stilte – tibbes punt

Hij vertelt over stilte
vertaald door haar
hoe een kosmos ontstaat
uit een gebaar
geur
kleur
geluid
gemin
een stilte zo onbedacht
dat ik wel moet geloven
dat tijd zich laat schikken
als zwijgen doorbroken
ruimte maakt
om stil te zijn.

lentissimo – martin m aart de jong

Je zei vandaag, vandaag nog niet
het regent en de wereld ziet er
te mooi uit. Met zacht gebogen
kleuren en een natte huid waar

op de vers geperst lente druipt.
Wacht nu maar af totdat de tijd
in echo’s tussen bergen dreigt
met nachtelijk gedonder totdat

de hemel plots verscheurd wordt
door een flits en vrouwenstemmen
in een nis van eeuwigheid en spijt

je naam vertalen in een kus. Dan zul
je dansen als een Rus. Je zult stom
dronken vragen wie ik was. Dus wacht.

littekens – pallas van huizen

Elk gedicht is een litteken,
muziek uit scheuren,
scheuren van pijn,
gedwongen noodzaak, geen vergissing
zal ik maar zeggen.
Elk gedicht is een litteken,
als een blauwgeduimde duim, zinloos zuinig,
maar goed bedoeld.
Een gevangen emotie
in een moment van zijn.
Ben ik dit zelf of iemand anders?
Elk gedicht is een litteken,
herinnering in tijd.
Elk gedicht is een litteken,
het enige dat blijft.

apocrief eutecticum – joost de jonge

boei mij boeheer, boei

Ik zie de dingen niet
Die de tijd achter zich liet
Noch de dingen die komen gaan.

Verpletter mijn verstand O oude wijze
Verbijster mijn geweten allerliefste
Muze van vertwijfeling, ‘s werelds enige

Paarden dragen mensen die als paarden zijn
Vrouwen nemen mannen die vrouwen mennen
En als dan het paard onrustig draaft door de nacht
Ment de oude wijze de zegen van verstandsverbijstering

Die verwijlt in het Oerlicht onaangetast
Die verruilt gedachten voor zegeningen
Die verruilt uitwaseming voor uitkristallisering

Ook al heeft oude wijze manieren, ‘t is geen vorm
Vermaak je gerust wildebras, maar
Je moet mij niet verloenen
Wijl hij verpoosde in de voorhof van wildvang

Wij wijzen naar godsvrucht
Hoe ook zullen zij uitvloeien
Die vreesden en dwaalden
Hovaardig, verbijsterd, dat ik niet besta
Verbeus zonder houvast
Het zoetgevooisde failliet van verbositeit

boei mij boeheer, boei

Jij ziet de dingen wel
Ook onder de sluier van een vaarwel
Evenknie van Euterpe

tijdsein – elsje de wit

Als wolken zwaar boven de akkers hangen
de koningen hun kroon verliezen in de strijd

Als angst het wint van een ondragelijk verlangen

dan wordt het tijd
dan wordt het tijd

opdracht – mieke van der wurff

fluister de oester open, speel
de parel kwijt die
schuurt en schrijnt

wijd hem
aan het meisje in haar marmerslaap
en wied het onkruid van vergetelheid

jouw adem stroomt
voorbij haar ingedamde tijd

vriend – martin m aart de jong

Laat ik het hebben over jou. Ik maak
me zorgen. Hoe je de dagen doorstaat
en iedere dag toch trouw blijft posten.
Het is allemaal niet veel zaaks, los

strooigoed voor de vogels alsof je in
jezelf praat. Maar dan nog, wat zeggen
statistieken, wat zegt een “vind ik leuk”
Twijfel je nooit? Wil je niet opgeven

klap je nooit dat boek eens dicht en stap
je naar buiten, groet de vreemde die je buur
vrouw is. Dit is het leven niet. Beschermd

gebied vol onnatuurlijk heden. Geen dood
voor wie een status heeft. Profielen staan
onopgeheven voor eeuwig langs de lijn van tijd.

