Resultaten voor het trefwoord appeltaart

appeltaart en dode schrijvers – hanny van alphen

of ik nog een keer langskom, vraagt ze
’t liefst op zondag, dan bakt ze appeltaart

ze veegt haar handen aan haar blouse
en schaterlacht om iets
dat uit het niets haar brein bespeelt

ze pakt – de hand van god – en streelt de kaft
dood, zegt ze, alle schrijvers zijn dood
ik ga nu slapen, geef jij de kat wat eten

ik slik op tijd mijn woorden in

soms denk ik – gerda blees

Dat alle mannen mij graag willen
Duh
Dat zou ik ook
Als ik alle mannen was
Zo’n ding tussen mijn benen had
En ik, die voor mij vreemde jonge vrouw
De laatste op de aarde was
Of grote borsten had

Dan denk ik later weer

Dat geen man mij graag wil
Waarom zou hij
Als ik geen man was
Viel ik op het innerlijk
(Als ik geen vrouw was trouwens ook)
En maakte van een cupmaat nooit een halszaak

Ten slotte denk ik

Aan mijn oma’s appeltaart
Het kind onder de evenaar
Mijn purperen push-upbeha

En als allerlaatste

Dat er ergens iemand
Die kan spellen
En een wasbord heeft
Naar me toe komt op zijn witte paard
Met zwarte krantenletters
Als hij aangekomen is
Scheurt hij me uit mijn gedachtenslaap
Neemt me mee naar –

(Denk nooit verder dan tot daar)

de geur van appeltaart – angela van loenen

achter de steiger van het oude huis
zie ik een regenboog ontvouwen
alsof een pauw zijn vleugels spreidt

ik ruik de geur van appeltaart
die door het kozijn dringt
alsof mijn oma door het hout
een knuffel geeft