Posts tagged “tijd”.

zomaar in zeeland – martin m aart de jong

vandaag een alikruik gekust de zee
rond laten ruisen door het hele huis,
de kleinste kamer laten bruisen
van de zilte lucht en uit de stereo

zo stil dat de buren niet storen
konden; de schuimdalige glimlach
van een zomernacht. Tijd vergleed

met de liefde. Kussen lagen op
een oor te fluisteren. De gevolgen
golven per abuis naar binnen geluisd.

Dolfijnen koersten aan op wasbak,
de haring raakte uitgekaakt
en welbespraakt: vandaag
geen uitjes, het is genoeg.

Zo’n goed gevoel dat dit
ons huis is.

vrije val – lammert voos

ik was de man die het vaandel droeg en de zeilen streek
ik was de man die voorop ging en het prikkeldraad slechtte
ik was de grafdelver en de dominee was ik natuurlijk ook
en ik was zes kistdragers

ik was degene die de auto bestuurde en de klaar-over bij het zebrapad
en ik was alle kinderen die overstaken; ik was de storm, de regen en
de paraplu die wegwaaide en ik was de oude vrouw die hem
machteloos nakeek

ik was de boer, het gras en het graan, het gemeste kalf en de slager
en ik was zijn mes en de smid die het smeedde en tenslotte ben ik de man
geworden die in de donkere kuil kijkt die hij zelf gegraven heeft
en denkt ‘laat ik wachten, er is misschien nog tijd’

ik heb vele levens geleefd en daarom ben ik vandaag moe
snap je nu waarom ik altijd zo moe ben liefste?

hoopvol als een kind dat het zonlicht niet kan verdragen – delphine lecompte

Het is dinsdag en de stronk is te mager om mij aan zijn oog te onttrekken
‘Daar ben je!’ buldert de oude kruisboogschutter ritsig
Ik zijg neer, een peer valt in mijn schoot
Geen peer van de tamme berk
Een gebeten peer van een spijbelend kind
Waar is de tijd?
De tijd van spijbelen en lijm snuiven
Godzijdank voorbij
Maar oude paarden gaan nog steeds naar de lijmfabriek.

De oude kruisboogschutter klaagt over zijn zoon die
Op daken klimt om mensen Bulgaarse talkshows en
In het Duits gedubde MacGyver episodes te verschaffen
Nooit komt hij eens op bezoek met kaviaar en trappistenbier
Liever gaat hij naar zijn schoonouders met lege handen
Om geld af te troggelen voor de nieuwe keuken en de reis naar Kenia
Waar hij neushoornpoeder wil kopen om zijn huwelijk nieuw leven in te blazen.

Dan stopt het klagen en
Zakt zijn broek
Zijn scrotum is lichter dan de peer
De peer is gladder dan zijn ballen
Ik zet mijn tanden in de muis van mijn hand.

Het is dinsdag en de tandafdrukken voeren mij terug
Naar De panne waar ik melktanden en een boxer had
Waar is de tijd?
De tijd van marsepeinen heiligen stelen en paardenmolens in brand steken
Helaas voorbij
Maar molens draaien verder en
Mijn grootmoeder snuift nog altijd lijm.

* – joost van gijzen

Seks was niet echt iets
waar mijn eerste vriendinnen naar uitkeken:
Ik ging zo snel over ze heen,
ze hadden niet eens de tíjd om een orgasme te faken

brieven I – jan holtman

Ik weet m’n woorden
in de tijd geborgen,
naast het kinderbankje
en het groene schoolbordje
met kraaltjes om te tellen
en rode wijzertjes
voor de tijd.

zalige onwetendheid – gronama

De comazuipende jongere die nog
net de dans ontspringt, slechts één
keer te weinig met bierglazen klinkt.

De alcomobilistische vent die per
ongeluk maltbier geserveerd heeft
gekregen en daardoor net op tijd remt.

De plastischgechirurgde mevrouw
die die ene rimpel nog net niet had
laten doen, die hij nu zo graag zoent.

De pyromanistische kettingverslaafde
die zonder het te weten, net van huis
is gegaan, maar zijn lucifers is vergeten.

De gokverslaafde, brave burgerman die
niet vermoedt dat vrouwlief zijn passie deelt
en blij is dat ook manlief zich niet verveelt.

De dichter dezes, die na het schrijven bedenkt
dat zij vast iets belangrijks over het hoofd
heeft gezien, iets uit uw leven misschien?

zwerfgenamen – c.p. vincentius

Verzwijg je angst, je ziekte en je medicijnen,
dan krijg je ook het omhulsel mee naar huis.
Koffietijd, zodoende komt jouw dokter later
met scrupules, maagsapresistente capsules.

Vader, wreek zuiveringszout en groene zeep,
want wat fluistert, teistert het lichaam kapot.
Vader, zweer op sterfbed en open negenoog,
want eerder is er voor je lijden weinig gehoor.