wasdag – kate schlingemann

je kijkt al spannend
hier ligt niets voor de hand
of het klopt al vol verwachting

jij bewaart de afstand
in een doosje dat je met een duim
aan zet, uit knipt

onverstaanbaar wat zij zegt
of wat zij vindt, dat naakte lichaam
achter glas in drie primaire kleuren

het is nog lang geen tijd
het is alleen maar langer licht
zelfs de zomer moet nog gebeuren

stellingbouw – martin m aart de jong

Er is een tijd van komen en gaan
daartussen sta je op een scheermes
blaffende menigtes toe te hoesten
dat de poëzie geletterde zuurstof
is zonder welke we hersendood tussen
de stenen bewegen van geboorte en dood.
Als je nooit zegt dat iets mooi is omdat
je niet kunt zien wat van een ander eeuwig
deelbaar is ben je net als het heelal
alleen tril je negatief in een hoekje,
ook als er geen hoekje is omdat er zoveel
hoekjes zijn met trillende ego’s. Je trilt
altijd mee met de energie. Je weerkaatst
klanken van werelden die je niet kent omdat
leven een voortzetting is van alles wat koolstof
verbindt aan de hartstocht. Het staat steviger
als je geschiedenis de jouwe weet meedeelt in
de draaiing van de as.

waarschudding – martin m aart de jong

ik zei nog als de dag het doet de dag het doet dan is het goed wat mij betreft er hoeft niets worden recht gezet hangt china scheef dan hangt het maar en hou het op denk aan elkaar je moeder en je vrouw je kinderen zet komma’s neer tegen verval praat door en consumeer hou de tijd in de gaten stop bij tachtig blaas je adem uit ga liggen trek de aarde als een dekbed om je heen dit leven is een maximaal instelbaar streven een dichter heeft een stipnotering nodig om gezien te worden als je opvalt ben je iemand als je door blijft struinen in de ren ben je af naar de lopende band gaat tok je kop eraf je lijf gedeeld en diep gevroren je bent je was je bent je was kies zelf maar maar zeg niet dat ik je niet gewaarschud heb jij kwam hier voor dit leven.

meneer – jacob van schaijk

morgen is verleden tijd
terwijl vandaag nog moet beginnen
en gisteren wel nooit zal komen

er is alleen een vlinder die fladdert
een herfstblad
dat dwarrelt in de wind

haar kromme handen grijpen mis
waarom ze huilt kan ze niet zeggen
ik zing een kleuterliedje

ze laat een foto zien van hem
of ik die nog ken
ze weet niets van een kastanjeboom

wie ik ben, ze heeft geen idee
maar met een kus is ze toch blij
en glimmend zegt ze dag meneer

geruchten en verbeelding – martin m aart de jong

Soms doorloop je de tijd in de stad
trek je weer aan. Koop je wolken
in de winkel voor meisjes die van
wanten weten; meet je stappen op
straat en brult dat je de grootste
bent. Je hijst een moeizaam beeld
van verontwaardiging briest speeches
de raadszaal in en benoemt open deuren
tot vondsten van krakende antiquiteit
-wat dat ook moge betekenen- woorden
hebben hun betekenis jij spelt alles
fout omdat je het zo niet bedoelt. Jij
schrijft alleen als het uitkomt dat je
schrijver bent. Het werd al lang
gefluisterd, zeg je dan.

omdat de tijd vliegt – maaike klaster

1.
 
De tijd nam mij op zijn rug.
Reuzenschildpad in aardmannengang.

Waar gaan wij heen, indiaantje zonder haar,
zonder wielen om je spaken; met het licht
van alle sterren om de wegenkaart te lezen?

Wij gaan dwars door cellen heen, boren in
atomen, ontwijken elke kern en liggen stil
in vacuüm om de uren te zien drijven.
 
 
2.

 
Vliedende dagen gaan te vlug.
Als ik kon vliegen dan ging ik
niet zo traag, dan was vandaag
als pijl te doorklieven, hield ik
tijd over en zwom ik terug.
 
 
3.
 
Toch nog vijftien,
in het licht van de relativiteit
en alles wat sneller beweegt,
terug in de tijd.

T-shirts met dode poplegendes
en die pas ontdekte grijns.

Prachtige onverschilligheid,
opgehemeld paradijs.

Hij zei: Neem een aardbei.
Ik zei: Graag.
 
