op een kier – dio the cilany

halfopen deur; een beetje scheef
het vermolmde hout
van vijftig jaar geleden nieuw
en achterstallig onderhoud

de stapel witte stoelen
laatste tand
van een afgeschreven gebit

ik zit
en zie de momenten
ik voel
ze glippen uit mijn hand

moederdag – sandra v.

voorspeld is er
nattigheid

maar dit heb ik
totaal niet voorzien

komt dochter met schaal
onze slaapkamer binnen

m’n man z’n hooofd
rolt er net niet af

zegt ze zo
hoeven jullie ook
niet meer te scheiden

schijnt namelijk pijnlijk en lastig

met de kinderen en zo…

de berekenende kant van een artiest mag ook wel eens onder de aandacht worden gebracht – hans van willigenburg

ik hap blijmoedig naar adem
want ik weet dat wat ik ga zeggen
vijftig procent schokt
de andere vijftig procent oplucht
‘welke tv-programma’s doen we?’ vraagt mijn manager
allemaal willen ze weten of ik het meende
of ik de geschokte vijftig procent haat
(en zo ja waarom)
of ik de opgeluchte vijftig procent omarm
(en zo nee waarom niet)
terwijl ik onder studiolampen vecht tegen de slaap
en op de rand van pure desinteresse
mijn provocatieve repertoire afwerk
stromen nóg meer verzoeken bij mijn manager binnen
‘nog twintig tv-interviews en je hoeft nooit meer wat te zeggen’
rekent hij voor
‘als ik de steen nog wat harder in de vijver had gegooid waren het er minder geweest’
mijmer ik
 
geen rekening houdend met mogelijk nog te volgen doodsbedreigingen
opstootjes
prominente landgenoten die hun positie kiezen
en daarmee mijn uurtarief zomaar verveelvoudigen zouden kunnen

omgekeerd t-shirt – pallas van huizen

Ze trok de gordijnen recht.­

De snijdende communicatie, een radio door de dag.­
Misschien zijn tomaten toch geen groente.
Uit medelijden verpulvert hij uienschillen vol onbegrip.

Als pratende katten tegen bolle zeilen.­
Er is niets dat hij niet zou willen doen.

Fluistert zij voorzichtig tegen de wasmand.­

Waarom de groentesoep koud stond te worden,
de kaarsjes al een half uur gedoofd waren,
het geluid van de tv uit stond.­

Alleen in stilte hoor je pas hoe leeg het is.

 


YouTube: omgekeerd t-shirt – pallas van huizen

halte – bennie spekken

ze is alleen
maar met haar smartphone bezig
ze is maar alleen

ondanks de mensen
dankzij de mensen
om haar heen

ik stel me voor
dat ze veel vrienden heeft

weg met de leegte – pallas van huizen

alsof je in het donker aangeraakt wordt
de hand van spieren, citroenen die zoenen,
eerst schrik je

het luchtfietsen in bad, alleen in lauw water
dat zij weten dat ik wel van ze hou
drinkend tot over de rand van duizend
waar een lach of glimlach
geen echte lach of glimlach meer is

herken ik de zwakte
nader niet gewenst
uit zelfbescherming

de andere kant van het verhaal
is dat er geen verhaal is

vaak ben je stil, soms droevig,
meestal over-optimistisch

ik mis je gezicht

 


YouTube: weg met de leegte – pallas van huizen

vlinderveeg – erik-jan hummel

Zoals mijn bad vol potjes vol vlinders
en in de dekseltjes gaatjes en in
de kas een duizendtal op reserve
alsof ik hoopte dat ze de potjes
wegvlogen of zolang ze vlogen

Zoals ik baadde en zo zonder
het te willen potjes kapot deed slaan
en soms een vlinder ontsnapte, maar
vaker verzonk en ik me dan los sneed van

Zoals ik een aquarium kocht met sluitend
deksel, alle reserves losliet, juist daarin
faalde, want volledig vol vulde ik

Zoals ik het aquarium in een vol bad liet
zakken, het water het deksel drukte en zij

Zoals ik in één veeg

als was het op papier – erik-jan hummel

De laatste keer moet de eerste keer zijn
dat ik je voor ben, want al weet ik
dat je bestaat, je bent als was
je van papier en verlaten te worden
door papier

