Resultaten voor het trefwoord blad

compost – mark boninsegna

Je veegt je straatje schoon
van poëzie
Blad voor blad veeg je
bij elkaar het zuurstof dat
woorden doet ademen

Je raapt ze op
sluit ze op van
licht verstoten
Laat ze rotten in een bak
om ze volgend jaar uit
te strooien om
nieuw blad te creëren
En poëzie te laten floreren

september – b. vogels

het park leunt achterover
de vijver lijkt me dichter
aan te kijken
onze rimpels zichtbaar

in het duister van de spiegel
groeien schouders naar elkaar
een blad drijft voor mijn mond
het wordt stil
in zoveel diepte

de ademhof – iniduo

elke herinnering is in de aard
van de zaak beschreven blad
in de nerven van mijn brein
heeft zich een idee postgevat

dat de groenheid van de weide
nooit hier is maar altijd ginder
dat de maagdelijke lente broos
is als de vleugels van een vlinder

dat de koelte van de avond
en de ijzige stilte van de nacht
een voorbode zijn van het
onvermijdelijke dat wacht

dat naderend gebrek komt als
een bezoeking die nooit went
en dat de dagen van de eeuwige
jeugd lijken als heilig sacrament

zodat de dagen van het heden zijn
gevormd naar een zoet voorbeeld
en het wachten is op die ene dag
waarop de wonden zijn geheeld

ongezochte vondst – janine jongsma

Jij, die weet dat ik geen onbeschreven blad ben
maar getekend door woorden
mij kunt lezen nu ik naakt voor je lig
en ik mijn ziel in je lichaam schrijf

Jij, die behoedzaam de blaadjes van mijn hart
omdraait als ik er hardop uit voorlees
ezelsoren vouwt in mijn kwetsbaarheid
zodat ik weet waar ik gebleven ben

Jij, die weet hoe je onderhuids kruipt
onder mijn vel beweegt
mij van mijn zinnen berooft
ze teder uit hun verband haalt en omwikkelt met liefde

stroming – elsje de wit

Chinese heuvel lacht neerwaarts – oh grote kei der wijzen
veilige plek in aarde, hemels rivierbed
water botst – onschatbare zonnen, manen lang
snelle strelingen, een blad – poot – voet
overzijde roept, tranen heimwee naar land

open brain – pallas van huizen

Metronoom,
tellen en niet tellen, stilte en door,
achterovergeleund, steunend op twee vingers, dat,
dat wat je weet, beginnen met buigen, vinden
in drinkbouillon iets anders te zien.
De stand van de maan bijvoorbeeld.

De zoutspiegel dezelfde, deze woorden
een rimpel die altijd blijft
als een gevangen vogel
op een nog niet eens halfvolgeschreven blad.

In stilte wacht zij op antwoord.
De planten vrijen niet, ze fluisteren mee,
weer een lente.

Nemen, nemen en afscheid nemen, door twee delen
en er verder niet meer over praten.

Mijn maag draait nog een keer een rondje om.

zwijg – b. vogels

voel het doorzicht
naakte takken raken aan
het laatste woord

het jaar droogt uit
het laatste blad
wordt voor je mond genomen

nu ijlt de winter
bij wijze van
alledaagse taal