* – bob elias

liefde in een storm
alles bekoelt behalve
woede van vlinders

* – serpil karisli

Je ben een lied in de storm
Een verlaten verhaal op mijn lippen
Jij ben een echo in de bergen,
klanken van vrijheid
Jij bent zo ver,
Ik kan niet stoppen
jou te vertellen

Je bent mijn taal zonder moeder,
Een wees met vijf namen
Van waar kom je? Waar ga jij heen?

Terwijl iedere lente de bloesem
De kluiten ontspruit
Ben jij mijn heimwee, mijn dwaling
En de aarde draait rond

i’m sorry hero – calvin smith

Een autoflits kraakte achter mij maar
mijn beste vriend sprong er liefde voor
heel zijn leven in een rolstoel
slikte hij alleen en ongelukkig door
mij verdwenen zijn vrienden en dromen
kon ik nog wel al was ik het vergeten

De pauze brak met drie schoten aan
twee in de lucht en één onder zijn kin
had hij genoeg, waardeloze contacten maar
niets kon ik terug draaien
mijn benen in een koude storm
spijt het me al was ik mijn hero vergeten

blijven staan – diana hoogenraad

het gaat goed
blijven staan
doorgaan

rug recht
vooruit
een spiegel

steekt tong uit
ik lach
pak mijn fiets

ondanks de storm
dag buurman
lekker weertje

storm – b. vogels

Niets staat nog als een boom.

Hij houdt huis met uitgerukte woorden.
In haar ogen stijgt het water.
De grond dondert onder hun voeten. Stomweg.

Tot alles overwaait met een glas.
Stilte.

* – onbezield

verlaten van groen
ingetogen op jezelf
je naaktheid ten toon
zo sta je daar, moederziel

mijn meelij is gewekt
terwijl het een natuurlijk verloop is
toch…
je grandeur van weleer
komt weer, dat weet ik
toch…

op pijnlijke wijze wordt blootgelegd
de onvolkomenheden opgelopen
tijdens storm, droogte, hitte, natte
en toch, ben je volmaakt
een overlever van tijden
schenker van wijsheid
mensenfluisteraar…

verstomd – tijsterblom

de wind krast ravenzwart
tot woelende matras het gras
dat een eeuw geleden

praalbed was voor haar
die de zwaartekracht ontsteeg
van wie ik niet meer ruiken

kan de geuren van haar huid
en niet meer proeven de
zilte druppels van haar lijf

van wie de kleine lach
die elke storm deed liggen
is verstomd en zich alleen

nog horen laat als de wind
zijn krassen staakt en
met mij huilen wil

onweer – jan holtman

hoor eens

hoor eens hoe
je hakken

putjes slaan
op de planken

alsof het
hagelt

voor de storm

banjo blues – d.docters van leeuwen

de banjo werd op de knie gelegd
in tweeën gebroken
en aan een wilg gehangen

een storm stak op
de takken van de wilg
tikten tegen het vel van de banjo
het ritme van de regen

de slisser sliste en de spleet
tussen z´n tanden
leek wel een meter breed

Belinda stak een sigaret op
belde Irene en zei
ach die bomenpraatgroep
het lijkt me zo’n gedoe

de dagen werden schaars
de banjo bleef te horen
het blauwe gras wuifde
Ieren zongen
en de bergen keken toe

azze V – {{{ïe-e-ïet-e-iët-e-ïet-e-iets}}}

azze zonnepanelen monter op wieken van windmolens monteren weten donder
noch bliksem bij storm &ontij tussen voortrazende wolken waar ze nog moeten
inslaan door ’t rad dat hen voor ogen draait.

terp – c.p. vincentius

Tegen de avond veroveren storm en regen
in wolkbreuk en springvloed
landerijen en spoelen have en goed weg.

Land doordrenkt, lagere dijken bezwijken
volk vlucht naar kerkhof en kerk,
terwijl wind toeneemt, doorweekt, verkilt.

Vanaf de terp zien vluchtelingen hun vee
verdrinken, golven stijgen en weet
ieder zijn leven alleen voorlopig veilig.

balgstuwkering te ramspol – c.p. vincentius

Aan weerszijden van de vaargeul
die de metalen rups in tweeën deelt,
ligt land net boven, net onder waterpeil.

Naast de N50, richting Emmeloord
golft ‘t zekere voor ‘t onzekere heen
het Zwarte Meer in rustiger dagen;
Oostelijk deel van onze natte delta.

