Resultaten voor het trefwoord bek

bouillon – jessica bakker

Snakkend naar een snack
worst uit een zak
kip uit een vitrinekast
Een snelle hap,
want haast
Een vette bek
van snackbar Het Gemak

Het kookproces versneld
want tijd is duur. Tijd is geld
dat wordt verteld
Ook door de baas
die ook een baas heeft
en die ook
Dus welgeteld
raak ik al snel verhit
totdat ik bijna kook

Liever maak ik op het vuur
mijn vader’s vleesbouillon
die misschien iets meer kost
Ik roer gedachten loos
tot alles helder is
en vanzelf opgelost

bal – jaco wouters

Ik gooide een bal
er kwam een klaaglijk geluid uit

ik wist dat een bal
je wezenloos kan laten schrikken
maar dat hij zijn bek niet kan houden
dat hij zijn ware aard niet toont
is ongehoord.

dat wat was – pallas van huizen

Dat wat was, en er nog steeds zo mooi uitziet, dat wat was, en zoveel problemen geeft, dat wat je wil en niet meer wil, dat wat je verward, wat de vrede verstoord, de leegte wegneemt, de angst overwint, het dal dieper maakt en de berg hoger, dat wat was, als een spel op een glad wateroppervlak, de viool langs de snelweg, het verhaal dat allang afgesloten had moeten zijn, omdat het was, was, was, was, was, maar het houdt me vast, maakt en breekt de dag, dat wat je grijpt op de grens van leven en dood, je wraakt als je te dichtbij komt en naakt naast je moeder op de bank zet als je een grote bek hebt, waar je verveeld thee met te veel suiker drinkt en vogeltjes telt op het muurtje, alsof alleen de krant nog zegt welke dag het is, en zelfs een blauwe maandag kan voelen als een zorgeloze zonnige zondag zonder angst. Was je maar hier om het zelf te kunnen zien. ­

* – maaike klaster

Als volwassen vrouw heb ik mannen meegemaakt die, omdat ik een vrouw was
en zij niet, omdat ik geen pik had, omdat we allebei ooit kinderen waren, maar
blijkbaar alleen zij volledig tot wasdom waren gekomen, zich in alle verwrongen
voorzichtigheid met de verkrachters uit mijn kindertijd dachten te kunnen meten,
geen geile vinger naar mij uit durfden te steken, alleen onbeschrijflijk vies een
volwassen vrouw als klein meisje wilden strelen, onder het mom van: jij bent ooit
beschadigd en nu ben ik jouw vader, waardoor zij zich – inderdaad – alsnog tot
kinderverkrachter en mij tot hun slachtoffer maakten.

Als je ooit op wat voor een manier dan ook van jezelf een vaderfiguur en van mij
jouw kleine meisje maakt, dan zal ik je zo ontiegelijk hard op je bek timmeren
dat je naar Tokio moet vliegen om je tanden terug te vinden.
Wanneer ik je vraag om mij goed aan te pakken, doe dat dan ook, teringlijer!

blauw – berrie vugts

Je snavel heb ik gerand je bek
Opengebrand, het rozige keel

Uit-gepikt uit het slobberige
schuim van je wateren gevist

Je keek niet eens bloedend toe
Alsof ik niet jou heb liefgehad

Het was een soort paringsdans
Maar zo verdomd asymetrisch.

als je alleen maar nette woorden gebruikt, ben je een goed mens – maaike klaster

I.

Je vrijwillig tot bloedens toe in je reet laten neuken
en dan roepen dat je – boeh boeh – pijntjes hebt.
Smerig wijf.
Niet de seks is vies, maar jij.
 
 
II.

Je zit recht voor m’n neus in je broek te schijten,
terwijl de w.c. hier op de gang is, en zegt dan ook nog
achteraf dat ik degene ben die jou moet helpen je reet af te vegen,

weigert te luisteren naar mijn verhalen terwijl je opzichtig ongemakkelijk, expres zit te persen, laat weten niet te willen weten wie mij zojuist de tanden uit m’n bek heeft geslagen. Juist, dat was jij.

eentje meer of minder – hans dijkmeester

dloom van dichtel des vadellands
 
wou dat ik
twee chinezen was
een chinees in china was

dan kon ik lekkel
lekkel tafel-
tennissen

maakt die
bek dicht ook
niet uit

af en toe
dissidenten scheppen
heeft ook wel wat

slammer – bennie spekken

uit je werk
uit je duim
uit je nek

uit je hoofd
uit je fles
uit je bol

uit je tent
uit je vel
op je bek

uit je kroeg
uit je kring
in je hol

zuidlaren – eelke van es

Ze knippen lange manen uit de paarden.
Lekker kruidig ruinigen en Bajonet Gereed
scherp recht in de oogluiken knokig van voor
 
De zon loost waterstralen,
het is de vraag hoe licht of het wordt.
Een rood mismeisje loopt op met een blonde vader,
van meelij wordt ze huiveringwekkend mooi
 
Het paard doet glimmend twee behoeftes,
op een gestutte eik staat slordig een kruis.
 
De begeleidende boer praat met pils aan de bek,
het paard is een bedeldier.