Sta, na de adem, stuiptrekking en overgang,
boven aan de keldertrap, wanneer de wasmand
door dochter en moeder tree na tree stijgt,
om op de drempel te wankelen en te kantelen..

Wacht, zodra hartbewaking constante streep is
en zoon dronken vierbaanssnelweg oversteekt.
Zie toe, hoe jouw dokter krimpt en in vroege
ouderdom gevangen raakt, de kleinere cirkel.

Want wie zal het kind wreken dat vaderschap
minacht en tegelijkertijd nageslacht verwekt?
Mannen, ooms, neven of broers en vrouwen,
zusters, nichten, tantes, moeders: wie herrijst?

Jouw waarheid is immers leeftijd op je grafsteen,
de tijd dat je familie was, werkte, vrienden had.
Sta boven het graf en wakker de angst aan
met het enige wat dapperen tot leven aanzet.

krant – hans van willigenburg

De kracht om ‘m niet open te slaan schoot weer tekort. ‘Stop ‘t interen op de tijd voor jezelf,’ hoorde ik m’n personal coach zeggen.

elementaire geriatrie, een momentopname – jan-paul rosenberg

Kamertemperatuur met ja-woord
de afstand tussen variaties op de leegte
bedelven: dat is de missie van rivieren, voorts
buiten beschouwing te laten gelijk

zon & rotsen – waren we op tijd geweest
we hadden het licht zien groeien uit de buik van de aarde
getuigd van het eerste, maagdelijke sterven, maar nee
zodra wij ontstonden bestond alles op zijn minst al

in aanleg: het verval, zijn vele synoniemen, wij
verspeelden het recht op water
te lopen, bij gebrek gebaarden
we van ondergaande zonen
doodstil

om niemand bij het hemelen te storen – wat
schoot er door ons heen? Onder voeten
gelopen woorden, goddank ook

minuten waarin de regen stolde
tot plaatselijke tijd.

opslag – hanny

ooit was ik belangrijk
maar mijn rug is versleten
en mijn armen ontveld
mijn tijd is uitgezeten
compleet ontsteld
word ik eruit gesmeten

de poten onder mijn
bestaan weggezaagd
ben ik verlaagd
tot nutteloos accessoir
mijn gat bedekt
met een grand foulard

wees (I) – jan holtman

Vlees en bloed
zijn wiskunde
geworden, de
opkomende wind
de weerkundige
logica van een
warme zomeravond
met naderend
onweer en tijd
om te gaan en
te blijven, hier
liggen ze dan.

awakening – elisabeth j.m. jansen

In mijn schoot borrelde hete lava
die, toen ik mijzelf
op een aan het oog onttrokken
plekje zaligheid bereidde
en barstte van plezier, langs
mijn door de tijd heen ontboste
helling smeulend naar beneden
stroomde om langzaam af te koelen
onder aan mijn voet waar
het een vruchtbare voedingsbodem bleek
voor een zinderend lied
niet bestemd voor necrofielen
iets wat ik al eeuwen
niet meer voor mogelijk hield.

tempel – harry van de vijfeijke

Hij weert in de zachte tropenzon
nog altijd zijn verleden
-deed hetzelfde met de
toekomst waar hij kon-
maar nu gaat hij per slot het
waarlijk heilige betreden.

Hij staat stil, zonder oh’s en ah’s
bij de stolling van te veel eeuwen tijd.
Ziet bomen dwars door
tabernakels razen.
Hij tuurt naar de bas-reliefs
van olifantenpoten, vrouwen-
borsten, hardlemen vruchtbaarheid.

Hij snuift in de stille uren
eucalyptusgeur, de wierook
kringelt alom door de tempel-
kieren. Hij voelt adem in schreeuwen
overgaan om de eeuwigheid,
de dag, de nacht bevreesd te vieren.

Zijn God, in kathedralen groot-
gebracht en kleingemaakt, fluistert
hem toe in het uit-
heemse oord op pelgrimsschreden
terug te keren.

en gaandeweg – silvia

en gaandeweg ga je zien
wat duidelijk was van meet af aan
maar dat je niet begrijpen wou
omdat je in sprookjes bleef geloven

en gaandeweg leer je luisteren
naar het stemmetje dat de waarheid spreekt
de leugen, zoveel zoeter toch,
is niet meer door te slikken

want gaandeweg valt het masker
wordt het ware gelaat getoond
tijd om ballast te lossen
en je gaat verder, alleen, vrij

uit context – viviane rose, de winterdichter

Het nadert
De hartslag versnelt
Op het bed verleidelijk gespreid: kleding en tickets
De koffer ritst dicht
Als een avondjurk

Het landt
Al het verworven verwaaid
De haren wapperend
In een buitenlandse lucht
Ik ben uit context