 
4.
 
De tijd nam mij op zijn rug.
Reuzenschildpad in aardmannengang.

poco depri paradox – hans goudart

telkens als mijn adem stokte
bij elke huivering
en al mijn kippenvel.
altijd als mijn hart
op hol raakte of oversloeg.
alle brokken in mijn keel.
elk dat is even slikken,
ieder blozen, elke blos,
al het gestamel en gestotter.

elke blik en elke aanraking;
de hele verzameling
verwarrende beelden;
ieder woord
een woord teveel,
ieder woord
een woord te weinig.

alle hap-snap,
al het half-affe;
alle kladjes,
alle flarden,
alle losse flodders.
alle flitsen, snippers,
losse eindjes;
stukjes van een lied
wat ik ooit had willen schrijven.

alle foto’s oude vlammen
& de ongeschreven brieven…
hoe geduldig mijn papier.
alle lijstjes, titels,
boeken, films
& plannetjes
& voornemens
& alles wat ik allemaal
nog meer zou doen
& wat er niet van kwam.

herinneringen, namen, wegen, landkaarten
& het heimwee
naar de plaatsen
die ik nooit gekend heb.
& de twijfel ik of werkelijk geweest ben waar ik was.
mijn verhaal gezeefd door
een zelfreinigend geheugen,
vriend en vijand tegelijk.

al het onbeschrijflijks
in mijn machteloosheid.
elke prop en alle proppen.
mijn troost de drank
en het visioen van
een bodemloze prullenbak.

& verder
dat ik nu de tijd al mis
die nog moet komen.

ik zal voor je dichten – lesley adriaansz

Voor M.

Ik zal voor je dichten,
omdat de wereld nieuw voor je is
en jij er nieuw in bent
en je ogen rond zijn van verwondering.
Mondjesmaat zuigen zich woorden tot zinnen,
zoals een baard in etappes een grimas raspt.
Ik zou opnieuw willen beginnen,
geloven in de tienduizend dingen.
Wat is er van die trotse gang
tussen hemel en aarde gebleven?
Ik moet gaan liggen om mijn fantasie te leven
in schuilplaats annex spookhuis.

Ik zal voor je dichten,
omdat ik de wereld niet verbeterd heb.
Hoewel wij toen bij uitstek
dat als geboorterecht
ons aanmaten, maar
wij overaten aan idealen,
nestelden in protesten
en vervolgden op oude voet.

Ik zal voor je dichten,
omdat het moment bedriegt;
ik je voortaan tevens zoals nu zie,
terwijl een spiegel links en rechts
maar niet de tijd omkeert.

voor de liefste mens die er is – maaike klaster

Hij is zo mooi!
Ik zeg lekker niet over wie ik het heb, maar als hij en ik samenkomen,
mochten wij samenkomen, dan zullen wij overal waar wij lopen grote
schoonheid verspreiden, dan gaat overal op aarde het zonnetje schijnen.
Horen jullie hoe hij huilt, om mij? Het wordt tijd dat hij mij schrijft.
Vandaag is de dag dat wij begonnen met lachen; werden onze nachten
– in mijn leven althans – één vreugdevolle nacht. Hij zingt als ik dans.
Toen ik gisteren (wat een koude dag was dat!) in zijn stad een warme
stroopwafel at, terwijl hij met anderen aan tafel zat, zwaaide hij/ik naar
mijn/zijn hart. Dag lieverd!!!

onder invloed – mattijs deraedt

Ik wil nog allerlei dingen zeggen
maar ik weet niet hoe en niet wanneer en
heel soms weet ik zelfs niet wat.
Dan weet ik dàt er iets is
maar niet wàt precies.
Ik wil nog een heleboel dingen doen
maar de tijd is kort en ik krijg geen tweede portie.

En ik ben niet vrij.

Het pad onder mijn voeten lag er al voor ik er was
en er werd reeds uitgepluisd op welk koord ik zou dansen,
welk papier ik zou kopen en welke woorden ik zou lezen.
Zelfs de woorden die ik schreef zijn niet zuiver.
Maar wat doe ik eraan? Huilen als een hond?
Door de knieën gaan en zwijgen?