Tot noordwesterstorm water opstuwt
tussen Kampen en de Ramspolbrug
ligt het antwoord onder wielend water.

Hoog boven dreiging van stormvloed
zwellen drie balgen vol water en lucht,
ontplooit waterkering binnen een uur.

Een kwart kilometer nylon wal verrijst
en beschermt Zwartewater en IJssel
net als uiterwaarden en kievitsbloem,
stadsgracht, kronkeldijken en dorpen.

Aken en hun schippers bij Zwartsluis,
Schokkershaven wachten tot storm
en stuwing afnemen, kering terugplooit.

vertrek uit de tropen – roop

een handgeknoopt strand
onder een blauwe zon
twee brekers op drift

er was een eiland
na honderd jaar zwemmen
jij schreeuwde mayday
ik sos
we werden een
we werden zo veel

de zon vergeelde
het strand kreeg vlooien
een storm sloeg ons uiteen

in mijn verte weet ik nog
de warmte van die koude ster
en dat we nooit stierven
we gingen

alea iacta est – john drager

Het staat wel vast, het is voorbij,
de teerling is geworpen,
weer schuifel ik door roestig tij
vol herfst voorbij de dorpen.

Het is een oud, bekend geluid
van broze, ritselende blaren,
dat altijd weer één ding beduidt:
de zomers die eens waren.

Omlaag keek ik, alsof ik zocht
een enkel blad dat niet vergaan
de herfst nog overleven mocht
en altijd groen zou voortbestaan.

Maar nee, het was zoals het was;
de dagen nemen nu geen keer,
het sterven blijft maar in de weer
bij het vergaan tot stof en as.

Niet dat het mij eronder krijgt
of dat ik soms ben aangedaan
door kil en kleumig buiten staan,
een zon die vroeg ter kimme neigt.

Ik blijf gewoon sinds jaar en dag
dezelfde die van wanten weet,
die hutspot met een kuiltje eet,
bij storm en regen nog een lach.

daar komt de storm – gerda blees

de bomen
ze dansen
als gekken
hun takken
ze draaien
in bochten

ik kijken

hoe zij in vlagen lucht hun groene rokken op doen waaien
zonder schaamte al hun blote basten laten zien
de toppen van hun vingers strekken
zwaaiend naar de wolken die in noodvaart
naar hun kruinen jagen
almaar lager aangetrokken
tot ze storten

ik haast voelen

hoe het water fijn generfde huiden glimmend likt
de snelste weg glijdt
naar beneden
daar
de aarde
binnendringt

dat elke boom dan
drinkt met teugen
tot ze vol
en loom haar wortels wiebelt
in de natte grond

zich
zacht
laat wiegen
in een laatste zuchtje

vrije val – lammert voos

ik was de man die het vaandel droeg en de zeilen streek
ik was de man die voorop ging en het prikkeldraad slechtte
ik was de grafdelver en de dominee was ik natuurlijk ook
en ik was zes kistdragers

ik was degene die de auto bestuurde en de klaar-over bij het zebrapad
en ik was alle kinderen die overstaken; ik was de storm, de regen en
de paraplu die wegwaaide en ik was de oude vrouw die hem
machteloos nakeek

ik was de boer, het gras en het graan, het gemeste kalf en de slager
en ik was zijn mes en de smid die het smeedde en tenslotte ben ik de man
geworden die in de donkere kuil kijkt die hij zelf gegraven heeft
en denkt ‘laat ik wachten, er is misschien nog tijd’

ik heb vele levens geleefd en daarom ben ik vandaag moe
snap je nu waarom ik altijd zo moe ben liefste?

rest enkel as – silvia

behoedzaam betreedt ze de stilte
die zich uitstrekt over het hele huis
onheilspellend dreigen zwarte wolken

voorbode van een onontkoombare storm

de vonk die ze bij zich draagt volstaat
om heel haar wereld te doen ontbranden
ze speelde met vuur, flirtte met gevaar
straks rest enkel as om zich te warmen

office space – arjan keene

Wanneer het weer stormt in mijn hoofd
dan moet ik altijd aan oktober denken
tijdens de workflow van het binnenwerk
dat de formulieren steeds doet opwaaien.

Dan weet ik niet meer of ik nu vooraan
of ergens in het midden moet beginnen,
waar ik in het touw moet inspringen,
welke ballonnen ik moet doorprikken.

En vouw ik vliegtuigjes van printpapier
dan weet ik dat ik kind aan huis blijf,
en op de roes van arbeidsvitaminen
waai ik weer met alle winden mee.