groepsfoto – c.p. vincentius

We zopen vooraf de enige kroeg leeg
en liepen in bedauwde uren
onze allereigenste marathon in allengs
soepeler schrede en steeds
toenemende regen, hagel en tegenwind.

Na drie uur draf en vlak voor het hoera
en de hoempa van de finishlijn
waren de schedels vol van helder besef;
het nu kreeg waarde en telde,
zo bleek de volgende morgen ons eerst.

Vervolgens wisten de koppen op de foto
elke twijfel en elke angst weg,
al kwam eenzaamheid amper ten tafel.

Het bestaan bleef immers voortbestaan,
zolang anderen het kiekje zagen
en koppen vol zweet wilden herkennen.

voor altijd loos – kate schlingemann

wat moeten we hier nog meer in zoekgeraakte hoeken
op tussentijdse grond terloops bij eb of vloed dan vloeken
wie houdt zijn handen thuis, hangt met kindontgroeiden rond
wie knoopt de lakens lang genoeg alsof wij al ongezond
hun blokken zijn aan been, wie maalt om ons, en komt op deze dag
ons niet met afgewende blik gedogen, nu we zelfs in boeken doven
en het binnenleven niet meer gaat, als we van alles niets meer mogen
buiten deze staat, naar zee zouden we wel willen, wij die niet te peilen
diep tot op het bot en laatst de zoute meisjes bleven

onlosmakelijk – dio the cilany

wanneer het hoofd soms even opzij zakt
dan weten we dat geluk een horizon kent
even recht als gebogen

als wij elkaar in de armen nemen
vermoeden dat het goed komt
ook zonder zoals daarvoor

het eerst overal groen is en bloeit
zelfs ontworteld op dood hout
houvast vindt ogenschijnlijk in niets

geeft het dan nog iets
of staat alles stevig overeind

de berekenende kant van een artiest mag ook wel eens onder de aandacht worden gebracht – hans van willigenburg

ik hap blijmoedig naar adem
want ik weet dat wat ik ga zeggen
vijftig procent schokt
de andere vijftig procent oplucht
‘welke tv-programma’s doen we?’ vraagt mijn manager
allemaal willen ze weten of ik het meende
of ik de geschokte vijftig procent haat
(en zo ja waarom)
of ik de opgeluchte vijftig procent omarm
(en zo nee waarom niet)
terwijl ik onder studiolampen vecht tegen de slaap
en op de rand van pure desinteresse
mijn provocatieve repertoire afwerk
stromen nóg meer verzoeken bij mijn manager binnen
‘nog twintig tv-interviews en je hoeft nooit meer wat te zeggen’
rekent hij voor
‘als ik de steen nog wat harder in de vijver had gegooid waren het er minder geweest’
mijmer ik
 
geen rekening houdend met mogelijk nog te volgen doodsbedreigingen
opstootjes
prominente landgenoten die hun positie kiezen
en daarmee mijn uurtarief zomaar verveelvoudigen zouden kunnen

clementine oranje – tibbes punt

Sinds de laatste schepen zijn vertrokken
is er geen houden meer aan.
Boeren hooien lieve lust
vrouwen spugen pap tot tafel.

Zag jij ze?
De kraaien pikken ogen
onder valse bodem stroomt het
langzaam starend met gewoon.

Te intens geboren
bloeden naar hartelust
wilde dansen met mijn draak.

Bij ons laatste avondmaal
niet anders
wijn zuipen we niet
plakkende hostie
gehemelte aan elkaar.

Hoe ik leefde voor de gladiolen ?
Scrotum van de buurt
stijft zich op
aan nog een psalm
tepels kost voor kosters ogen
blauwdruk jouw zak.
Orgel pruttelt beloftes
rollen peper tussen
munt in zak om preekgal
door te slikken.

Zwarte roos
van krans gehaald
niet alles is per slot van rekening
lelijk aan jou
en het moet toch ergens begonnen zijn?

We hebben
starende bergen gesplitst
veensap gedronken
fatalistisch imago geswunged.

Ik dronk jou ’s nachts
en jij teveel.

Je humeur
clementine
oranje.

Vaak likte je wonden
in mijn vuur.

