glinsterscherf – tibbes punt

Van zicht ontnomen
riep ik naar een hand die zocht.
De wind roept en brengt.
Nu dwaal je hier rond op verloren momenten
houdt op tast de deur open voor water wat niet stroomt
maar een begin klopt in mijn tenen.
Zes jaar diep verdronken op een foto dwing
ik mijzelf nog steeds niets af.
Klamp vast aan twijfel en ik kan wel
koorddansen als mijn hoofd maar eens de grond
zou laten.
Probeer je een vreemde te laten zijn.
Maar
zodra jouw
dwalen
voelbaar is
wil
ik
in
je
armen.
Stukjes zielenspiegel draag ik met mij mee
als doekjes voor op wonden
er heerst hier oorlog weet je
dus blijf
blijf…
al is het maar in een zoekend moment.
Dan geef ik je wat glinsterscherven
die pijlsnel door je bloedbaan schieten.

mijn coach spreekt bemoedigend van een trendbreuk – hans van willigenburg

ik ben vrijwel voortdurend bezig mezelf te verbeteren
en al kan ik niet exact vertellen wat ik aan het verbeteren ben
of hoe
het feit alleen al dat ik er vol overgave aan werk
en dat al mijn concentratie bijeen is geraapt rond dat ene doel
en het bijeen rapen van die concentratie zonder twijfel mijn eigen verdienste is
kan hoe dan ook als verbetering worden betiteld ten opzichte van alles daarvoor
toen ik nog wel eens half om half uitwegen verzon
onberedeneerd een herfstblad van de grond raapte
lachte
grapte
wenste dingen belachelijk te maken vanuit de onderbuik
met een gevoel van triomf zo kort
als een inzakkende schuimkraag
waar geen progressie van welke soort ook
in aan te wijzen viel

maar nu…

nu ben ik elke dag hard en opgepompt
onderweg naar een betere versie van mezelf
die bochten en kruispunten nadert met nog minder schrik
ferm een koers kiest
de mond als een streep
de kaaklijn vooruit geschoven
de humor als een weliswaar aantrekkelijk
maar al met al uiterst contraproductief systeem
van gesublimeerde aarzeling
naast me neer gelegd

ik kijk… – hans van willigenburg

voor Fernando Pessoa

Een nieuwe dag. Er gaat weer van alles gebeuren waar ik naar kijk.
Ik die er zelf voor waak gebeurtenis te zijn.
Geen zin in… begin, midden, einde. Hoe loopt het af?
Ik wil niet aflopen. Op geen enkele manier.
Eeuwig dwalen wil ik, binnen de marges van mijn twijfel.
Ik twijfel aan veel maar niet aan de weidsheid van mijn twijfel.
Aan de eindeloze variëteiten die mijn twijfel omspant.
Gebeurtenissen zouden blij moeten zijn door mijn twijfel bekeken te worden.
Ik rijt ze weelderig uiteen en stuur ze tegengestelde kanten op.
Maar ze weten niet hoe ultiem dat is, die stomme gebeurtenissen.
Hoe onmisbaar en gezond deze goddelijke gymnastiek!
Ze weten niet hoe te fêteren het zijn van spagaat.
Hoe ze boffen door mij te worden gekliefd, precies in het midden.
De gebeurtenissen, zegt een stem in mijn achterhoofd, zullen zich enkel voltrekken.
Domweg voltrekken. Als ongeblutste auto’s die uit zicht verdwijnen.
Zonder hobbels in de weg. Vredig snorrend op weg naar hun bestemming.
Terwijl ik me een ongeluk kijk, kom ik niet verder dan ze nakijken.

Kijk!
Kijk!
Kijk!
Achterblijven mijn gezegende specialiteit.

transformatie – anouk smies

Je gezicht
is de hete zomer
van alles dat ik eerder schreef

Mijn woorden blozen
Onze hartslag een zon
die een radslag maakt

Wij beschaduwen de avond
volg je twijfel zonder geluid
Wat gebeurd is trek ik na

en zet de meubels in de tuin
Wij bouwen ons tentenkamp op
terwijl onze gedachten stap voor stap
het pad aftasten

Buiten je huid

de honger – tijl nuyts

De honger danst als een dwaallicht
in zijn ogen wanneer zij passeert.
Getooid met een kluwen
van twijfel trippelt zij nietsvermoedend
zijn blik voorbij
als in een trillend waas.

Terwijl hij zich met haar aanblik vult
ziet hij doorheen troebel water
hoe zij zich uitstrekt,
zich krult in troebel glas.
Hij ziet hoe zij smelt, opbrandt, uitwaaiert
en weggeblazen wordt als as.