Of kleur ik buiten de lijntjes?

En dan is er natuurlijk nog altijd de gulden middenweg:
je bent een slaaf van het geld tot je dood.
Ja, de zanger heeft weer maar eens gelijk.
Daar staat hij nog, in het diepe licht,
met zijn bruine krullen en zijn zonnebril.

Eerst niets en dan de waarheid,

want alles begint en eindigt met niets.
De sprong is de uitzondering,
het foutje, de onregelmatigheid.
Het niets is de donkere nacht, het lange wachten,
de zoete ochtenddauw.

En uit niets komt niets voort.

Het idee is de grootste leugenaar,
het duikt op als een dampend veulen,
net gevallen en verblind,
maar houdt tussen zijn hoeven de waarheid,
de oorsprong, de blinde duif die hij vertrappelt,
sneller dan je kunt zien.
De tijd van liegen is voorbij.
Eerst was er niets.
En dan de waarheid, het vuur, de toorts, de kever.

Het is tijd, alle slapers liggen in hun bed!

De tijd van de wakkeren is aangebroken.
Het is tijd om te schrijven wat nooit gelezen wordt.
Want een doener leest niet, een doener schrijft niet.
Een doener doet wat hij doen moet.
Een doener doet, sterft en maakt plaats
voor een nieuwe doener, een nieuwe leugenaar,
een nieuwe gemaskerde dichter.

De wolf, het varken en de modderman
met zijn korsten en granaten,
zijn oude ogen, zijn nieuwe rimpels,
zijn lange haar en zijn schuchtere baard.

En de bomen en bloemen zullen nooit vergaan
dus waarom ze hier vermelden?
Ga naar buiten en zie:
dit is het forum, dit is het spreekgestoelte,
dit is de toren, dit is de kerk, dit is de long
waar de gevederden wonen.

maalstroom – bert de kerpel

Als Pythagoras de aarde niet
bol had verklaard
kon ik nu misschien
lachend en bedaard
eraf stappen

bakken vol zorgen muilkorven
achterlaten voor nazaten
die mij met een ons geluk
niet achterna zouden zitten

ik zou m’n anker en m’n ego slaan
in Canada een beer verslaan
ter hoogte van Papoea Nieuw
Guidinges dan te water gaan

nu rest me slechts te rimpelen
in tijd onder te gaan.

ingelijfd – monique methorst

Hoe je de vleugels in handen
harder nemen zoals ik ben

alles wat bonkt, naar zenuwen
schud ik mijn billen daarom zo
geil wat pijn aan gevoel doet

en zit dat lekker, zo op de huid
inwrijft met kostbaar goed
als geen tijd.

het ritme van de tijd – jan van heemst

Een zwarte vogel op een wilde tak
pikt nu de bessen van mijn levensboom.

Ik voel de onderstroom der eeuwen.

Laat nu de dood maar komen
en laat mij dromen
op het ritme van de tijd.

Eens zul je bij mij komen
in die oneindigheid.

precies – andré van der spek

volgens mij is er
weer ergens op ons halfrond
een groot stuwmeer bij

de tijd voelt
in ieder geval
anders dan gisteren

vrij naar – martin m aart de jong

ik verveel me.
ik schrijf uit louter
verveling. er moet iets
met de tijd. er moet iets
weg geschreven. ontkend
niet waar en worden op
getekend met dt en waar
begrijpelijkheden
academisch, zwaar
waar dichters
onder
elkaar
over speculeren

het raakvlak
met de wereld
de beurzen

alles zakt
en rijmt
toch in
elkaar.

nieuwjaar – jan van heemst

De winterzonnewende
klinkt als een roep
uit ‘t onbekende.

Het is een stem
die ‘k niet wil horen,
daar zij het kaf
scheidt van het koren
en mij bedreigt
met de ultieme straf.

Hoe rusteloos mijn slaap,
waarin ik steeds de strijd verlies
met tijd en eeuwigheid.

begin en einde – jan van heemst

Een liefdeslied klinkt uit het niets;
het zegel is verbroken.
Nu straalt er licht; de tijd begint,
de ruimte is ontsloten.