Waaien is het beste
maar het verder
staart mij aan.

herstel – gerardus

nee we zijn niet
aan het rommelen
in de marge

als we willen
dat de economie
zich herstelt

voorspoed komt
alleen

door gebreken

op stapel – gerardus

vandaag staat er weer
heel wat te gebeuren

laten we vooral hopen
op goddelijke interventies

* – erik-jan hummel

alleen je binnen te laten is
een dag werk, want ik denk
de hele avond de hele dag

telkens komt het op mij aan
alsof jij niet bent, en dat
ben je ook nog niet, en toch

dat je helemaal niets doet
als ik je beroof, dat niemand
me tegenhoudt als ik links

loop of schreeuw op straat
het is teveel, ik mag teveel
en niemand zegt waarom

of waar of hoe of waardoor of

uitgedacht, afgemat, nog voor
het fornuis me roept en het
gehakt het koud heeft en het

bed mijn opgevouwen vormen
mist, de klok die me dwingt
althans iets te kiezen

alsof het hele huis me klaar
wil stomen je binnen te laten
om me zo te lozen, en me zo

te dwingen mens te zijn, en
alleen je binnen te laten is
al een verzoek of ik binnen

mag treden en dat we als je
blieft even samen mens zijn
want alleen is het me te veel

logeerpartijtje – pallas van huizen

De tunnel door de slaapzak, de zijkasten en lakens
naar het bureau was een avontuur,
een avontuur dat meerdere keren herhaald moest worden,

in zijn fantasie was hij een jedi, en zij zijn jedia,
van moeder mochten we de hele nacht spelen,
maar ‘s morgens bij het ontbijt
was de onrust toch voelbaar,
we aten snel cornflakes met yoghurt
en suiker en om 10 voor half negen
stonden we al op het schoolplein,

de moeder van Michel was de enige die er was,
zij en wij hebben alles gezien.

Papa was toch boos geworden.

op natte planken – pallas van huizen

Het is dat ik je ken of eerder gezegd denk te kennen.­
Ik was dichtbij, heel dichtbij.­
Jij ver weg, heel ver weg.­
We konden elkaar aanraken,
maar niet bereiken.­

De weg kwijt.­ Er was geen jij in deze wereld.­
Kromme tenen en ik weet dat ik weer eens zoekende was,
diep in het rood ondergedoken bij de gratie van 10 euro.­

Daar zaten we dan in onze indianentent.­
Geen woord gezegd, broodnuchter, lege en lage wolken
en we filmden de toekomst in onze frontale hersenkwab,
door onze maag, langs het ruggenmerg,
in een adem naar buiten.­

Blind voor het leven nu we de tunnel zien komen,
lichtje voor lichtje,
een voetstap verder weg en dichterbij.­

De dood ruik je hier op een afstandje.­

stellingbouw – martin m aart de jong

Er is een tijd van komen en gaan
daartussen sta je op een scheermes
blaffende menigtes toe te hoesten
dat de poëzie geletterde zuurstof
is zonder welke we hersendood tussen
de stenen bewegen van geboorte en dood.
Als je nooit zegt dat iets mooi is omdat
je niet kunt zien wat van een ander eeuwig
deelbaar is ben je net als het heelal
alleen tril je negatief in een hoekje,
ook als er geen hoekje is omdat er zoveel
hoekjes zijn met trillende ego’s. Je trilt
altijd mee met de energie. Je weerkaatst
klanken van werelden die je niet kent omdat
leven een voortzetting is van alles wat koolstof
verbindt aan de hartstocht. Het staat steviger
als je geschiedenis de jouwe weet meedeelt in
de draaiing van de as.

kostersvoordeel – marjon zomer

tijdens het avondmaal
was het de enige keer
dat we witbrood aten
de bakker leverde het brood
in hapklare blokjes aan

op glimmende schalen
stond het voorin de kerk
tot de dienst begon
onder witte doeken
zonder oud te worden

na de dienst stonden de schalen
bij ons boven op tafel
het overgebleven brood
propten we met handenvol
naar binnen

het lijden van jezus
en buikpijn op maandagmorgen
op die dagen werd
er bij ons thuis
niet veel gepoept

gedicht dat ik schreef op 06/06/92 – maaike klaster

Toen ik inmiddels 16 was

Ik wil praten met jou;
we moeten elkaar weten.
Volgens mij zijn wij
hetzelfde.
Misschien zou ik dat alleen
graag willen.

ook – marc robbemond

ik hou van hem zoals ik ook van mijn rechterarm hou
een half hart waar sneeuw in zit
de hardcore poging tot vermomming van de homo
we schreven het op de muur
‘drank is een moeder’

“­zit er leven in een steen?”­ – pallas van huizen

Muziek doet pijn, stilte ook.­
De zon doet pijn, de wind ook.­

Kunnen we nog even met elkaar praten?
Gewoon met elkaar praten?
Zonder al te veel moeilijk gedoe.­

Kan ik nog even naar je kijken, je voelen?
Wil je me nog even aanraken
zoals alleen jij dat kan?

