“­zit er leven in een steen?”­ – pallas van huizen

Muziek doet pijn, stilte ook.­
De zon doet pijn, de wind ook.­

Kunnen we nog even met elkaar praten?
Gewoon met elkaar praten?
Zonder al te veel moeilijk gedoe.­

Kan ik nog even naar je kijken, je voelen?
Wil je me nog even aanraken
zoals alleen jij dat kan?

Muziek doet pijn, stilte ook.­
De zon doet pijn, de wind ook.­

Zien jullie dezelfde grijze wolken?
Precies dezelfde grijze wolken?
Zonder maar even te denken aan morgen.­

Het dier in mij zit in de regen.­
Even afgeleid laat zij de waanzin los.­

Langzaam word ik iemand anders.­
Teleurgesteld, verdwaald

in het bos van koning god.

leef zorgeloos – joost de jonge

Ach, ik denk, het is
Toch slechts een woord
Niet mijn verrijzenis
Ook als het bekoort

Hoog in de lucht klinkt
Het kloppen van een specht
Hoe hier het blad in mij verzinkt
Tussen bomen hoog en recht

Meisjes van vroeger nemen plaats in
Hoewel, steeds minder
Het leven wist mijn herinnering
Ik fantaseer nu zonder hinder

Het woord is een wonder
De motoriek van mijn weken
Omar, Zie je de koe
Jij die in de diepte dook
Hol en met frisse tegenzin

Kan een steen die daar
Zo zwijgend ligt
Dromen over zichzelf
Door duisternis gebonden

Een deksteen wordt geplaatst
Waar een nieuw leven begint
Is het hogere soms een muzikale allegorie
Waar meisjes van vroeger dansen

Het woord is een wonder
Ze laten je vallen als een baksteen
Die wondere woorden
Blijken dragers van licht

Ik fantaseerde mijzelf
Lief en zacht als elf
Een bloeden dat nooit stopt
Een niet bestaan tot gewelf

Ach, ik denk wat het is
Toch slechts een woord
Tot mijn ontsteltenis
Blijft de ware zin ongehoord

de oude kruisboogschutter koopt een imperfect juweel – delphine lecompte

De oude kruisboogschutter koopt op eigen houtje een steen
Rond mijn nek is het een donkerpaars juweel
Gekmakend imperfect is het gelaste zilver een doorn in mijn oog
Bovendien is de steen zelf veel te donker veel te groot
Maar een gegeven paard wordt niet op de tanden getikt.

De oude kruisboogschutter eet gretig een marsepeinen circusolifant
Hij begint met de linkerslagtand
Met de rechterslagtand boetseert hij een nieuwe olifant
Een wilde natuurlijk
Ik eet de wilde olifant op
Of vermaal ik de rechterslagtand van de circusolifant?

Het heeft geen belang
Dat ik mijn gekregen juweel haat
De oude kruisboogschutter vraagt:
‘Ben je blij met de steen?’
Het is belangrijk dat ik lieg.

Ik antwoord: ‘Het gelaste zilver is gekmakend imperfect,
Bovendien is de steen zelf veel te donker en dus een doorn…’
‘Een doorn?!??’ briest mijn muze
‘In mijn oog, een splinter in mijn oog! En ook nog een bloemzak om mijn hals!!
Een zak zelfrijzende bloem, hoor je me wel?!’
Bries ik uitzinnig terug.

Na het nieuwtestamentische geloei zwijgen we lang
Maar ik kan onze verkilling helaas niet chronometreren
Mijn polshorloge ligt nog thuis
Thuis maakt hij deel uit van een stilleven
Met ivoren alligator, blik linzen en woordenboek
Afrikaans-Nederlands Nederlands-Afrikaans.

belijdenis – peter de groot

ik geloof
niet in het moment
want dat verandert
of althans ik geloof
op dit moment
dat tijdreizen mogelijk
kan maar dat alles ook
tevens een illusie is
waar we niet omheen kunnen
gaan we recht door terwijl
we best iets anders zouden
willen pakken een glas
klok klok klok tijd vliegt
het waarheen niets kan het ons
schelen alles laten we corrigeren
keurig gestreken het voelt
toch niet nep zo’n keursbrein

zit als gegoten

het kistje
waar ik nu
in lig wacht
krijg geen adem

heb ik helemaal
niet nodig
want de geest

gaat door merg been
hout grond nagels en steen

wil alleen even relaxen
zonder dan gelijk
gepijpt te worden

word jij daar
dan niet misselijk van

overal die seks en porno

magenta – maaike klaster

De weken zijn van steen. Vandaag
ligt Italiaans graniet aan
mijn vingertoppen. Ik sla mijn
vuist erop kapot.

