Resultaten voor het trefwoord avondeten

kopie van haar recept – pallas van huizen

bakvet stolt in de koekenpan
resten roomspinazie kleven aan zijn lepel
halfdood-gepolijst
de schaduw onder zijn ogen
een grimas
gevoelstemperatuur nul
koffie lekt in de gootsteen
lege tranen vullen lege pijn
gewoontes sterven af
de herinnering slijt
op de achtergrond is het windstil
onverschillig het weer zonder eind
meneer heeft geen keuze
eet zijn avondeten bij het ontbijt

het laatste nieuws – jan van heemst

Tezamen met het avondeten,
wordt alles op mijn bord gesmeten:
van vrouwen die zijn aangerand,
tot huizen die zijn afgebrand
en een failliete winkelketen.

Dan vloeit er bloed uit verre landen
dat ik verwijder van mijn handen
met het servet dat naast mij ligt.
De wereld wordt nu doorgelicht
op muiterij en wantoestanden.

Maar ik heb smakelijk gegeten
en krijg pas last van mijn geweten
als ik het eten aan laat branden.

vader – hanny van alphen

het is al laat, ik moet gaan
bel je morgen, oké?
ik moet toch naar de stad
zal ik gelijk vogelvoer meenemen

ga lekker naar bed
en vergeet je medicijnen niet
twee blauwe en twee witte
dag pa, we kaarten morgen na

’t avondeten, ik moet nu echt
nee, er wordt niet gestoken
rustig maar, geef me je arm
dan breng ik je naar huis

uitzicht I – frido welker

wat de wind doet met de boom die nog vruchten draagt,
terwijl de lucht over een dode rivier de straat inwaait,
moet ze zelf weten, Internationale Vrouwendag is geweest
dus ik neem aan dat ze gekozen hebben

het is een half uitzicht, de molen mag niet draaien;
dat is voor dagen dat er in zijn ruim wordt gegeten
van dure borden en de gasten het ervaren alsof er zeesop
kolkt over het water waar meer roeiboten varen dan
zalmen nog tegen de stroom op durven zwemmen,
maar wel stil op bord liggen, het oog netjes weggesneden
de prullenbak in want dat converseert niet fijn,

het is een half uitzicht, achter de molen het ziekenhuis
waar niets over te zeggen valt want veel stiller
kan een plek niet zijn

uit de tunnel dichterbij dan de molen komen fietsers
die veelal sneller willen fietsen maar niet kunnen
racen als een wielrenner, hoe graag ze ook de wind zijn;
ze vat ze bij hun kraag en laat ze werken om de meters
te winnen naar het avondeten, alleen in de luwte
van de tunnel worden tijdritten gewonnen

avondeten – eelke van es

Men gniffelt wat, men neemt vergif.

Bij het licht van de gouden lamp
zetten we de zon buiten. Alles
kraakt zich binnenboord –
de stille hond,
de kat met open muil.

Men grijpt naar de wapens
en houdt ze strak naar beneden.

Het is een traag vervellend leven.

Hier bij het zware licht zien wij:
eerder is het nog niet zo beschreven.
Twijgen buigen voor de westenwind,
een boot wordt gemaakt uit groeiend leven.

Men schuifelt op goed geluk over het water.
Men denkt:
de boot moet de zee zijn,
en onder die zee is het stil.