Muziek doet pijn, stilte ook.­
De zon doet pijn, de wind ook.­

Zien jullie dezelfde grijze wolken?
Precies dezelfde grijze wolken?
Zonder maar even te denken aan morgen.­

Het dier in mij zit in de regen.­
Even afgeleid laat zij de waanzin los.­

Langzaam word ik iemand anders.­
Teleurgesteld, verdwaald

in het bos van koning god.

zwaan – wijnand raben

ik zag een zwaan
bij haar eigen kroost
een beetje van Gogh
of zo maar een losse schets

geen portret in de kamer
of schouwburg
waar we naar Theo Maassen keken

nee,eerder de vijver
voor de flats
waar we herinnerd werden
aan haar laatste dagen.

ik heb niet met je gepokerd – monique methorst

Als we dan toch over armoedig hebben
een leeghoofd loop je niet zomaar op
wie dan leeft, wie dan zorgt dat het echt lijkt

alsof het hoort is deftig aan het woord
twee over het paard getilde lippen
nu het gezicht nog en wat er ook kijkt

kan mij nog minder schelen.

nox voluptatis – bert de kerpel

Toen ik sliep had ik een boek vast,
zij mijn handen en ze vroeg of ik
met haar in de bladspiegel wou duiken
en het donders brakke water brak.

Trots in de verte torende de oever
maar twee goed gekozen woorden en
tussen haar dijen lokte ze een karper.
Zijn vinnen sneed ze tot vleugels.

We zijn aan wal van bil gegaan.
Onze tenen woelden het zand
tot hoopjes, onze tongen trilden
maar alle letters losten op.

Van zodra de wind de klinkers
verzameld had en wij, charmante
ketters, weer te water gingen,
begonnen planten te dansen,

twijgen te zingen en later,
toen de spiegel ons losliet
en de letters, ontvlamden we,
bronstig als belezen spetters.

een kleine poëtica – jan holtman

De beste poëzie is volgens mij niet elitair of academisch. We moeten af van het idee dat dichters voor dichters schrijven. Onconventionele poëzie is slechte poëzie, want ook vrijheid luistert nauw naar de wetten. Het is schier onmogelijk om die wetten te beschrijven, want ze zijn er niet.
We kunnen na een studie theologie of letterkunde symboliek gaan duiden in een historisch perspectief en daarmee het gedicht proberen te verklaren. De schoonheid van een gedicht ligt echter niet verscholen in de verklaring, maar in de tekst zelf.
Wanneer een gedicht de schijn wekt dat het uit verveling is geschreven, kan het niets zijn. Een dichter die zich verveelt is niet aan het schrijven.

Een belangrijke voorwaarde voor poëzie lijkt mij dat het naast verwondering ook onbehagen moet scheppen. We willen niet in slaap gewiegd worden met antwoorden of verklaringen, noch deelgenoot gemaakt worden van het gevoel van de dichter. De tekst die iets anders is dan het gevoel van de dichter , moet ons raken. Een goed gedicht schept echter ook zo veel onbehagen, dat we als lezer blij zijn de dichter niet te zijn. Het gedicht jonge sla van Rutger Kopland heeft ons geraakt. Maar wie de documentaire gezien heeft, waarin de dichter in een tot schrijfhok omgebouwd kippenhok zit te mijmeren en te werken, kan toch niet anders dan concluderen dat er nauwelijks sprake is van identificatie met de dichter?

Een bevriende dichter verwoordde het zo: “Met het schrijven van poëzie benadruk je de beperktheid van taal, die bij goede poëzie althans, ruimte creëert voor beleving bij de lezer.” Ik deel die mening niet!, maar kan haar niet meer om uitleg vragen. Zetten we haar axioma in versvorm dan staat er wat:

met het schrijven van poëzie
wordt de beperktheid van taal
in vorm gebracht

Onopgesmukt! Geen hulpmiddelen! Geen geschreeuw! De taal, hoe beperkt dan ook, doet zijn werk! De bron van alle poëzie is lijden of verlangen. Is dat niet zo dan is er geen sprake van poëzie!

