KRAKATAU

tijdschrift tegen alles, omdat niets beter is

Hanz Mirck VS. Hofman

RECENSIE /. Op zekere dag ziet u plotsklaps de ware liefde

Wim Hofman is vooral bekend als kinderboekenschrijver, maar de onderhavige bundel is zijn derde al. In de bundel is een lange reeks opgenomen over Suusje Oliepietz, die een beetje doet denken aan de (wat naïeve) poëzie van Jacques Prévert (door Hofman eerder verluchtigd):

        Suusje Oliepietz bakt een eitje voor mij,
        ze roert het met een stokje
        en port in het vuur
        en verbrandt daarbij haar rokje
        Uit, uit, het vuur moet uit.

Natuurlijk is dit dubbelzinnig en gaat het ook over het liefdesvuur. Maar overstijgt, of evenaart het Prévert? Waarschijnlijk heeft Hofman daar zelf ook over nagedacht. Zijn reeks is in elk geval expliciet filosofischer dan Prévert:

        Zij zegt:
        als er geen god bestaat,
        besta ik ook niet.
        Dan is er niets.
        Dat is niet erg,
        jij bent er dan ook niet.
        Een gedachte kan niet zonder denken.
        Maar bomen staan wel krom zonder
        dat het waait.

Hier is filosofisch en scholastisch behoorlijk op af te dingen, maar laten we het bij de poëzie houden; de verzuchting aan het eind staat overeind. Overigens doet die me wel denken aan een zin van Joke van Leeuwen: ‘De wereld is krom maar mijn tanden staan recht.’ Daarmee wil ik niet zeggen dat Hofman een naprater is, maar dat het in zijn werk gaat om de melancholie, de naïeve verzuchting. Daarmee pleit ik hem echter nog niet vrij van de verdenking, want het titelgedicht van de bundel begint goed:

        Stel:
        op zekere dag ziet u plotsklaps de ware liefde.

        Wat doet u?

        U legt uw mes neer,
        U laat het mes het mes.

Dan volgt een lijst dingen die de plotseling opgetreden relativiteit van de dingen aangeeft. En dan volgt een andere mogelijkheid: ‘Of // Omdat u merkt dat u in een geheel andere gemoedstoestand gekomen bent, trekt u zich terug.[…] Wat doet u?’ En volgt er weer een andere benadering: ‘Of // U doet geen van beide, onbaatzuchtig.[…].’ En tenslotte is er weer een andere hoek:

        Of

        U wacht desnoods af wat de ware liefde gaat doen.
        U leest dit gedicht, als het al een gedicht is
        En wat blijkt eruit?
        De ware liefde doet (u) niets, niet echt.
        En u laat daarom het gedicht het gedicht.
        Mocht het een gedicht zijn.

        Wat doet u?

Ook hier is, nu logisch, wat op af te dingen. Immers, het lezen van dit gedicht wil niet zeggen dat de lezer meent ware liefde te ervaren. Absurditeit is prima, maar dan moet je wel de illusie wekken dat wat je zegt logisch is. Dat is hier een beetje te simpel. Om dan als dichter ook nog even ter discussie te stellen of je gedicht wel een gedicht is, vind ik makkelijk. Bovendien doet dit gedicht erg denken aan Joke van Leeuwen’s gedicht ‘Vier manieren om op iemand te wachten’.

De bundel eindigt met een serie ‘Kinderen van de toekomst. Een verhaal met een extra lange zedenles en een kort nawoord.’ Kijk, dat vindt ik dan weer leuk, zo’n provocatie, andere genres in een dichtbundel opnemen. Charon komt voorbij, een brandende braambos, een menseneter, kortom: de ingrediënten waarmee Hofman beroemd werd, zijn zwarte bewerkingen van sprookjes. Hier is hij op zijn best, en het meest zichzelf. Hier mag hij de vergelijkingen met grote namen als compliment in zijn zak steken.

Hanz Mirck

Op zekere dag ziet u plotsklaps de ware liefde
Wim Hofman
Uitgeverij: Querido
ISBN: 978 90 214 3729 3
Prijs: € 17.95

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Recente bijdragen

Recente reacties

Cookies?
Cookies = OK