Resultaten voor het trefwoord daken

momentum – martin m aart de jong

Het is een dag die vraagt om korte zinnen. Beginnen met “liefde” en “pijn”. Alsof die twee nooit Siamees samen kwamen op de kattenbak en in de zomers; een feest was het niet. De krabbende palen, de krijsende manen, de daken die eindeloos waren, van schoorsteen naar schoorsteen van muren en schuren door andermans tuinen bespoten, begoten, verjaagd en besmeurd voor de liefde, de liefde, waarvoor je zocht en hard vocht naar buiten bracht want binnen was het warm, binnen in de schede waar het zwaard in ruste kwam was even. Buiten ging de tijd in duizend zomers tekeer. Vroeg een mens om korte zinnen. Om mee te beginnen. Tijd te winnen. Voor iedere keer.

windows – bennie spekken

schiet dood
in drie d

sluit zich op
sluit zich af

vloog vannacht
tegen de muren op

schreeuwde
van de daken

sluit nu aan
in de rij bij

het vitrinevlees
excuseert zich

met stijf op elkaar
geklemde kaken

zijn systeem
liep vast

natte daken, natte dagen – martin m aart de jong

Nu dan die dagen weer gevouwen
uit wolken. Het is ook nooit
zo gek niet of het regent wel.
Genoeg wat mij betreft. Heb
het allemaal aan gezien.
De zon weer op
zien komen, af zien
druipen boven
kaartenhuizen
van beton.

Mag ik je
hartenvrouw, mag ik je boer,
mag ik je negen? Het spel
verdelen over jaren.
Op de tafel slaan.
Het gaat om geld meneer,
dit spel. Het gaat erom te doen
alsof het niets kan schelen.
Maar ik huil wel, alle dagen
van boven naar beneden.

rozen en zweet – c.p. vincentius

Eens roken de rozen mensenwater
en fleurden op in pis en mest.
Mos bedekte al onze rieten daken;
toonden sleet in sterfelijk bestaan.

’s Avonds stond werkkledij stokstijf
bij ‘t voeteneinde van het alkoof.
Elk kwartaal weekte sop het zweet,
verloor ‘t goed vertrouwde stank.

Alleen kop en handen aan de pomp;
de rest aan ‘t einde van de week.
Zo roken wij rozen ’t mensenwater
en fleurden op bij zichtbaar naakt,
dat op de buiken ‘t zout van zweet
in alle liefdesspel bleef proeven.