Resultaten voor het trefwoord cilja zuyderwyk

soldaat van oranje – cilja zuyderwyk

Vandaag slaagt het kind er nog één keer in
zijn wonden te slaan in hoog sluipend gras
hij is een soldaat, schreeuwt wat
lager dan zijn broer, het onnozele kleintje

Het geweer is van vurenhout, onder zijn
neus een blikje Cola Light
beter dan verrotte tanden als je oud bent
zegt moeder, zij drinkt de Viva

Hij schiet wat in het rond, maar er is niemand
die antwoordt, schuimbekkend crepeert
tussen kindergelach en vlechtende meisjes

Hij slaat in het gras, er springt een gifgroene
kikker omhoog duikt in de vijver
hij smijt zijn geweer naar hem toe
Er drijft een oorlogschip tussen de gele lissen
vader pompt een oranje bal naar de kloten

Ze beginnen, roept hij.

jaloers op henry de zeurder – cilja zuyderwyk

werd ik maar eens zwaarmoedig
het wordt je beloofd in de bijsluiter
depressies; zeer vaak

zoals bij henry de zeurder hij lustte alleen
nog maar vrouwen met haar op de tanden
en als hij de strotappels had verorberd
lachte hij altijd naar mij, verdomme

ik ben er zo eentje die niet van haar stuk raakt
ook niet als uren achtereen een druppel
achter mijn rug valt, tikt en tikt

maar henry weet geen maat, hij kijkt
of hij dubbeltjes vindt op de straat, zo
depri, geen sammy, laat ik dat zeggen

voorzichtig, want als hij kwaad wordt
is lijden in last, scheer u weg, dames
scheer het zand van uw tanden.

ik ben je een beetje vergeten – cilja zuyderwyk

pappa
maar ik schreef al zo vaak over jou
over het schip en je handen, het roer
in je knuisten, de kleine gevaren op het IJ

water over de reling, de coasters voorbij
jij die nooit een spoortje van angst vertoonde

mam is overleden, al gesignaleerd?
ze droeg haar blauwe jurk met die golvende
stroken onderaan de rok, soort walsje

juist ja, die engelse, ik zie je nog dansen
met haar in het dorpshuis en jij met
iets teveel jonge klare, je draaide en draaide

kuste haar daar waar de liefde gloeide
zoals immer; onderhuids

lippen, ja, haar lippen, zo stil gevallen
bij het afscheid, maar kijk naar haar uit

ze zal je zoeken, zwart haar en blauwe
ogen, wakker, zoals iedere matroos.

het is vreemd – cilja zuyderwyk

Uiteindelijk ben ik ervan gaan houden,
in sprankelend wit of met een zweempje grijs.
Bloot misschien op hun mooist.

En jij, met je mond vol gloednieuwe tanden, zegt;
“Ik zal er nooit aan wennen”

Ik kijk naar jouw lijf, dat maar steeds dunner wordt
zing een lied om je af te leiden, optimist die ik ben.

Buiten de zon, binnen de tafel.

Ik heb ze neergelegd, in een rijtje van vier
ik ben een drammer, dat weet je.

Wat vind je er nu van, zo in het donker
als ik je handen vasthoud?

Bijna zomer, denk ik en buiten blaten de schapen
en het uitzicht is wit, witter dan wit.

streepjescodicil – cilja zuyderwyk

ze weet dat de zomer ook zonder haar
wel zal duren
duimbreed zijn streepjes getrokken
die haar vertellen dat dood in de lucht hangt
een dwingende code

het wordt ijzig, haar lichaam bevriest,
daarna het hoofd, de ziel vliegt
als een elfje naar boven, verdwijnt tussen wolken
van hoop en vrezen

maar even, heel kort, klinkt een stem
die haar terugroept, een man, zo te horen
haar oren al doof, de stem al verloren

ziet ze haar hart nog springlevend op het laken
maar nu staat het stil en het bloedt

nog even in de polder – cilja zuyderwyk

we roeien
doodgemoedereerd door mijn vaders land
zijn hand schuurt op de mijne
en als het piept, de riem, het riet
bekijken we elkaars ogen niet
we zwijgen

er vallen pruimen in de boot
er schreeuwen mantelmeeuwen

hoog

alsof de hemel samenvalt
met onze lach
en sterft op onze boot

we sommen planten op en waterdieren
weten alles wat zijn einde vindt

stoer – cilja zuyderwyk

wanneer ze in de keuken op hem wacht
tekent ze omgewaaide bomen na een storm
volgelopen gangboorden,
waterspetters op de stalen roef

ziet ze haar vader
op het schip onverschrokken
het houten roer tussen zijn handen

ruikt ze dieselolie
ziet hem in de weer met lucifers
om de gloeikop aan te steken

hoort hem vloeken als de lucifer
blijkt afgebrand

stiekem maakt ze met het potlood een uitstapje
over het plastic tafelkleed
draait rondjes met een rode stift
die mooi kleurt bij de afgesleten rozen

haar moeder ziet het niet
ze braadt een kip voor vader

voorjaarsontbijt – cilja zuyderwyk

een natte vloer, de geur van hyacinten
de morgen dient zich aan met kleine zakjes thee
en uitgelopen bloesemtakken op de tafel

wat zijn we stil, we luisteren naar de merel
de zingende koolmees verder weg

je zegt een enkel woord en legt het op een
schaaltje naast het ei en het geroosterd brood

over dood spreken we niet we smeren onze
boterham met pindakaas en honing

gezond zeg je en ik beaam het kinderlijk
op een manier die wij alleen begrijpen

kinderliedje – cilja zuyderwyk

Je schrijft twee woorden op, ik ken het lied
die eerste twee akkoorden brengen mij
op schommels, er gloren appelbomen

een wit huis, kinderkoren, muizen aan de kaas
jouw stem die nu slechts kraakt
was toen ook broos
zo ingetogen als een stadse

je schrijft drie woorden op, ik zing het lied
met blozende herinneringen, jouw ogen
spiegelen de maan voor het slapen gaan
de handen zijn gevouwen, want je bidt

dat er geen stormen komen, weet je nog
maar ach ze kwamen toch en bliezen al
jouw moederdromen ruw aan gort