang drukt op liefde
Van een onderdaan
Dwang drukt op de levenslust
Van een onderdaan

Een hersengolf die je
Bijna om doet slaan
Rijs nu, ga staan
En eer dit dode lichaam
Was het bijzaak
Dat je hier nu ligt
In een beschilderde kist
Gesloten, jij bent al naar huis
Wij eren hier de
Voetafdruk van jouw ziel
En zijn verwonderd
Dat je bent vertrokken
Wij zijn bang om te erkennen
Dat jij niet jouw lichaam was

Ik droom