alleen mijn huid – janine jongsma

alleen mijn huid verzet jouw zinnen
maar de woorden glijden van mij af
ik word niet warm of koud van je
je zet me in de stoel neer voor de spiegel

haalt snel een washand over mijn gezicht
en zet mijn arm zorgvuldig terug in de kom
in de badkamer huil je de vlekken uit mijn lingerie
je borstelt mijn haren en telt hardop honderd slagen

vraagt of ik mijn lievelingshaarband in wil
maar besluit uiteindelijk tot een paardenstaart
beneden kus je mij teder gedag, ik staar naar de tv
mijn borsten kijken jou onbewogen na

de kat telt de uren af, gebruikt mijn been als krabpaal
jij belt vanaf je werk hoe het gaat, dat je laat bent
en of het goed is dat we Chinees eten
ik neem niet op, dat doe ik nooit

renaissance – maaike klaster

Ik heb een heel deel, half deel, van mijn stem
teruggevonden, een luchtkoker waar oude en
nieuwe noten, tonen, klanken, zinnen, woorden,
melodieën door naar buiten stromen, een stuk
van mijn luchtpijp dat al die jaren afgeknepen
was, waar niets uit tevoorschijn mocht komen.
Horen jullie die hoge C terwijl ik dit schrijf?
Ik was er bijna! Wie had dat ooit gedacht?!

Nu kan ik niet meer stoppen met zingen en
herken ik mijzelf niet meer, of liever gezegd:
ik herken mijzelf na zo’n 32 jaar weer terug.
Er kriebelt zelfs een dikke giechel in mijn keel
die mij vertelt dat ik wel degelijk ooit een meisje
en alle dagen vrolijk ben geweest, en dat is een
zegen.

Dat wilde ik jullie even laten weten, intellectuele
broers, zusters, vadervrouwen van deze wereld
die nog steeds denken te kunnen beweren dat
één zinnetje van een uitermate luie donder
(René Descartes, ja. Dat luie sekreet, die in z’n
bed liggen ruftende, slome pijproker) ons bestaan
op aarde bepaalt. Wat Een Goeie Grap. Want
Verlichting, dat is een hoofd op sterk water.
Uiteraard ja.

Misschien dat we dan volgende keer van plaats
kunnen wisselen en jullie je als tweejarige laten
afranselen, vastbinden, uithongeren, betasten;
je op je vierde zo bruut laten verkrachten dat
niemand tegen je wil zeggen hoe erg dat voor
je is geweest; op je vijfde je vader chronisch
ziek zien worden; op je zevende te horen krijgen
dat papa’s ziekte nu ook in jullie lichaam huist
en op je achtste, met je knuffelbeesten en
kleurblok op schoot, aan de zijde van je vader’s
dialysestoel af kunnen vragen waar jullie, als
jullie later groot en ziek zijn, die twee dikke
naalden zullen laten plaatsen, in jullie dijbeen of
in jullie arm, want de huid op een vrouwenarm is
dun en als zo’n shunt te vaak geprikt wordt, kan
het voorkomen dat dialyse niet meer mogelijk is
omdat de naalden niet meer houden en als
nierpatiënt ben je zonder dialyse binnen een week
dood.

Misschien dat het vooruitzicht van aan een
machine gekluisterd; door een pompje en een
vezelachtige kunstnier in leven gehouden
worden jullie idee van plezier is. Jullie hadden
niet meer nodig dan jullie gedachten, toch?
Een lichaam, dat is maar iets vies. Daarom mag
je blijkbaar als volwassene zomaar een kind te
grazen nemen. Had ik maar niet met een mond,
een kut en een paar nieren geboren moeten
worden. Eigen schuld, dikke bult, zullen we maar
zeggen. Die ziekte heb ik overigens overboord
gegooid. Wie hem wil, mag hem hebben.
Mijn zegen heb je.

live and let die – monique methorst

Als de vertrutteling in Nederland nog verder toeneemt, sta ik dan straks op 80 overjarige eigen benen achter een toonbank met een prijs op mijn hoofd… dat begint al voor je zelfs maar geboren wordt, ik hoor ze nog kirren: “Ach, als het maar gezond is!”
Is er al een keuringsdienst van wie er leven zonder waarde?

