Resultaten voor het trefwoord buik

­verziekt – pallas van huizen­

Er is bijna altijd meer aan de hand.­ Het is nog niet eens de buikpijn als ze mij daadwerkelijk laat vallen, maar vooral het liegen, anders voordoen, de stress die zo’n pijn doet, die ik voel en meeneem naar mijn werk, naar huis.­

“­Het geeft me een kick.”­

Ze stond op, gaf hem een kus, trok een joggingbroek aan en liep door de achterdeur naar buiten.­ Uit een vuilniszak haalde ze een pakketje tevoorschijn.­ Een pakketje dat hij handig uit haar handen griste bij de deurpost.­

Beneden op tafel stonden twee lauwe kopjes thee, wat lege blikjes en een glazen asbak die hij net geleegd had.­

“­Geef me je pas eens.”­

Hij strekte als vanzelfsprekend zijn hand uit en wachtte tot hij de plastic rand in zijn hand voelde.­ Zonder elkaar aan te kijken sneed hij het pakketje open.­

“­Ga maar alvast op je buik liggen.”­

Het is altijd even spannend dat moment, maar na vier jaar raak je er toch een beetje aan gewend.­

Daarna hebben de gordijnen eventjes in de brand gestaan, gleed de maan zachtjes langs haar oren, druppelde kaarsvet vertraagd langs haar benen en stond alles vast wat eerst opeens op twee losse schroeven leek te staan.­ Twee losse schroeven die ze maar wat graag aan heeft willen draaien, die steeds maar in mijn buik bleven draaien.­ Al vier jaar lang, elke dag een beetje meer, een beetje harder.­ Al vier jaar lang ‘goed geregeld’

en er is nog steeds niemand die het ziet.

no-go-area – martin b

Een zooitje vlinders
op de bodem van mijn buik.

Kleine martelaars
met een doorschijnend hart.

Doop ik mezelf in hun bloed
als een visser en soldaat.

Besmeur ik oneindig het bootje
gemaakt van stro.

* – bennie spekken

moeder opent de klep
steekt haar handen
in de buik van de kast

zoon zinkt Stones
in zijn hoofd
sherry-o sherry-o baby

vader de grote
afwezige
laat zijn krant zakken

brief aan iemand die ik kende – maaike klaster

Eens zullen wij het nooit worden.
Wilde jij nou bij mij of ik bij jou terugkruipen in die buik,
onder een zelfgebreide streepjestrui? Want net als een zeepaardje
kan ik mijn mannen zwanger door die oceaan laten dobberen en
ik ben, zoals je weet, de Kleine Zeemeermin in het groot. Niet de
Disney-variant, maar de echte, die zich in de golven van haar vader’s
zee werpt, sterft, omdat niemand haar voor vol aanziet. Zelfs jij niet.

Toch blijf ik van je houden. Lamlendig, dat wel.
Wordt dit zo’n gedicht dat mensen gaan citeren tijdens
bruiloftsredes; aan het graf van een gestorven dierbare?
Ik lach me nu al een kriek. Wat dacht je ervan?
Zullen we buiten op het plein een pilsje gaan drinken,
ook al houd ik helemaal niet van bier? Je weet me te vinden. Aan de
overkant van één de zeven zeeën.

ode aan – maaike klaster

de Bijlmer is een bos
en bomen waren onze buren

Waar het groen was, woonden,
speelden wij, in en naast het gras

De Bijlmer is een buik
en de metro is haar baan naar buiten

Voetje voor voetje, wiel voor wiel
ontdekten wij de wereld

verhalen van de aarde – maaike klaster

1.

Ze gooien vliegtuigen op ons neer
om ons te beroven van een jeugd die we toch al niet meer hadden,
noemen het een Bijlmerramp, maar wij weten wel beter.
Moeder Aarde staat om de hoek te lachen
als wij bloemen aan de voet van onze dode voorvaderen leggen,
huilen om de kinderen die we nooit hebben leren kennen.

De kransen zijn zwart, maar als het tranen regent, kleuren wij
hun wereld net zo paars als wij zelf altijd de wereld
met bloemen bezaaid hadden willen zien,

en wij laten onze moeders achter
vinden ergens op aarde ons eigen graf,

leggen ons neer, tillen vliegtuigonderdelen terug in de lucht,
zwaaien onszelf, elkaar, de wereld uit,
brengen de black box naar huis.
 
 
2.

Moeder Aarde fluit ons terug naar huis,
bewaart vogeleieren in haar buik,
maakt een sprongetje dat je met het blote oog
net wel, net niet kunt zien.
De metro brengt ons thuis,

verandert niets aan ons perspectief.
Bomen leren ons één ding, dat bewegen leven is,
staan voor altijd stil,

om ons met zacht geritsel aan een eindeloze, lome zomer
en nog hoorbare kinderstemmen te herinneren.

We vinden ons terug in het blad en de stam,
staan levenloos te bloeden, roteren om onze eigen as,
zoeken naar die laatste pijl van dat eerste spelletje
spoorzoeken.

zoals de kat – kate schlingemann

Je legt je vinger op de foute plek
hoe je dat doet, zo precies en hoe je
hele hand precies zoals de kat
zich wast in onschuld altijd
mijn haar voor haar terugplakt, je
nagels scherpt aan de matras

Juister zou het draven zijn van je
vingertoppen over vel of jezelf
inwinden als een nachtvlinder
in de holte op mijn buik, ik zal

meer ezelsoren vouwen in de hoeken
van jouw hoofd, jij mag nooit vergeten
dat het beste nog moet komen

tijger – berrie vugts

Vandaag zag ik je opeens matgrijs geworden
voorpoten, je achterpoten lagen onder je buik
afgeschermd. Alsof je er straffeloos mee weg
wilde komen.

Ik zou je willen straffen want kinderen horen
niet ouder te worden dan ouders. Maar je ligt
daar zo mooi met je grote nagel als een duim
in je mond. Met je punt grijs geworden staart

Met je stinkende rotkont.

nc|c6h7(ono2)30 – hans mellendijk

dan de dag voorbij gevlogen
de trouwfoto’s
het gemeentehuis
de ringen aangeschoven
in haar ogen gekeken
het bekende cliché
eeuwige trouw
die liebe und das weh
dat kon nog vuurwerk geven
de huwelijksbeuk d’r in

gedachten bij het ijs
terwijl het fonteintje
sprankelend spetterde

het geluk
in zijn lief
haar buik

dan de volgende ochtend
als hij uit het raam staart
restanten van bruidstaart
het nieuws uit roombeek

dan tien jaar later het bericht in de krant
er zijn sterke aanwijzingen dat ijsfonteintjes
de oorzaak zijn van de fatale explosie
van de vuurwerkramp in enschede
dit onschuldig lijkend vuurwerk
dat in de horeca wordt gebruikt
om ijs en taart te versieren
bestaat voor 90 procent uit
rookzwak buskruit

nitrocellulose

in combinatie met zwaarder vuurwerk
gedraagt dit zich als de vernietigende
springstof die op 13 mei 2000 om
15.35 uur de woonwijk roombeek
wegvaagde en 23 inwoners doodde

hoe betrekkelijk weer
dat geluk kan beklijven