Het leven reist door plaats en tijd;
zoekt zingeving en reden.
Maar alles was reeds voorbereid;
de weg allang beschreven.

Nadat de laatste ster verbrandt,
wordt alles weer vergeten;
dan is er niets meer aan de hand
en is ook God versleten.

21-12-2012 – kizan

Op deze duistere dag der verdoemenis
Druilt het gras weelderig in vieze tinten
En terwijl een ijzige kou mij innig omarmt
Brandt het licht van wedergeboorte.

Ongezien ontketent zich een verlossing
Aan beperkende gedachten van onvermogen.

Een nieuwe tijd breekt aan,
En niemand bemerkt de betreding
Van dit wonderlijke, overstijgende,
Tergende en verschonend functioneren;
Dat zichzelf en de wereld wast
Met aandachtige werkelijkheid.

Hoop ontvouwt zich in donkere dagen;
Een kaarsje verlicht de wereld
Als Metta in hopeloze ellendigheid.
Een nieuwe tijd breekt aan,
Een nieuwe tijd breekt aan!

aard-man – hanny van alphen

de aardappelen gepoot
en sjalotten geplant
rechtte de moede man zijn rug
wees omhoog
naar een vlucht vogels
boven zijn heilig land

kijk, alles vliegt en vreet
de tijd aan flarden

leven noch dood
of iets van waarde
zal beklijven
en toch
sprak de man
met vuile vingers
zou ik hier graag nog wat blijven

knoop – maaike klaster

Mensen die zichzelf voor de gek houden
en daar anderen pijn mee doen. Zo één
ben jij en ik ben degene met pijn, dus
als jij om jouw eigen fouten moet huilen,
doe dat dan in jouw eigen tijd; niet, nooit
bij mij. Jij hebt mij al genoeg laten lijden.
Daarna mag je alle tranen van de wereld
over mij uitstorten, want mijn hart is als
een regenwoud en houdt wel van een
goede bui. Daar gaan wij tenslotte allebei
van bloeien. Ben je er nou eindelijk uit, uit
die zelfgelegde knoop? Ik hoop het.

hexagonaal – maaike klaster

1.

In dit samengepakte geheel aan cellen
zit ik mij epitheel te vervelen, vervel ik
razendsnel, laat ik het met mijn schilfers
sneeuwen.

Alles is zo helder als kristal, zo scherp
dat ik bijna niet meer hoef te kijken.

Dit heelal bestaat uit gruis en glas en ijs.

2.

Zie je niet hoe doorzichtig mijn zeil is,
hoe lang geleden al ik zo dun tussen
de werelden geworden ben?
Eén ademteug, een laatste ademhaal,
dat ene zuchtje wind en daar ga ik,
een dooiend ijsgordijn dat, losgeraakt,
nu wegwaait met de tijd.

3.

IJspegels smelten zich een langer leven.
Zo vloeibaar, en naast elkaar, wil ik ook bestaan.

chomolungma – maaike klaster

Een zandkorrel wordt stof, groeit uit
tot een sneeuwvlok, de sneeuwvlok wordt pop
- aan de rand van een bos

De korrel, een zwerfkei
geweest, sleet met de jaren,
in een reis door de tijd
- mineralen hebben op aarde
het eeuwige leven

De zwerfkei, dissident van zijn vader,
de koning der bergen, ontsprong zijn lot, zei:
“Misschien los ik op”, liet ketens achter,
maar de rots uit zijn jeugd bestaat nog. Zijn heilige moeder
kust er de lucht. Op een dag keert hij terug
als regendruppel. Nu draagt hij een muts

zij – danique corman

geen gezag meer op de straat
 
wanneer het daar voor je wankelt
 
 
gele flitsen behoedzaam gevolgd door groen
krijgt een halt toegereikt
 
 
een uiteinde van het draad
weggevlogen als een dwaas
 
ingezakt en afgevoerd door de wind
 
 
woeste poging om spijkers te verwijderen
wederom een mislukte poging van het kwaad
 
tijd verloren, vrijheid kent het bevel
 
de gevluchte schaduw werd gevolgd
verontwaardigd en onthutst
 
gestalkt werd zij
 

 
begeleidt naar een nieuw gekwel