Voor sommige boeken voel ik veel en als ik aan ze denk
wil ik ze nooit kwijt, en het ene boek
dat verdween en ik laat
op een middag terugvond op het dak
zo doordrongen van vogelpoep en regenzand
dat ik het ondanks mezelf
niet verdragen kon en verbrandde

Dat ik stok, steeds voor het einde, omdat
ik het einde vrees dat ons
finaal zal beëindigen, en ik zie je,
ik ben haast te laat
met zeggen dat ik ga,
als was het papier
op.

de afstand is zichtbaar – pallas van huizen

Weggestopt in een glas,
de zilte tranen,
de onschuld van een man,
als zwarte ogen achter rode gordijnen,
zware schouders,
een tel van onbalans,
was zijn vrouw maar hier,
verloor hij zichzelf zonder inzicht,
zienderogen wegkwijnend in teren taal,
druipt haar liefde langs de hoorn,
de donkere eenvoud van verlangen,
waar houten tongen afstompen
tegen ijzeren idealen,
ze was geen gangmaker,
maar raakte me
in haar vertraging.

liefde voor een vrouw – pallas van huizen

Sommige mensen nemen haar serieus,
ze doet dingen die ze raken.
Ze laten zich niet beïnvloeden
door waanzin of jaloezie.

Uit ervaring leest ook hij haar in vrede.
Geen termen van goed of fout.
Als het haar niets zou kunnen schelen
dan zou ze het ook niet zeggen.

Objectiviteit bestaat niet.
Was hij maar een open meer.

De lucht is roze gespannen.

Met een op-zichzelf-gerichte blik
respecteert de man haar keuze.

Onvergankelijk is zij dezelfde.

De liefde is hier.

oud nieuws – elsje de wit

daar zit ze dan, pal
voor het raam
niemand kan haar ontlopen
de rollator ernaast, het bed erachter
en voor zich een slok reservetijd
soms valt er wat
te hopen

tot slot – pallas van huizen

Ze wilde alleen de winnende doelpunten zien,
ze verloor bloed tijdens het speekselonderzoek, ze was klaar,
haar geloof in de maan was op stille tenen verdwenen.

Getrouwd met haar voordeursleutel verstikte ze.
Ze at, ze dronk. Ze vergat, ze scheet en ze schreef.

Een analyse van.

Verlangen is een zwakte.

Sterk zijn houden van

rivieren en zijarmen – elsje de wit

hoe blank haar huid ook bleek
hoe heet de thee die jullie dronken en al
het moois dat ze je te eten gaf rond dat uur
de rebel lacht goddomme, slaat duizend nieuwe wegen in
met genoeg geld en lef in zijn zakken
de maan boven alles en een kop vol vuur

ik heb de rivier op de voet gevolgd
smeet zesendertig stenen in het gras
pas nu mijn vinger over de landkaart glijdt
weet ik dat de man die mij de tiende steen gaf
onbetwist
de rebel was

de matige kunst van beademing – bert de kerpel

Met bals had ze geen ervaring en dat leidde tot een bestseller
‘Bals en ballen: ervaring nihil’ en dientengevolge wat geld
Voor de kermis met Pasen waarop ze met haar spokenogen
Menig man verleid had andermaal het schieten te proberen
Slechts in het spiegelpaleis kon ze kussen: mond op mond.

ganzin van god – bert de kerpel

Er was eens een vetgemeste gans die een kei vond
En dat ze te lang en te gelukkig leefde
Ze nam hem, schudde de mest eraf en stak hem
Met beide poten in het gat van haar trechter

Toen de ganzenhoedster haar de poort door joeg
Na de godganse dag geen volk gehad te hebben
Ganzen immers worden afge-leverd in de hel
Trok ze haar pluimen uit en rolde al haar leden
Lillend en bevend door pek en eigen veren en zei:

‘Falada, waer bestu bleven, mi lanct naar uwen paardenkop’
Waarop het ros prompt de benen nam en een extra paar
Uit de spijkerton voor de prinses die nog nasnaterde.

ik zie haar – pallas van huizen

Ze heeft haar bagage weggestopt
in een houten kast.