Huilend kruipt hij dieper weg
in de plooien van zijn jas
om daar bedeesd te rillen.

Hij wou dat zij gebleven was,
dat hij zijn honger eindelijk kon stillen.

bomenblues – hanny van alphen

wanneer
vogels worden teruggefloten
en wassende westenwind
mijn armen zal ontbloten

speel mij dan een herfstcantate

wanneer
bladmuziek zal omslaan
naar winterharde twijfel
over armbreed voortbestaan

kerf dan in mij, jouw naam

vertrouwd – bert bevers

Engelen zijn nooit en fin de carrière.
Onraakbaar in hun rimpelloze glans
zwijgt het geduld van kaarsen. Verdriet
schreit zacht om verdwenen vaderen.

Uw naam ligt op mijn tong. Ontraadsel
mij de sluimer van het duister, teken
als het u belieft de ruimte zuiver uit.
Geen reis voert, dat weten we, ooit zo

ver als die naar elkaar. Deugd moet niet
smeulen. Wij moeten waakzaam blijven.
Buiten seinen we elkaar in de gewesten
van de twijfel doorheen de tijd berichten,

vertrouwde berichten.

dank u heer – martin m aart de jong

Er waren dagen bij dat we de stilte
kusten en met darmen in onze maag
rammelden als monniken met sleutel
bossen op weg naar het vrijdaggebed.

U heeft ons laten zitten Heer, met
al die boeken & gedachten over
een betere wereld. Moesten wij
echt Uw tuin met Uw regels..

Het resultaat is uitgezaaide twijfel
Heer, erger nog dan kanker. Nooit
meer zeker van een plek in de hemel,
het programma hier beneden loopt
voor geen meter. Maar ik neem
niets kwalijk, immers U bent maar
alleen en een evenbeeldig mens.

hogere wiskunde – martin m aart de jong

Waren we maar waar we wezen wilden
het punt van bestemming, verlossing
de optelsom van streven naar volledig
natuurlijke getallen bij elkaar vermenigvuldigd en verzameld
dan zouden we zijn zoals bedoeld
zoals we de ware zoals we zowaar
als vanzelfsprekend zoals jij en ik
ingepakt in geschenkverpakking
en nooit meer die twijfel vanwaar
en van om maar altijd dit een en
ander een en hetzelfde zo waar
en waarachtig als jij, ik altijd
enzovoort tot twee snijdende lijnen
in de oneindigheid.

absoluut en ik – peter van galen

Er zijn dagen dat alles zich overgeeft
dat de wandelaars trots de zee in gaan
de koeien stil naar de bliksem kijken

dagen die niets te raden laten
zeker weten de aarde draait
zonder twijfel de stenen rollen
absoluut en ik ben hier

driemaal om de dood te lopen
lachend bij een boom te staan
met gouden munten in je hand
ogen uitgestoken

ik hoor een lied dat gaat
dit is de allernieuwste dag
het eeuwige seizoen

en dan plotseling
een droom.

een leven zoet met vijf minuten – delphine lecompte

Ik heb twee boeken geschreven
Over onze eerste vijf minuten
De Macha in mij heeft ze verbrand
Nu twijfel ik aan onze vijf minuten en
Jij bent altijd onbetrouwbaar
Ja, we waren naakt
Maar wat kleefde aan onze zolen?
En wie sloeg ons gade?
Werden we besnuffeld door een anesthesist die
Net was ontslagen?
Of was het een hardleerse leeuwentemmer?

Vijf minuten en alles is nog even fout
Vergeet niet dat dit vier jaar later is
Dat je mijn zelfvernietiging in stand houdt
Ik kan het je niet kwalijk nemen
Het is gecamoufleerd als toelaatbare waterzucht
Alles is nog even fout aan mij
Maar jij bent nobeler geworden
En ik maar pesten en krassen op je carrosserie
En jij maar minzaam knikkebollen en confituurtaartjes kopen
Ik geef ze weg aan mijn buurvrouw die blind is.

Ik heb twee boeken geschreven en
Vijf huizen in brand gestoken
Honden holden naar buiten
Verwaande kinderen bleven zitten
Vonden het belangrijker te winnen van
Nichtjes met langere benen en duurdere beugels
Ouders renden naar boven om de Indonesische afgoden
In valiezen te gooien, hun benen braken
De benen van de afgoden.

leed der natuur – jan holtman

Haar tuin is trampoline
een boompje staat nog
in de weg

een kind zou zich het
hoofd kunnen stoten,
geen twijfel over mogelijk

dat boompje moet nog weg.