Resultaten voor het trefwoord asfalt

* – berrie vugts

Wanneer door de mist
de eerste zonnestraal breekt

Wanneer het klamme riet zwijgt
door de mist

Schijnwerperig gericht licht blikt

Wanneer de donkere wolk
majestijtelijk voorbijglijdt

De douw om mijn schoenen krult
Het asfalt zachtjes wedt

Wanneer door de mist
De Rotte voor het eerst van de ochtend oplicht

Dan zie ik jouw gezicht

honing – martin m aart de jong

graaf de sterren nauwelijks licht
er daast een bij langs rode bloemen
overal steekt zij een naald in haalt
er strepen door de liefde mooit

het asfalt van de maan in tienbaans
wegen langs de hemel tooit lianen
met de tijd ze vrijt nooit voor
de grote liefde dient haar eigen

koningin en krijgt daarvoor
een plaats te slapen krijgt
daarvoor een leven lang.

arm rijk – bart pinnoo

Staalblauw glanzend in het maanstrijklicht
glijdt een reusachtige granieten arend
met open klauwen naar zijn slapend Babylon.

Zacht en stil als je lief, sluipend als een gemene tassendief
zweeft hij tussen de wolkenkrabbers in hun krottencirkel
en strijkt neer op één van deze wijsvingers, een zerk van geld.

Hij overziet voldaan de verwaande verf over de ontbinding
en schaterend om de hoogmoed in deze Pinokkioneuzen
rolt de spottende reuzenekster haast van het kerktorenkruis.

In de koude schijn glimmen de straten als spinrag;
de chique lantaarns bluffen met de glitterende dauw.
Kan hij in dit web van littekens nog iemand strikken?

Vernedering en pijn werden gestapeld, liefde vervaagde;
zijn verraderlijke koude complement werd opgedrongen.
De scrupuleuze opvul-ikken wisten met het oude wel weg.

Hier is geen werk meer voor hem, ze roeien zichzelf wel uit.
Hij buldert het stof van zijn enorme vleugelspan en zijn zware schaduw
drukt nog een laatste keer het duister diep in het asfalt.

fauvisme – jacques santegu

Een bloemenstoet trekt voorbij ’t gadeslaan van een papegaai
In de iris strijkt neer het palet van de fauvist; waaien pluimen, krioelen parfums,
Bestuiven draken klokhuizen, opluisteren flamingo’s de dodengraven,
Spelen kinderen fanfares na in kleuterige luchtgebaren

Bidden bosgeesten bij kruisen gesmeed uit bast en spaanders
Flankeren gesels de lijkkist langs doorluchtiger straten
Smelt het asfalt onder krijsend dierbare nabestaanden
Poseren kramp en tering voor huurling-fotografen

Onder bestiering kletteren papen plechtig klepels tot verhalen
Dampen koffiewalmen in bergen chrysanten
Klontert een warm vers nest uit papegaaienbloed en tranen
Hoge dubb’le noten herhalen de kakofonisch koloniale

Klankschilderijen gebekt en beschoren; het palet van de fauvist
Doorheen zaliger jaren, in penseel van menig rijke streken
Huist de begenadigd kromme snavel, met fel koloriet
Op grottekeningen in Gods ondoorgrondelijke navel

delirium tremens – richard kamsteeg

Op dit moment vermoed ik Hilversum,
zij wekt de schijn van echt te zijn:
het asfalt is er knetterhard,
zo wijst een dronken fietstocht uit.

Waar staat echter dat ik niet
’s anderendaags in Frankrijk ben
en in de prettige illusie
op dit moment in Hilversum te zijn?

En waarom word ik afgeleid
door het zeuren van dat lichaam
dat door al die witte jassen
met mijn naam wordt aangesproken?