Vertrouwlijk stond erop.

het gedicht van o – maaike klaster

Voor Colin
 
 
Mijn zachtrode O
    zingt rondswingende roversliedjes.
Mijn O
    klinkt als scharlakenrood

en zeg je Sesam Opium,
    dan klapt ze langzaam open,
blozend.

Zo paait ze je met een keel van zijde,
    ademt ze falie uit.
Zo, Baba, zo mooi.

Als een dadel in je palm
    zacht tot de pit. Waar wacht je op?

Roffel als de kleine trom.
    Rimbom, Baba, rimbom bom bom.
Kom maar op met die trombone,

speel de toon van pimpernoot
    en doe het zonder handen. Ja,

raamkozijn omvat het oosten,
    toont ons purpergloren. Hoor.

Bolero dondert honingbliksem.
    Prismaspectrum!
En overal ozon. Ozon.

polariseerdingetje – quirien van haelen

Ze hebben heel hun leven krom gelegen
Wat hadden ze het al die jaren zwaar
Ze hebben niets, geen cent, cadeau gekregen
Een leven lang geploeter en geplaar

Ze werkten allen meer dan vijftig jaar
Een zevendaagse week, van vijf tot negen
En geen gezeur, geëmmer, of gemaar
Ze stonden er, in hagel, sneeuw en regen

Nu zijn ze grijs en gaan ze met pensioen
Voorzichtig dooft hun laatste levenslicht
Het reis is bijna klaar, ze zien de haven

Toch vinden ze de kracht iets groots te doen
Ze zien het op de valreep als hun plicht
Een diepe generatiekloof te graven

dagje in de duinen – pallas van huizen

Zijn kroket was in het zand gevallen,
haar aardbeiensoftijsje droop over haar net nieuw gekochte T-shirt van de HEMA,
haar man staarde naar de lucht en hij als kleine filosoof staarde mee,
zonder zichzelf een vraag te stellen ergerde zij zich aan de afwezigheid
van zowel de heren als de dame.

In gedachte stond ze alweer bij de wasmachine,
zich niet bewust van de mooiste dag van het jaar.

deadline – marjon zomer

je huis moet leeg
zo zijn de dingen
jouw dingen
ineens een opruimklus

alles moet afgezegd
leeg en weg
je broeken van de lijn
- ze voelen stijf -

verbonden voel ik me
met dingen
die niets kunnen zeggen

met de hoorn van de haak
trek ik het snoer
uit de muur
de toon sterft

nu is er alleen nog behang
met lichte afdrukken
op foto’s op Funda

* – bianca hendriks

Ze staan tegenover elkaar
Handen naast hun zakken,
vingers gespreid, de voeten
wijdbeens, met losse kaken
haken hun ogen zich vast

Ze wachten
op een teken
in het spiegelbeeld van zichzelf

Ze wachten
op die ene wimperslag met losse handen
op de asterix met gespreide benen

Maar die blijft hangen
boven het onuitgesproken woord

pretty good – bianca hendriks

Op jouw Facebook
zag ik haar profiel

…pretty…pretty…pretty good…
met dat pistool
tussen haar borsten
geklemd

Ze was om op te vreten
maar dat hoefde al niet meer

Je weet hoe dat gaat met mooie meisjes:
Neem er nog eentje

…you never know…
(want het kan altijd de laatste
keer zijn)

wonder – vincent corjanus

Daar loopt een wonder,
zo mooi.
Ze schittert mee in de menigte.
Een ster die net boven de grond zweeft.

Ze zal nooit vallen,
ik mag geen wens doen.

woorden van een oude liefde – vincent corjanus

Het was moeilijk om de woorden van liefde
over je lippen te tillen.

Woorden die na het afwegen
ligt bleken te zijn.

Woorden die niet uit te drukken
zijn in geld of macht.

Woorden die mij vertelden
dat de striemen op de ziel zouden wegtrekken.

Woorden die over het denken heen galmden
en bleven zweven.

Toch zijn ze nu vastgekleefd
in het verleden.

Zijn ze in een hart of in een zwart boekje gekerfd?

