wonder – vincent corjanus

Daar loopt een wonder,
zo mooi.
Ze schittert mee in de menigte.
Een ster die net boven de grond zweeft.

Ze zal nooit vallen,
ik mag geen wens doen.

gedicht dat ik schreef in 1993 – maaike klaster

Op mijn 17e

Vlieg weg
met vleugels aan
je schouders
en vlieg niet
te dicht
bij de zon.
Hij laat
de was
smelten
en de vleugels
vallen;
daarna jou.
Of toch maar
te dicht
bij de zon?

hoe alles schuift – sabine kars

ik voel de jaren die niet passen en het slippen van
de grond en de meeuwen – die niet langer
voor me spreken – werden uit de lucht gegrepen
kunnen amper hun regen nog bedwingen

de rode kunststof sterren kauwen op mijn vragen
niet wetend waarheen laat staan waarom ze zijn
te luid voor het horen tikken van de stilte
zo is het altijd geweest

dit donker moet verzonnen zijn

het is niet zo lang geleden dat ik een storm opstak
nu lig ik voor het rapen weet dat mensen werkelijk
kunnen breken de waanzin is in iedereen en tegen
de binnenkant van een oorlog is niets bestand

nog even en ik hervat mijn vallen en de
onnoemelijke behoefte aan het bijeenroepen
van een winter het stillen van een landschap
en het afscheid van ons gelijk

hier leg ik mijn wijzers af en vlecht me in op de
hartslag van grijsgeworden bomen luid geluidloos
luister – want als er niet meer wordt gesproken
dan zeg ik je het meest

* – maaike klaster

Om door en zevenjarig gat te vallen heb ik een extra paar armen nodig om me
vast te houden, maar wat mensenarmen betreft zijn hier alleen de mijne,
wat ook precies de reden is dat ik val. Terug in de tijd, langs lege kalenders,
agenda’s, bedden, een bank waar ik ook nu in mijn eentje op zit, en alle mannen
die ik dood heb laten bloeden, zelfs hier op deze vloer, omdat deze isolatie,
eenzaamheid, afzondering – noem het wat je wilt – nog altijd beter was dan het
alternatief: me opnieuw laten naaien, of erger, verkrachten in mijn eigen huis.
Dus het spijt me voor alle verloren tijd, mislukte pogingen om liefdeloos binnen
te dringen in dit verdorde paradijs, een paleis waar gladde muren, spiegels,
tegelvloeren steeds met dezelfde tranen worden schoongeveegd, waar ondanks
alles Vreugde nog steeds leeft, want denk niet dat iemand heeft geholpen toen ik
schreeuwend op de ramen schreef: Help!

* – maaike klaster

Ik blijf maar vallen in armen die er niet zijn.
Wanneer houdt het op op, komt er een einde al al dat schrijven over lelijkheid –
ik heb er zeeën voor in tweeën moeten splijten – staat er iemand anders op
die zegt: Misschien is het nu dan wel genoeg geweest met al dat luie haten,
wegdoen van mijn Vader, Moeder, God, de Hemel, het Leven. Laat ik nou eens
doen wat mij bij mijn geboorte werd gevraagd, of ik onvoorwaardelijk lief wilde
hebben, wat ik inderdaad heel even heb gedaan, maar toen ook dat voor het
gemak heb weggegooid, want hoe lang zijn we hier nou eigenlijk op Aarde?

Dan kan ik eindelijk weer boontjes doppen, eten koken, een man liefhebben,
baby’s verschonen, mezelf lachend langs een raam zien lopen.
Want denk niet dat ik wat ik tegen jullie zeg niet ook tegen mijzelf heb gezegd.
Weet dat ik mijn verkrachters, en mijzelf om die verkrachters, voor alles heb
vergeven, zodat ik verder kon en wilde leven, deze pen heb opgepakt en
alles heb geschreven.

lenteflash – berrie vugts

De stengel buigt zijn hals
Rankt.
Verlangt zowaar naar afgesneden kelen
Die zachtjes, zachtjes vallen in het gras
Zonder overdreven dwarrelen.
Het blad krult op
De zon trekt nog eens fel van leer, schroeit
de gekrulde bladeren.

vlucht – laura mijnders

Het touw
strikt zich vaster
rond mijn voeten
terwijl ik ren
denk ik niet langer aan het vallen
mijn knieën buigen al en ik
fluister
mijn trillende handen
tot bedaren
waar ik wilde schreeuwen
ging een woord verloren
in de schemering

zoet herinneren – hans goudart

Het leven lonkte vol beloften, maar wat bleek:
De mooiste mokkels vallen op
de grootste schoften.
Ik ben altijd veel te braaf geweest;
mijn leven lang een witte raaf geweest.
Begrijp me goed : Geen spoor van spijt
over alle benen wijd,
noch over het gevloeide maagdenbloed.
Ook zal ik nooit een kwaad woord
zelfs maar mompelen,
over de schatjes die ik weg zag strompelen.
Toch vraag ik mij bij vlagen af,
of mijn leven is geflopt.
Ik had er zoveel meer uit kunnen halen
als ik er meer had ingestopt.
Het blijft maar in mijn brein rondspoken:
Ik heb er lang niet alles ingestoken.
Nu zit ik soms te balen van
de leeg gebleven plekken in mijn dagboek
waar ongeschreven de verhalen staan
van zoet herinneren.
Weliswaar kookt mijn geheugen nu al over;
vergeleken bij mijn fantasie is mijn ervaring pover.

de stappen – jonathan griffioen

wij waren vrienden
samen op een vrije avond voor de poort
ik had pijn in mijn schouders

ik bewaarde God bij mijn sleutels
in mijn zak
gedruis op straat was een hard gelag
maar de steegjes waren stil
je kon geen fles horen vallen
of toch

dit jaar – a; diepman

In de inleiding van dit verhaal is al verteld
dat we ons dit jaar niet al te veel van het weer
moeten voorstellen.