Of zit ik dan vast…
“Mevrouw, er staat een maximumleeftijd op seks, drugs & rockende snollen, zo was er het incident toen U stiekem meerookte met de auto van de overburen en vandaag bent U betrapt op het misbruiken van duivelse smiley’s. Wat is daarop Uw antwoord? ”
” Dat ik onschuldig ben, oh edelachtzwaar op de hand liggende hebbelijkheid, ze willen me in een hokje stoppen omdat ik zo onfatsoenlijk in mijn knopjes was met een recept op basis van obesitas.”

Wordt bruine chocola voorgoed uit ons pretpakket vervangen door de witte, is het varken van marsepein niet te onrein naar ieders smaak, wat weer vloekt met een crisis hoe we via laatste snufjes weten wat we uitvreten en als we toch graag met elkaar bezig zijn, lip op lip, in zoveel godvergeten minuten bij alles en iedereen stil staan, laten we morgen rustig iemand door een menigte doodslaan.

vang ons – kate schlingemann

Kom, trek jonge ogen aan
maak laarzen van je voeten
woel tenen door het natte zand

Licht zoeken we,
op het water
tussen vingers
uit het schuim
en bladeren

van ongeduld huilende wolven
we ruiken de maan zoals ze valt,
trappelen haar in glinsteringen

belijdenis – peter de groot

ik geloof
niet in het moment
want dat verandert
of althans ik geloof
op dit moment
dat tijdreizen mogelijk
kan maar dat alles ook
tevens een illusie is
waar we niet omheen kunnen
gaan we recht door terwijl
we best iets anders zouden
willen pakken een glas
klok klok klok tijd vliegt
het waarheen niets kan het ons
schelen alles laten we corrigeren
keurig gestreken het voelt
toch niet nep zo’n keursbrein

zit als gegoten

het kistje
waar ik nu
in lig wacht
krijg geen adem

heb ik helemaal
niet nodig
want de geest

gaat door merg been
hout grond nagels en steen

wil alleen even relaxen
zonder dan gelijk
gepijpt te worden

word jij daar
dan niet misselijk van

overal die seks en porno

liefde in de dierentuin – michiel jongsma

We stonden in de dierentuin
‘We passen bij elkaar,’ zei ik verlegen
De zebra’s gaapten ons wat aan
Maar spraken mij niet tegen

vliegen – roop

kijk me staan hier op die foto
heb ik nog mijn zondags jurkje aan
ik lach wat tandloos sleep een pop
mijn haar in pippi-langkousvlechtjes
die ik later niet meer wilde
pippi is voor kleine meisjes
ik werd groter ging naar school
leerde schrijven rekenen is nooit
mijn sterkste kant geweest ik droomde
van de batavieren die bij lobith
binnendreven en bij leiden mondden
in een noordzee zonder overkant
alle batavieren hebben vlechtjes
zei mijn moeder maar die wilde
doodgewoon geen klitten kammen

de huishoudschool de derde klas
de tweede keer de laatste want
de hema lonkte eigen geld een
toekomst tussen rookworst ondergoed
cosmetica mijn roodsatijnen broek
glanst in de zon en let eens op
die poedelkop was het anna
of agnetha die me inspireerde
ik weet niet meer ik leerde koken
kreeg een twee in aardrijkskunde
snapte niks van algebra maar mama
zei dat is niet nodig kassa’s
tellen zelf een knappe meid als jij
heeft zo een vent die voor je werkt
en vergeet de rest maar lekker kind

daar staat hij in zijn bakkersbroek
tegen zijn kreidler op te glimmen
hij liep wel tachtig zei hij trots
probeer dat op zo’n puchie en je
ballen trillen vierkant door je strot
om van yamaha helemaal te zwijgen
piloot wilde hij worden ook als
dat moeilijk was met lts maar in
het leger kon je alles worden wat
je wilde als je dat maar wilde
stond de hele wereld voor je open
we zouden op mallorca wonen en
de hele dag niets doen later met
het geld van vliegen en van mijn baan
als mannequin voor marie claire

hij droeg zwart en ik was in het wit
in juli onder een hemel zo blauw
als de familie van het paar dat
waren wij het stralend centrum
van een wereld die bestond uit ons
en later ook de voetbalclub alwaar
hij sluitpost steun en toeverlaat
bij lage ballen ietsje minder stond
er steeds liet nooit een zondag schieten
verder zat hij thuis als hij niet werkte
en las wat over vliegen tot eeuwig
passagier verdoemd want dioptrieën
worden nooit piloot we gingen vrijdag
wel eens bowlen drie vier keer per jaar
wat drinken zonder werk of club