Wat glad was, barst. Het tijdsbeeld
spat tot gruis uiteen, wordt
nacht. Kogelronde, roze
korrels, tollend om hun eigen as,

snellen op een driekwartsmaat
door het gapend zwart. Mijn hart
pompt magma door haar kamers,
geeft zich vloeibaar over zodat

mica kan zwemmen als ionen in bloed,
de stonde bezaaid raakt met gloednieuwe sproeten.

de val van prometheus – joost van gijzen

het beeld zit in de steen
en de beeldhouwer houwt het
eenvoudigweg uit
maar hoe moet hij, de dichter,
in dit wit iets vinden over
dat eerste gezicht, die zwarte ogen?

hij kan het sonnet met
elke vergelijking beginnen:
een gezicht waarvoor een man
bereid is steden op te offeren;
ogen van een
binnenlokkend donker -
aan het eind van het octet
worden Helena en gevaar
vergeleken met háár

de poëet wil een Prometheus zijn,
die vruchten uit het vuur van
inspiratie naar de mensen brengt
en in frustratie
met een aangevreten lever
de cafés afgaat

ingesteend – kate schlingemann

je kunt vinden
dat zon zwart moet
omdat leven veel te licht

je kunt zeggen
dat melk halfleeg is
als jouw ogen bangig wit

je kunt denken
dat hart van steen is
of een basalten burcht

ga maar denken in je grot
wat nog uitgebikt moet
wie durft

hier de beitel

herinnering – raf geusens

als de steen dan op mij ligt
of de zoden, maakt niet uit
nader mij gerust heel dicht:
doe het stil, zonder geluid

bloemen zou ik echt waarderen
of een plant, je kijkt maar uit
als je mij die komt offreren:
doe het zacht, zonder geluid

roddels, ach ik mag niet klagen,
en zo nodig, vind maar uit
ik wil toch iets van je vragen:
zeg ze voort, zonder geluid

de vierschaer – enrico

laten we vandaag
eens de toekomst
gaan voorspellen

geen gekijk
in drabberige theeblaadjes
of constellaties ontrafelen
nee, het echte werk

vrijwillig bewustvol
laat ik vivisectie toe
waarbij lever
en ingewanden
worden ontleed

ik wil het niet weten
die hoge priester
van het gezamenlijke gelijk
velt het oordeel

hangen tot bijna dood
dan ingewanden op straat geplempt
vierendelen
door de straten sleuren
allemaal openbaar
tot leeringk ende vermaek
van het plebs

liever had ik de bijl
van de voorkennis
oost west zuid noord
mijn rottende vlees
klaagt u aan

door wolken zie ik de zon breken
en jou de eerste steen werpen

de steen – diana hoogenraad

De ring
vertaalt een film
brengt

Haar
azuurblauwe zee
heel dichtbij

Mijn erfenis
ik kijk
met verwondering

danse macabre – elize augustinus

de glooiing is wit
wijnranken hebben de
opdracht om de

steen bekleding
van dijken te versterken
en bladeren door
zwarte golven van de zee
 
 
vlaggen zijn
in elkaar verstrengeld
verenigd met

in elkaar
verstrengelde lichamen
op het hete zand

de hemel kleurt
ingo als een blauwe
dolfijn gevangen wordt

nog voor haar
dans ten einde is

met de hand – b. vogels

ze leefden in een land
van stekelbaarsjes
rode bessen
riet en steen
en alles met de hand

het witte land
van wasgoed
in de wind
van graanjenever
en alles was
in kannen en kruiken

bitter en zoet
als bewaarde liedjes
uit een blikken doos

stem – berrie vugts

Ik wil je stem horen
Niet wat je me zegt

Ik wil je stem horen
Uit je tong en lippen

Uit steen opgestaan
Wil ik je stem horen

Ik wil je stem horen
Hoe ze zich uittrekt

Hoe hard gesmeed
steen zich uitdrukt

stille vriend – debby visser-neale

Ik jaag de vogels weg die jouw graf bevuilen
jouw naam staat er geschreven, mijn ogen neer
geslagen, met gevouwen handen blijf ik staan.

Jouw steen van blauw graniet doet me huilen
ik buk om dichterbij te komen
en zie hoe
vies, de vogel poep op alle zuilen,
zich ingevreten heeft.

Achter jouw steen een omgekeerde emmer, een
harkje en borstel voor de schoonmaak, een
gieter voor de bloemen, er zit modder op mijn
schoenen.
Ik ga wat water halen uit de kraan verderop
en geef jouw bloemen leven.
Jij was mijn geluk.

brussel – b. vogels

Ze heeft een gouden hart

In de aders lopen lichamen
in het honderd
kloppen uren in kantoren tanden
van haar grote mond

Een man sleept karton
onder het gehemelte

Ze heeft een oude
markt van steen

verpaupering – hanny van alphen

hier druist de aanpalende muur
tegen alle gevoelens in
van het gewezen patriciërshuis

de dubbele deur – Europees eiken -
met hand gesmede klink
kraakt en braakt wat vocht naar buiten

welk een onverlaat metselt
fabrieksgebakken steen op waalformaat
aan mijn gevel van puur natuur

steen uit rotsen gehouwen
ik ben een monument,
eeuwen adelen in mijn gelauwerde huid

mijn ogen breken, met straffe wind mee
zal ik me wreken, vanaf de vorst
duvel ik mijn dak op die dekselse buur

gruis, tijdig verwijderd – jos van daanen

Voordat ik je zag had ik je al getekend,
je ogen en je huid en ook je mond van steen
waar in mijn herinnering de open plekken zaten
veegde ik littekens met mijn vingers weg

maar je leek niet, het woordenloze gruis
had je trekken oud gemaakt, getergde mammoet,
opgejaagd door jagers in het verstilde beeld,
alles gegeven, niets van mij genomen, enkel tijd.

