De morgenzon strooit
fonkelend stof in de baan
van mijn longen. Ik blader
door de waan van de dag.
Niets beklijft vandaag
blijft alles vloeibaar naakt.
Onbeschreven vouw je mij
in een envelop fluister je
een adres in mijn oor
dat niet bestaat.
Resultaten voor het trefwoord blanco
Het valt soms
droog kan beter
eerst wat lezen
gaan voordat het
een expressie
geeft aan dat
wat iedereen
-ik wil gezien,
gehoord, bestaan-
ik wil een boek
zijn met mijn naam
erop, een blanco
cheque in dito enveloppe.
Er was eens een blanco muis ontsnapt aan muizenissen uit mijn hoofd kon ik mij niet in die gedachte vergissen… om maar met de deur in huis te vallen blijf ik in elke centimeter van mijn vierkante leven rondhangen.
De oren gespitst op ieder anders geluid waar ik geen kaas van heb gegeten, wie kan mijn gekeutel nou niet weerstaan… een huis tuin en keukengedachte is zo gepiept, zo gedaan.
Terug in mijn hoofd kom ik Roodgrapje tegen bij de nooduitgang… en dat doet de deur dicht! Ik heb zo mijn grenzen, weet U.
Bloot slaat hartstikke dood. Oh, vermuist nog aan toe! Nu lig ik daar uitgesmeerd en maak van elke afgelikte boterham geen gezicht, ik ben zo verstrooid, er blijft geen gedachte overeind bij de moraal van dit gedicht.
ik wilde je nog vragen
welk spel je speelde
in al die verfomfaaide dagen
de visjes die we deelden
liggen op apegapen
een stapel kleurenblind
en het rad draait
door, ook zonder wind
de bank is blanco
facturen verbrand
jouw inzet een veeg
in mijn blote hand
de laatste champagne
grand cru van een parvenu
verpand aan de tollenaar
rien ne va plus
lichten de parlementariërs
enkele euro’s uit
uit hun portefeuilles
is het goed/nuttig
te investeren
in een vleeskroket of drie
gaan gesprekken aan tafel
wars
van elk partijgebonden
manifest of sentiment
gaan servetten blanco
in anders dure kragen
wordt gelachen met collega’s
boterhammen, lunchbox
groene slaatjes…
bakken dé vleeskroketten
al kost het soms wat tijd
eer trek in protocollen
van chapelure en salpicon
blinkt hun vel goudbruin
dan krokant de beet
smeuïg binnenin
spelen deze lieden
hun maatpak strak
de aktetas, de klant
klaar aan de overkant
Er waren dagen dat je dingen zei om lippen stroop te smeren en begerig vingerlikkend af te druipen om te stellen dat je dat toch maar geflikt had. Vlooiend naar je armband. Goud blonk! in de ochtendmond.
Knijpkreukels in je wang en liefde
voor het oprapen. Daar in de koopgoot
droop je af. Je strooide geld tegen gladheid maar het hielp niets. Voerde een precisiebombardement op kindjes uit in opvang om potentieel misbruik voor te zijn. Het was in ieders belang. Het werd
een witte kerst, een blanco rouwkaart
van totaalbesef. Het jaar keek terug
en hield de adem in. Je kon niet pinnen.

Recente reacties