deze is van vorig jaar wat zijn we dik
we trouwden niet om af te vallen en je
wordt geen doelman om te veel te lopen
we lachten wisten niets twee weken later
werd hij aangereden ‘s avonds toen hij
terugkwam van zijn werk een lekke band
en regen werd de wao het geld
werd krap wel had hij nu veel tijd
las alles over lindbergh de gebroeders
wright de uiver boeing al wat vloog
legde zijn boek dan peinzend weg en keek
naar buiten naar de eindeloze lucht
op gister na toen stond hij op en ging
naar buiten naar de brug spreidde zijn armen
ogen wijd open voor zijn eerste vlucht

de nacht begint wanneer de juiste zoogdieren zichzelf in het donker knijpen – delphine lecompte

Met geknapte veters adopteer ik een bezwaarde kat
Ik noem haar Gerda en ze haat mij
Twee dagen na de adoptie sterft mijn grootvader
Ik krijg de kaas die nog onder zijn stolp lag
En een gotische kandelaar zonder kaarsen.

De kaas deel ik met mijn jongste zus
Die onze grootvader nauwelijks heeft gekend
Ze heeft zijn gouden dasspelden geërfd
Na de kaasmaaltijd verlaten we voorgoed zijn hol
Zijn holle huis echoot mijn verwachtingen uit.

Terug in mijn eigen woonst toon ik
Mijn zus de kat, de kat aan mijn zuster
Gerda spint en mijn zus snijdt
Zichzelf aan mijn briefopener
De brief is aan ons beiden gericht.

Onze moeder wil dat we op het zelfde moment lezen
Dat haar vader een winderige, lijmverslaafde tiran was
En erger!!
Mijn zus leest trager
Wanneer ze lijmverslaving bereikt
Heb ik al erger ontdekt.

Erger is slechts een kortstondige flirt met de blinde vrouw
Van een Kaapse glazenwasser en een langdurige affaire
Met de schelle dochter van een bipolaire garnalenpeller
Na de brieflezing houden we ongewijzigd van onze grootvader
Onze moeder kan letterlijk naar de maan lopen
En daar nadenken over haar navel en over haar kleingeestigheid.

De zon gaat onder en we proberen de ondergang te chronometreren
Maar we raken het niet eens over de kleuren
Volgens mij hoort het rood nog overduidelijk bij de dag
Volgens mijn zus was het oranje reeds het begin van de nacht
Een uur geleden is de kat grijnzend door haar luik verdwenen
Met een kaaskorst en twee veters om aan een garnalenpeller te geven.

functie-eisen – gerardus

Voor deze opdrachtgever
is het een eis dat
je veel ervaring hebt
op schoonmaak gebied
van kantoren.
Het bedrijf waar je
aan de slag gaat stelt
hoge eisen aan de hygiën
en daarvoor is het belangrijk
dat je snel en grondig schoon kunt maken.
Verder vragen we iemand die:
      binnen een straal van 20 km woont vanaf Marum
      recentelijk en een aantal jaren ervaring heeft met het schoonmaken
      van grote kantoorpanden.

* – joost van gijzen

De meeste meisjes kennen we nooit als vrouw.
Niet met iedereen deel je puberend het matras -
In de nieuwbouwwijk of eindexamenklas
Zijn er voor elke Janneke een Jennifer, Gwen, Maud,
Hanneke, Marleen, Louise, Brenda en Sas;
Toen geen vonk, daarna geen mistletoe, de huwelijkstrouw,
Nog steeds geen vonk – maar zelfs dan een licht berouw,
Verlangen naar het slaapkamer contrast.

De deur door naar het centrum van de wereld, het bed
Waarin ze je haar zuchten toevertrouwt,
Het schaamteloze beest in ogen hemelsblauw.
Je discussieerde tot aan andere keuzes op het stembiljet
Toe; zag elkaars kinderen opgroeien, de eerste grijze haar; oud
Geworden samen – maar zonder haar lichaam op het palet
Blijft ze dezelfde van klimrek tot verzorgingsflat.
We begraven een heleboel meisjes; zelden een vrouw.

apocalypso – roop

groeten uit het einde
van de wereld aan zee
het weer zat vandaag mee
twee cyclonen en het water
dat god met blote handen deelde

morgen zijn er plagen
en de pianist heet dante
maar pa gaat achteruit

nu is hij weer vergeten
herrijzen aan te vinken
dus na vrijdag zijn we er niet meer
zorg jij dan voor de planten