dag goeie ouwe
vergeelde maan
doe mijn lief
de groeten
de gordijnen dicht
geen kaarsen aan
een zee van licht
dag goeie ouwe
vergeelde maan
doe mijn lief
de groeten
de gordijnen dicht
geen kaarsen aan
een zee van licht
een fles bier
de dop erop
een onbeschreven blad
een opener
in die volgorde
een vredige avond
hoe is het mogelijk
geen hond op straat
geen sirene in de verte
vrouw aan de bloedwijn
en ik in haar schaduw
een vuurtje stoken
dames en heren
dit is het eindpunt
van deze trein
til bij het verlaten
niet al te zwaar
aan uw bagage
de chauffeur veert op
en neer in het donkere
vooronder
scheert boom na boom
de groene tunnel
door lichtbundels betast
de mond van de engel
op mijn schouder hangt
wagenwijd open
haar hoofd een speelbal
van de automatische idioot
ze lijkt wel dood
het einde is inzicht
er is geen weg
geen land meer
alleen het vuur
van de zon
onder
gezellig
met z’n tweetjes
bijkletsen
dat wil zeggen
zij praat
jij staart
het vuur knettert
in de open haard
de liefdesgeschiedenis
van een vrouw
en een man
op straat
die moord
en brand schreeuwt
de weg snelt
de verte lonkt
de handen losjes
aan het stuur
doet ze honderd
vijftig per uur
de vraag is nu
waar wil je heen
waar ik kom
schuiven deuren dicht
en als ik ga
gaan toeters en bellen af
wacht tot het rode licht gedoofd is
de bomen zijn van slag
mannen in witte pakken
doen binnen onderzoek
buiten hangt de schone was
in het midden wappert zacht
een roze meisjesbroek
schijnmaan
schaduwpad
windvlaag
brievenbus
schaterkraai
kippenvel
luchtpost
dood blad
Recente reacties