je schuift weer op – martin m aart de jong

Er was een tijd
dat je de duiven
voerde. Nu krijg
je alles gedaan.
Bekleden ze je benen.
De rest redt zich
nog wel. Er staat
een stok achter
de deur die je
leert lopen. Dat
alles doet er nu
nog toe. Om los
te laten heb je
nodig. Tot alle
steun dit huis
verlaat. Je hebt
een steen gevonden.
Je zult er boven staan.

lokroep – gronama

Regenwater sijpelt naar beneden
vanaf dak boven de stille grijpers,
die als stalen handen hangen boven
nog te vangen zachte mooie dingen
en schoon als ~Lorelei~ naar alle
kleine, grote, kermisgangers zingen.

Zoveel kindertranen hier ontsproten,
als felbegeerde toch nog donderend
ten valle kwam, vlak voor het blije
uitgestoken kinderhandje, door een
venijnig tikje naar benee verdween,
sereen, vanuit een hart van steen.

de dagen zijn van steen – martin m aart de jong

Wie legt ze uit in straten, op de knieën

om ze in zand te slaan, breekt ze door

midden, gooit ze op een hoop, wie?

Wie voelt de regen, wie drinkt koffie

achter kleine ruiten van een houten

huis op wielen wie brengt papieren

nieuws rond, wie klimt op ladders

om het uit kijken naar morgen

van een frisse blik te voorzien?

Wie haalt de zakken op,

wie knipt de bomen bij?

Wie zorgt dat de dagen

tellen op de maat zoals

wij willen en onze succes

agenda’s sluiten en kunnen

knikken van Ilja, ja, ja.

paaseiland – stoney pete

O worm in hout des zijns
o vorm die zijns inhoud wordt
eet je weg door gort
weet je weg door gepeins

Maar veins geen verbazing
met wenkbrauwen van steen
als je oerwouden zijn uitgekotst
in de zee van verdwazing
die voor je voeten klotst

Staar er overheen

de oude – john booij

hoe de oude in het najaar mint
de klank van scherven in de wind
gebroken flarden van een vorig leven
als vlinders aan het graf verkleven

zie hoe z’n hand gelaten rust
als een herfstblad
de steen zacht kust

de molenaar – elize augustinus

Ik was
een molen
van kunst en
blauwe stenen

Met vele
obstakels
om me heen,

Zoals de
windvangende
bomen

Ze zijn allemaal omgewaaid!”

En de huizen
brak je af,

Steen voor Steen!”

Ik ben
een molen
van kunst en
blauwe stenen

En mijn
wieken draaien
om het koren te malen.

opstanding – jan gutman

Net zoals het water lijnen trekt in het landschap
schrijft de tijd ze in mijn handen en
voel ik haar erosie als langzaam sterven.

En bij het ontspringen van iedere lente
sterft de eeuwige bron dorstig.

Jij verstopt een ei en tovert een haas terwijl
ik de zware steen afwentel en verdrink
in het leven als mijn rimpelige hand
het water voelt.

er is geen dossier – ellen vedder

Alleen fluisterkreten uit de tweede hand
plus het plaatje dat ik opsloeg
in het geheugen van mijn ontvankelijke tienerbrein:
hij zat vreemd rechtop en keek nogal uitdrukkingsloos.

Hij is nu ruim 20 jaar dood
maar ik ben er nooit achter gekomen
of de hoeveelheden watt die ze door zijn kop joegen hem echt hielpen.

Kon het de gaten in zijn ziel dichten?

Wakken van waanzin waar hij probeerde langs te laveren.
Is er een grens is waar je voorbij jezelf kunt raken?

Toen hij min of meer genezen weg mocht bleef hij zitten
hij vertrouwde zichzelf de buitenwereld niet meer toe.

Besefte hij dat hij een steen gooide in de vijver van zijn nageslacht?

zwaai maar – eelke van es  

Zwaai maar kleine
naar opa vrolijk
opgekruld in zijn bed.
 
Dit is een wet.
Hij draagt jouw lippen,
hij heeft besloten te zwijgen.
 
Hij weifelt
in zijn lijf van steen.
Zijn longen krijsen,
ze persen kamers
van kiezels en beton.

zeven – metha

Vandaag, sprak zij zacht
vandaag, een dag van bloed
aan banden en geweten

een dag van verlaten
om verlost te zijn

juist vandaag
waar kiezels strijden
om de mooiste rimpel

draait zij
zich achteloos om
en gooit nog een steen