Resultaten voor het trefwoord a.u.b.

komische uitnodigingen – maaike klaster

Ooit, het zal in 2006 zijn geweest – kijk het maar na –
werd ik uitgenodigd door mijn toenmalige baas om bij
haar in de tuin het glas te komen heffen op de tachtigste
verjaardag van Fidel. Castro dus. Dat vond ik vrij komisch.
Nee, ik ben niet gegaan. Uiteraard.

Een andere uitnodiging waar ik wel om kon lachen was
geen uitnodiging, maar een aanzoek. Van een wildvreemde.
Op een bushalte, middenin de nacht. Deze man wond er
geen doekjes om, vroeg mij vrijwel meteen ten huwelijk en
hij meende het echt. Zo naarstig was hij op zoek naar een
verblijfsvergunning. Ook toen heb ik nee gezegd.

Een derde uitnodiging die geestig, maar eigenlijk om te
huilen was, kwam uit onverwachte hoek. Mijn vriend destijds
vroeg of ik alsjeblieft wilde kijken naar hoe ik mijzelf in de
toekomst zag, en ik verbaasde mij erover dat hij niet op de
hoogte was van het feit dat ik er geen een had. Zelf zag hij
zich als vader aan de vaat voor een raam staan met buiten in
de tuin een baby op een kleedje. Dat vond ik vreemd, bijbels
bijna, want met wie had hij dat kind gekregen? Niet met mij,
dan had hij dat gezegd. Misschien dat hij in zijn fantasie een
soort mannelijke Maagd Maria was die de Heilige Geest had
bevrucht. Toen ik ernaar vroeg, kreeg ik de wind van voren,
met daarop volgend die uitnodiging, dat verzoek. Of ik A.U.B.
mijn eigen toekomst wilde bekijken, mij niet wilde bemoeien
met de zijne. Wat hij eigenlijk zei, was dit: “Wat een trut ben
jij dat jij niet in staat bent om kinderen te krijgen! Ik heb de
mijne tenminste zelf bedacht.” Gek is dat, hoe mensen een
kloof tussen zichzelf en een ander weten te slaan om die ander
er vervolgens van te betichten niet aan hun kant te staan.

De uitnodiging om over die kloof te springen sla ik altijd af.
Van mij uit gezien is er geen kloof. Ook die had hij zelf bedacht.

* – peter van merevoirt

Schiet dit neer a.u.b.
het struikelt en hupt
door het bos
bang voor:
tja, jou

Een zwerende bus
kloppende vinger
haak je achter het musket
staat op scherp.
Geladen berg je
pijl en boog (en bang)
zwenkt het schot
raak je recht

in het hart
mik je lief liever
totdat het
kloppen gaat
van houden van
te kloppen zweert

minder openhartigheid a.u.b. – delphine lecompte

Ik laat het papiertje vallen in zijn handpalm en
Hij ontvouwt het hijgend van wellustige haastigheid
Dan trekt hij een wenkbrauwhaar uit, doet alsof
Hij het bestudeert, alsof het hem iets kan vertellen over
De kwaadaardigheid van de mensen die hem zo gemaakt hebben
Uiteindelijk spreekt hij: ‘Ik ben teleurgesteld, na zeven gesprekken
had ik schokkendere revelaties verwacht.’ (maar het waren er slechts zes)

Hij vertelt mij dat zijn vader zich in een hotelkamer heeft opgehangen
Twee weken nadat zijn moeder was gestikt in een marsepeinen brandladder
Het was een tweepersoonskamer zonder impressionistische reproducties
Het hotel droeg de naam van een amfibie dat toen nog niet uitgestorven was
Het bestaat niet meer omdat het in brand is gestoken, het hotel.

Hij vraagt zich af wat er van haar is geworden
Van dat magere meisje met de lucifers en de zeeën van tijd
Heeft ze nog steeds twee benen?
Is ze dik en/of moeder geworden?
Koopt ze lottobiljetten of organiseert ze hanengevechten?
Verdient ze haar brood met het fileren van vissen?
Hij vraagt zich af waarom hij dat allemaal wil weten.Minder openhartigheid a.u.b.

Ik laat het papiertje vallen in zijn handpalm en
Hij ontvouwt het hijgend van wellustige haastigheid
Dan trekt hij een wenkbrauwhaar uit, doet alsof
Hij het bestudeert, alsof het hem iets kan vertellen over
De kwaadaardigheid van de mensen die hem zo gemaakt hebben
Uiteindelijk spreekt hij: ‘Ik ben teleurgesteld, na zeven gesprekken
had ik schokkendere revelaties verwacht.’ (maar het waren er slechts zes)

Hij vertelt mij dat zijn vader zich in een hotelkamer heeft opgehangen
Twee weken nadat zijn moeder was gestikt in een marsepeinen brandladder
Het was een tweepersoonskamer zonder impressionistische reproducties
Het hotel droeg de naam van een amfibie dat toen nog niet uitgestorven was
Het bestaat niet meer omdat het in brand is gestoken, het hotel.

Hij vraagt zich af wat er van haar is geworden
Van dat magere meisje met de lucifers en de zeeën van tijd
Heeft ze nog steeds twee benen?
Is ze dik en/of moeder geworden?
Koopt ze lottobiljetten of organiseert ze hanengevechten?
Verdient ze haar brood met het fileren van vissen?
Hij vraagt zich af waarom hij dat allemaal wil weten.