Na de kletsnatte zondag,
die op meerdere plaatsen
tussen 20 en 30 mm
neerslag heeft opgeleverd,
zitten we de komende dagen
opgescheept met een stevige
noordwestelijke stroming,
die koele lucht aanvoert.

Er is ruimte voor opklaringen,
maar er trekken ook buien het land binnen
en soms ontstaan ze zelfs boven land.

- De bovenlucht is koud genoeg om de buien een maarts karakter te geven, waarbij dan vooral aan hagel gedacht moet worden. Diep landinwaarts kan in de nacht en vroege ochtend misschien een vlokje natte sneeuw vallen. -

ergens gooit – martin m aart de jong

een vrouw stenen door het raam. Scherven breken de liefde.
Geluk ligt voor het oprapen. Ik kende haar, wist hoe ze heette
hoe haar vingers mijn haar, hoe haar lippen mijn naam.

Nu schreeuwt ze dat ze hem nooit meer wil zien.
Ik kan haar geen ongelijk geven in dit geval.
Ik had het al voorspeld. Met alle geweld zou
hij haar weer terug. Nu dit. Het gaat zoals
het gaat. Er vallen gaten in het leven.
Het moet beschreven worden allemaal
de vraag alleen: wie gaat het doen?
Ik niet, heb ik besloten. Ik hou het
voor gezien, geef mij maar liefde.

clausuur – stoney pete

Mijn ik is een monnik
in een lege bovenkamer
zit zijn cel, een lege blik
zijn geblindeerde ramen

Stil zegt hij
amen
de muren hebben ezelsoren

De buren horen hem
in alle hoeken en gaten
naar een wezen zoeken
en in zichzelf praten

Hij luistert naar goddelijke namen
de wind fluistert door de kieren
hij vindt verzuurde papieren
kluisters die hem binden
uren vol getik

Langzaam maar zeker
komen de muren op hem af
deze bovenkamer wordt zijn graf
de blinden vallen af
in een ogenblik

voor bas jan ader – maria timiaan

voor bas jan ader - maria timiaan

voor bas jan ader - maria timiaan

http://zxing.org/w/decode.jspx

kantelen – frido welker

geef me een plek
te vallen
te knielen
te spelen
mijn handen

in de lucht
stort de wereld neer
mijn plek
stortplek

van bouwen
niets terecht

het is juist
te kantelen
mijn stortplek

gevallen met ten – gerardus

ten aanhoren van, ten aanschouwen van, ten aanval, ten aanzien van, ten achter, ten algemenen nutte, ten anderen male, ten antwoord, ten bate van, ten bedrage van, ten behoeve van, ten believe, ten belope van, ten besluite, ten bewijze van, ten burele van, ten dans, ten deel (vallen), ten dele, ten detrimente, ten dode (opgeschreven), ten eerste, ten tweede (enzovoorts), ten eeuwigen dage, ten eigen bate, ten einde raad, ten enenmale, ten faveure van, ten gehore (brengen), ten genoegen van, ten gerieve van, ten geschenke, ten getale van, ten gevolge van, ten goede, ten grave, ten gronde, ten gunste van, ten hemel, ten hoogste, ten huize van, ten kantore van, ten koste van, ten kwade, ten langen leste, ten laste, ten minste, ten naaste bij, ten name van, ten nauwste, ten noorden (zuiden enzovoort) van, ten nutte van, ten onrechte, ten oorlog, ten opzichte van, ten overstaan van, ten overvloede, ten prooi, ten slotte, ten spoedigste, ten stelligste, ten tijde van, ten tonele, ten voeten uit, ten volle, ten volste, ten voorbeeld, ten voordele van, ten zeerste.

door de lucht – frido welker

alles is mooi, uiteindelijk
vliegt elke vogel op
al is het maar om op Spitsbergen te broeden,
of wormen te eten op een ander veldje

alles is mooi, eerst
de sleutel in het slot omdraaien,
het licht binnenlaten
en dan door een kier
op de wereld laten vallen;
hier is het, dit is het

taalslag – hanny van alphen

wind spreekt wartaal
wanneer bomen klappen laten vallen
in de hoek waar
hangletters lusteloos hun klaaglied stallen
in het laatste boek

aan de achterkant van ruggespraak
waar het gelijk
een rede houdt over waan in de zin
die taal ontworteld
en berooid achterlaat
tot zelfs de houtduif niet meer tortelt

handel in natura – meliza de vries

Ik vraag aan de beuk: ‘wil jij ruilen?’
Neem ik je wortels, zo zwaar beladen
aan je stam, je kunt ook zonder staan.

Dan bekleed ik mij met vogels, eekhoorns, nootjes, nesten en alles wat je maar dragen kunt en jij neemt mijn armen, waar alleen sieraden aan hangen.
Dan draag ik eindelijk een ring
en word jij minder bejaard.

Dan kan ik bladeren laten vallen
in plaats van vrienden, want bladeren
komen altijd terug en ook al laat je ze
neerstorten en wegrotten, dan zeggen ze niet: ‘voor wat hoort wat,’ maar verschijnen ze volgend jaar weer trouw aan je arm.

Dan neem jij mijn huid, waar niemand
zijn naam in zal kerven. En mijn haren,
dan hoef ik mijn benen niet te harsen.