Ze zijn bewaard.
Ze zijn verjaard.

meneer – jacob van schaijk

morgen is verleden tijd
terwijl vandaag nog moet beginnen
en gisteren wel nooit zal komen

er is alleen een vlinder die fladdert
een herfstblad
dat dwarrelt in de wind

haar kromme handen grijpen mis
waarom ze huilt kan ze niet zeggen
ik zing een kleuterliedje

ze laat een foto zien van hem
of ik die nog ken
ze weet niets van een kastanjeboom

wie ik ben, ze heeft geen idee
maar met een kus is ze toch blij
en glimmend zegt ze dag meneer

aan mijn ongeboren kind – maaike klaster

Nee, je bent er nog niet, ook niet in mij.
Al kan ik een lange tienerjongen mama
tegen mij horen zeggen. Bestaat zoiets?

Zien wij elkaar op een dag onder- of
bovenaan een trap? Heb ik zin om jou
te dragen? Mag ik mij zoiets afvragen?

Het spijt me dat ik mijn leven lang zo
stom ben geweest, maar ga vanaf
vandaag maar bij jouw vader klagen.
Die gedraagt zich tegenwoordig als de
kledingloze keizer. Ja, schat, net als jij
had ik een wakkerder iemand verwacht,
maar ook ik heb liggen slapen.

Weet je dat ik jou zag, in het echt? Al
zullen er mensen zijn die mij voor gek
verklaren. Dat doen ze waarschijnlijk
toch al. Jij reed op een crossfiets door
de fontein op het plein en keek om je
heen als iemand die het – godzijdank -
nog niet had begrepen. Ik lachte hardop
en dacht: ”Goed zo, jongen, laat maar
zien hoe het hoort!” voordat jij je
zeiknat en triomfantelijk omdraaide
om diezelfde route door dat uit de
grond spuitende water nogmaals, maar
in tegenovergestelde richting, af te
leggen. Je keek er zielsgelukkig bij.

Bij nader inzien werd jij helemaal niet
nat, niet van water, want die fontein
was er wel, maar jouw lichaam nog
niet, en die fiets moet ik nog kopen.

Het leven is mooi, lieve jongen, dus
dat wil ik jou dolgraag geven, maar
zonder jou vind ik er steeds minder
aan. Ga maar vast bovenaan die trap
staan, dan kunnen wij zien wie er
eerder is: jij beneden of ik boven.

Ga ook maar aan je vader vragen
waarom hij zich als zo’n ongehoorde
klootzak heeft gedragen. Je weet al
waarom ik zo’n verschrikkelijk
kutwijf ben geweest.

* – berrie vugts

Hoe moeten kameleons elkaar herkennen
Ze kijken liever om zich heen

tot het zwijgen zichtbaar wordt
tot het vlies over ze heen begint te groeien

In een gestaakte poging ze terug te werpen
Naar een maagdelijk stadium.

Ik zeg het nog een keer:
Er is hier sprake van totale betovering

altijd wat – jan holtman

het begon allemaal onschuldig
met paardrijden, ik hield van de geur
de pijn, haar vet geworden haar

toen wilde ze meer
yoga en haptonomie
de klankschalen vielen stuk

en niet alleen dat

ruimte voor tranen – pallas van huizen

Dat ze het niet aan zou kunnen,
voor de kat zou gaan denken.
Niet-wetende of het nacht of ochtend is.
Dat is de reden, daarom werd de schrijver boos.

In haar belang, groot of klein:

Als hij iets verkeerd gedaan heeft
dan was het uit liefde.

Op aarde smeekt de regen,
de zon spreekt in zeven delen.

Zoiets zou niemand doen, behalve als je wist
of erger nog als je wil.

In taal zal zij altijd blijven leven,
dat zal hij altijd blijven zeggen.

De wereld verandert, gevoel idem dito.

Alleen de herinnering blijft.

click – pallas van huizen

Dat zijn neus in een handdoek sliep,
het gejaag op dikke ribben voorbij was,
beschreef zijn uitstapje in Anderland.

De stilte die het teweeg bracht.
Het vechten, niet meer met haar.
Achtervolgd door zijn schaduw
fluisterden de lichtjes.

Muziek is een zijnskwestie.

Achteruit inparkeren, zei ze.
In de grachten dreven vergeelde blikken.
Haar stem was vaag.

Geen idee waarom, maar ze zei zoiets

als dat ze me kent.