De zon staat anders en zwoel
De koffer, het hotel en het pittige ontbijt verraden
Nieuwe werkelijkheden
Leggen de oude onder een loep
Beduusd, raakt het mij verfrissend
Onder de brandende zon

Het zinkt
Elke keer weer
Fijn zand waait de lucht mistig (Delhi…)
Regen waait schuin en schoon (Noorden Noord-Ierland)
Onweer waait het geluid ver weg (een dal in Duitsland)

Werelds is de taal van handen en voeten
Afstanden verkleinen en vergroten
Met jojoënde blikken, van afstand en aantrekking

Tot nu was ik mezelf ondoordacht
Uit context
(her)Vind ik anderen en mezelf

Het flirten met reizen, zegt dat het weer tijd is…

in het gras – richard kamsteeg

Het vallen herinner ik mij
als de dag van gisteren
het opstaan daarentegen
als de dag van vandaag.

Maar als de dag van morgen,
dat zolang er niets gebeurt
er ook geen tijd verstrijkt.

Languit liggend in het gras
besluipt mij een vermoeden:

zijn we hier wel samen?

sport – xandra de beuker

Een ladder in mijn kous
och, het mocht wat
wat kan me nog deren

uit dat kreng!

sinds ik het met een fysicus doe
weet ik alles van de onzekerheidsrelatie
en de nubiliteit van mijn jeugd

hoe moet ik hier toch uit komen
het is als met het slootjespringen:
de stok moet stijf genoeg zijn

om de overkant bij juiste
vochtigheidsgraad te halen
want brengen doe je het niet

ik weet wel

jij beklimt graag mijn bovenste sport
met dat geklets hang ik aan je lippen
dat heb je dan weer handig aangekleed

gedaan gekregen, met een quantumtong
je vlotte jasje aangeslagen
op de minuut nauwkeurig

de kou mist uit de lucht
het wordt zomer, tijd

gevallen vaas – frido welker

de vaas had zo’n slanke hals
stond al jaren op een tafeltje
altijd goed en stevig maar vandaag
teveel aan de rand
en brak

wit was ie
de tijd voorbij strevend als de zon
in de loop van de dag zijn schaduw verlegde

wit bleef ie
ook in scherven
schuiven schaduwen halve cirkels

de vaas terugzetten
op de tafel en
in de tijd
              door te plakken
had niet gewerkt
deze vaas was niet te vangen

starend in dooiers van tijd – jürgen smit

in de verte
klonken pauwen

als een ontwaken
uit verleden

terwijl ik mezelf
& morgen zocht

eieren rapend
boven meedogenloos beton

van tijd en leven – sunshine tenochtithlan

Bladstil hangt de tuin te puffen.
De lome middag loert op onweer,
toch zijn we nog buiten

adem van de lange wandel
en de trek die ons meesleept
in haar hongerstilling om meer.

Het duizelt me van de bekoornis
die ik met haar herontdekt heb.

Na al het lange wachten op slechts
een vermoeden van en dan dit
geruild krijgen tegen.

Ik check opnieuw de juiste stand
van de parasol, geef haar een blik van

er restten ons nog vele jaren zo,
samen oud en samen gezond.

Zij houdt lang mijn ogen vast,
er blinkt iets van opzij ~

ik zie hoe zij, bijna achteloos,
de liegplek op haar hand
kalmpjes voor mij verbergt.

De zon schijnt onbarmhartig
door het beginnend lichten.

ik zag een heldere hemel, die niet in tijd maar in ruimte van dag naar nacht overging – erwin vogelezang

salaamoe3leikoem mijn broeders en zusters,

vannacht heb ik gedroomd dat ik Jezus was (mijn haat voor België
was de drijfveer; dan maar op achterbakse wijze de nazi’s steunen),
een homo in waxcoat met purperen haren, onzichtbaar, maar ik kan
een beschrijving geven; een stralende verschijning met tube Velpon,
een gesluierde ruimte die op stokken door de woestijn wordt vervoerd.

ik droomde van hoe nietig ik me voelde (kunt u alstubeliefd uw goede
gedachten naar mij sturen? ik heb dit zo nodig), weetjewel, een man
van achter in de 40, in de houdgreep genomen door dromen over liefde.
mijn kinderverlangen in een vederlichte boomhut; af en toe sliep ik
met een meisje en als ik niet te veel had gedronken, neukten we.

dromen is vooral geen kou hebben (in the cold winter, in de koude winter,
underneath the stars, onder de sterren), dolfijnen die met bloemetjes
pistole sgiete en zorgen dat de kunstpik in haar kontje verankerd blijft.
misschien had ik het niet moeten doen, maar vanmorgen word ik wakker
als haar, bind m’n handen vast en laat me rillen.

(hierna veranderde de sterren in vogels het was erg mooi)