KRAKATAU

tijdschrift tegen alles, omdat niets beter is

de hort op – maaike klaster

Vandaag zag ik in de Hortus Botanicus Amsterdam een vlinder
geboren worden. Nou ja, tevoorschijn komen uit een cocon.
Met verkreukelde vleugels, maar heel. Niet zo snel als ik dit schreef,
als u of jij dit leest, maar dagen waren het ook niet. Dat is – wat is? –
hoe lang het duurt om vanuit halfbewusteloze slaaptoestand,
uitgeput maar wakker, tevreden het leven tegemoet te treden. De zon
scheen, dat scheelde, dat scheelde heel veel, en ik was voor het eerst
in weken op de been, op reis in eigen stad, vond overal stukjes van
mijn verhalen terug. Geen idee hoe dat kon of kan, maar ik werd er
vrolijk van. Er was ergens iemand die op mij wachtte; voor het eerst
in mijn bestaan was er iemand die smeekte of ik als-je-blieft thuis
wilde komen. Dat scheelde ook. Hij had nog geen sorry gezegd, dus
ik bleef wat langer van huis, en hij maar huilen. Soms is dat het enige
wat je voor een ander kunt doen: net lang genoeg wegblijven zodat
diegene zelf die verloren puzzlestukjes onder de bank vandaan kan
vegen, tegen zichzelf zal schreeuwen omdat hij iets onbeschrijflijk
smerigs heeft gedaan. Daar wilde ik graag bij helpen, maar alleen
voor mijzelf, want niemand – níemand – komt met schoongewassen
vingers aan mijn open vleeswond om mij te vertellen dat ik de
veroorzaker daarvan misschien had moeten bedanken en dat het
nalaten daarvan waarschijnlijk de bron van alle kwaad was. Geen
mens komt met zo’n opmerking weg. Ook mijn grote liefde niet.
Iemand die zoiets bij mij flikt – zijn fikken niet thuis kan houden –
zich bovendien zogenaamd onkwetsbaar toont en op die manier
veilig buiten schot blijft, kan mijn razernij verwachten op de meest
onverwachte momenten en met een scherpe linkse hoek. Ga dan maar
met stoffer en blik in de aanslag naar die paar kiezen, die stifttanden,
die voorzetplaatjes, die memorykaarten; puzzlestukjes op zoek. Dan
ga ik nog even aan de vlinderstruik ruiken, lelies uitzwaaien,
vleesetende planten een hart onder de riem steken. Ik hoor wel
wanneer jij het jezelf hebt vergeven. Dan wacht ik nog wel wat.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Recente bijdragen

Recente reacties

Cookies?
Cookies = OK