Resultaten voor het trefwoord dam

de man uit iran – berrie vugts

Op de dam in Amsterdam staat een man uit Iran in brand en verdwijnt
dezelfde avond uit het nieuws omdat iedereen de teevee heeft uitgezet.

Omgeven door verlies van bewustzijn drong nog even de triomf door toen de man in brand uit Iran op de dam in Amsterdam door een vreemde begeerte werd aangeraakt.

De strohalm liet hem los in het volle bewustzijn dat de man in brand uit Iran op de dam in Amsterdam nog niet geheel was uitgeprotesteerd.

De man in brand op de dam uit Iran in Amsterdam hoeft zich geen zorgen te maken over de omstanders; zij worden goed opgevangen.

De artsen concludeerden de volgende ochtend dat de toestand van de man uit Iran in brand op de dam in Amsterdam uitzichtloos was.

zwart – bart pinnoo

Ik ben een druppel gelood pek zinkend in Chinese inkt. Voor ik
verdrink zal de waterdruk van het stuwmeer me eerst traag
pletten. Mijn stuiptrekking tikt tegen de reeds gebarsten dam.

Het stof van betonrot stuift over het terugrimpelende
water. Hopelijk wil de verlossende lawine een vraag
inslikken en mij in een snelle genade verscheuren.

De toekomstloze vloed zal verlossen zonder te troosten.
Een moment liefde zou nu liegen als een sidderroggraat,
een feestelijke vuurwerkstaart in mijn ogen krassen als stro.

Ik probeer mijn geamputeerde oogleden te sluiten. Doorheen
een deken van lokkend grijs golven katten en eekhoorns
met hun anijszwarte staarten een pantomime als proberen
ze me weg te houden van de opslorpende dofheid.

In het kobaltzuur tussen een rozerood en een oranjegeel
aquarium danst een tuimelaar naar me toe, en weer weg.
Als ze terugkeert zodat ik haar kan aanhalen is ze spekwit
en helrood gemarmerd. Gevild, alsof ze spiegelt wat zij ziet.

de idioot op de dam – arjan keene

Te midden van bedenkelijke stilte –
men houdt de adem in, de houding stram,
is doofstomheid niet de stem van kilte? –
was er de idioot, daar ergens op de Dam.

Aan wie denk jij, als je denkt aan doden?
Aan gesneuvelden, abstract, concreet,
aan troepen in een land met verre goden,
aan iemand die onlangs nog overleed?

In hoeken van het plein koeren de duiven,
die, dakloos, hun terrein wel kunnen afstaan.
En dan een schreeuw, een klap, mensen stuiven
naar god weet waar maar hier vandaan.

Als pleinvreesvee vertrappen we elkaar
om ons eigen lief en leed te redden.
Zelfs zonder vijand zijn wij kwetsbaar
als lichtgestoorde pissebedden.

De daklozen, de junks, paupers, criminelen,
we staan al met een passend label klaar.
Etnische zuivering kan dan niet schelen,
geef ons die twee minuten stilte maar.

We willen hem meteen een naam geven.
Pepe David Adam, alias ‘De Rabbijn’.
In een andere tijd, een beter leven,
kon hij misschien wel een profeet zijn.

De vrijheid leeft in christelijke normen,
vive memor leti, in memoriam.
De oorlog leeft in ondergrondse wormen,
als idioot zullen zij schreeuwen op de Dam.