Resultaten voor het trefwoord blaren

onontgonnen wolken – pastuiven verkwil

vermist weer
droppels baden blaren
een gedachte
(angstzweet voor wat komt?)
in mijn hof
is het nochtans helder

soms
mis ik dat missen in mist

hoewel aan onklaarheid het land
lief ik de Grijze
Seid umschlungen, Millionen im Nebel
compagnon
hand in hand

stap vooruitverdrijf
en zie dan de zon
achter je een regenboog

wees niet bang

rood van woede – wim de roo

Langs bakken vol
kadavers
trok ik je op

dikke vette blaren
onder hete zomerlucht
en tuchtig rook ik bloed,

briesend als een paard
als ik op klompen binnenklapte:
amper uit de kluiten,

mouwen tot de nek toe opgestroopt,
razend rood van woede…
dampend lag je telkens

in mijn klauwen –
nee, vluchten kon je niet,
distels vretend van mijn razernij

deed ik me te goed aan jou
en in een waas van weerloosheid
gaf jij je

aan mij

alea iacta est – john drager

Het staat wel vast, het is voorbij,
de teerling is geworpen,
weer schuifel ik door roestig tij
vol herfst voorbij de dorpen.

Het is een oud, bekend geluid
van broze, ritselende blaren,
dat altijd weer één ding beduidt:
de zomers die eens waren.

Omlaag keek ik, alsof ik zocht
een enkel blad dat niet vergaan
de herfst nog overleven mocht
en altijd groen zou voortbestaan.

Maar nee, het was zoals het was;
de dagen nemen nu geen keer,
het sterven blijft maar in de weer
bij het vergaan tot stof en as.

Niet dat het mij eronder krijgt
of dat ik soms ben aangedaan
door kil en kleumig buiten staan,
een zon die vroeg ter kimme neigt.

Ik blijf gewoon sinds jaar en dag
dezelfde die van wanten weet,
die hutspot met een kuiltje eet,
bij storm en regen nog een lach.