Resultaten voor het trefwoord boos

verdriet – pallas van huizen

Wat kon je gemeen zijn, de schijn ophouden.­
Wat kon ik boos zijn, bang.­
Maar wat maakt het nog uit?
Wat maakt het allemaal nog uit?

Nu je dood bent?

brandhout – jaco wouters

Dat u mij persoonlijk zou willen spreken,
maar de ijskoude winter dat verhindert.
Natuurlijk, ik slaap niet alleen,
alleen die ene keer was ik erg onder de indruk.

Zeker, het mollige meisje
aan de rand van de vijver met wie
zoals altijd de dagen voorbij gaan
zou boos moeten zijn.

Maar wat wilt u van mij?
Dacht u dat ik meer dan ditjes en datjes weet
dat de ijskoude winters in een mum van tijd ontstaan?

logeerpartijtje – pallas van huizen

De tunnel door de slaapzak, de zijkasten en lakens
naar het bureau was een avontuur,
een avontuur dat meerdere keren herhaald moest worden,

in zijn fantasie was hij een jedi, en zij zijn jedia,
van moeder mochten we de hele nacht spelen,
maar ’s morgens bij het ontbijt
was de onrust toch voelbaar,
we aten snel cornflakes met yoghurt
en suiker en om 10 voor half negen
stonden we al op het schoolplein,

de moeder van Michel was de enige die er was,
zij en wij hebben alles gezien.

Papa was toch boos geworden.

ruimte voor tranen – pallas van huizen

Dat ze het niet aan zou kunnen,
voor de kat zou gaan denken.
Niet-wetende of het nacht of ochtend is.
Dat is de reden, daarom werd de schrijver boos.

In haar belang, groot of klein:

Als hij iets verkeerd gedaan heeft
dan was het uit liefde.

Op aarde smeekt de regen,
de zon spreekt in zeven delen.

Zoiets zou niemand doen, behalve als je wist
of erger nog als je wil.

In taal zal zij altijd blijven leven,
dat zal hij altijd blijven zeggen.

De wereld verandert, gevoel idem dito.

Alleen de herinnering blijft.

de werkende mens – gerardus

en ze zullen…

godverdegodver

help me nou eens
nee, niet lachen

je weet best
dat als jij lacht

je broer nog erger
en papa dan…

hou er mee op

ik heb al gevloekt
godverderderder

ik ben niet boos
woest ben ik

en dan kan je wel gaan janken

hou daar alsjeblieft mee op

neeeeeeeeeeeeeeeeeeee
mama is aan het werk

dat weet je best
en ik hou van jullie

hou op met huilen

hoe kan ik je troosten

zal ik pannenkoeken bakken

je hebt het niet verdiend

je bent wel lief
en je broer ook

homerus – robert kruzdlo

Doe niet jezelf te kort of wil je niet
verlost worden van de paden die je
boos en toornig maken? Wandel vrij in
de natuur, onbeperkt en zonder doel.
Wat rest is diepe rouw die rust op je
brede schouders in schoon stralend licht en,
… vraag de stilte wat er tampt aan wrok, dat
niet ´t kind van God zich heeft misdragen.
Schud het van je schouders voor je verdwaalt
tussen gekken, wanen, zinloos leven.
Slaap niet in en wees wijs, word wakker in
dauw morgenrood, heldere nieuwe dag

Homerus.

vroeger blijft altijd – martin b

Vroeger rook ik altijd
de sigaren van mijn vader.

Vroeger bracht mijn vader mij
altijd naar het grasveld
in zijn blauwe Ford Fiesta.

Geen kind keek op.

Vroeger was ik verliefd
op hakjes. M’n vader vond dat altijd
iets voor jongetjes met mooi haar.

Vroeger speelde ik iedereen
door de benen. Mijn vader vond het
altijd eentje teveel.

Vroeger was ik aanvoerder.
Ik huilde altijd als ik werd gewisseld.
Mijn vader gaf mij dan patat.

Vroeger was ik topscorer.
Mjn vader vond dat nooit
een onderwerp van gesprek.

Vroeger was mijn vader
de sigarenkoning van het dorp.
Nooit kwam hij boos binnenlopen.

Vroeger hoorde ik op de trap
hoe mijn vader altijd zijn hoofd brak
in de nacht.

Vroeger bracht ik de krant rond
& zag ik altijd hoe leeg de fles Beerenburg
op het aanrecht stond.

Vroeger was mijn vader
altijd de aangewezen man
voor het uitlaten van de hond.

Vroeger zag ik altijd
hoe voorzichtig mijn vader
de platen van Ede Staal van stal haalde.

Vroeger vond ik mijn vader altijd
een hele vreemde, maar lieve man.

Iedereen liep met hem weg.

Nu zie ik mijn vader weer.
Hij loopt gelukkig niet weg. Wat wil je?
Hij ligt in een kankerbed.

& nu ben ik opeens de aangewezen vreemde man
die breekt & niet weet waar hij het zoeken moet.

Straks zie ik hoe mijn vader
een plekje heeft veroverd in de krant.

Geen duivel zal opkijken. Laat God maar
met hem weglopen.

de zaterdagavond in mei – rianne oosterom

Amsterdamse vreemdeling
in je armen leefde de leegte
als je praatte klonk er een echo
die de pijn in mijn hart bereikte

Toen ik mijn gezicht maar afwendde
werd jij boos
omdat leegte dan geven zijn zou
en ik jou dat niet bood

Toen je me achteraan kwam
praatten we over Eline Vere
over het lot wat haar omving
toen je me weer kussen wilde
wist ik dat het me net zo verging